Topman van Unilever boos op Fransen om theemerk

Unilever-topman Paul Polman koestert zijn Franse theemerk Eléphant. Zeker na de bezetting van de fabriek in Gémenos sinds afgelopen mei.

In de Franse krant Le Figaro haalde Polman gisteren uit naar de Franse regering. Unilever zal de merknaam Eléphant niet voor het symbolische bedrag van een euro verkopen, zei hij – al is de productie stilgelegd en heeft de nieuwe socialistische president François Hollande zijn steun voor het idee uitgesproken.

„In Cuba en Noord-Korea zijn gedeponeerde handelsmerken niet beschermd”, zei Polman. „ Ik weet niet of dat ten goede komt aan de economieën van deze landen.”

En: „Als Frankrijk zich niet aan zijn eigen wetten houdt, dan neemt het een risico voor de mate van investeringen in Frankrijk.”

Vervolgens benadrukte Polman snel dat Unilever graag in Frankrijk blijft investeren, maar dat het ondernemersklimaat wat hem betreft wel wat flexibeler mag.

De fabriek van Eléphant (1986) bij Marseille moest dicht vanwege de over productie van (kruiden)thee in Europa, volgens Unilever. De productie zit nu voor 85 procent in België en voor de rest in Polen.

Volgens Polman heeft Unilever twee jaar een „open dialoog” met de werknemers van de fabriek proberen te voeren. Bij de sluiting van de fabriek lag er een goedgekeurd sociaal plan. De ruim honderd werknemers konden bij andere vestigingen in Frankrijk aan de slag. Een groep van 78 werknemers die niet elders wilde werken, kreeg een vergoeding van 65.000 euro. Unilever deed meer dan verplicht was, aldus Polman. „Het was erg duur.”

Maar op 11 mei om half vijf ’s nachts bestormden de oud-werknemers de fabriek met „knuppels en traangasbommen”, volgens Unilevers Franse woordvoerder. De rechter verbood de bezetting vijf dagen later, de gemeente nam de locatie van Unilever over, maar de werknemers zitten er nog.

Unilever heeft het merk Eléphant een jaar of veertig en wil dat voorlopig ook zo houden. Polman: „Als we juist investeren in een fabriek en in werkgelegenheid, zoals bijvoorbeeld in Compiègne, geeft de overheid dan ons een merk in ruil?”