Steeds weer dezelfde koppen

Journalisten geven hun artikel een kwaliteitsstempel door een erkende expert te citeren. Maar ze komen vaak bij dezelfde mensen uit. Is dat kwalijk?

Toen begin deze zomer een filmpje opdook van een agente die een arrestant schopte, rinkelde de telefoon van Jaap Timmer. Vaak. Timmer is universitair hoofddocent Politie- en Veiligheidstudies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Is er mot tussen burger en politie, dan bellen journalisten met hem. Timmer biedt wat de journalist zoekt: snelle duiding. Dit keer hingen onder meer de NOS, de Volkskrant en nrc.next aan de lijn. Gaat dit niet te ver, meneer Timmer, een agent die rake trappen verkoopt aan een arrestant die zich niet lijkt te verzetten?

Nee, zei Timmer, dit politiegeweld gaat niet per se te ver. „Het is een misverstand dat de politie pas geweld mag gebruiken als de burger geweld gebruikt.” Bovendien: „Je weet niet op welk moment de maker van het filmpje de camera aanzette.”

Het genuanceerde commentaar botste met de verontwaardiging die het filmpje bij velen opriep. Daarom was het opvallend dat Jaap Timmer als enige commentator aan het woord kwam. Waarom zorgden de journalisten niet voor tegenspraak?

„Journalisten bellen vaak met de eerste naam die in hen opkomt, als ze duiding zoeken van nieuws in een bepaald vakgebied”, zegt Alexander Pleijter, docent journalistiek en nieuwe media aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Journalisten hebben nu eenmaal een beperkt aantal namen van deskundigen paraat.” Anita van Hoof, communicatiewetenschapper aan de Vrije Universiteit: „Journalisten staan onder tijdsdruk. Efficiëntie is belangrijk. Een gedegen bron sterkt het vertrouwen dat de geboden informatie deugt.”

Een soort blindvaren op het gezag van de bron dus. En als je blind wilt varen, kun je maar beter een veilige route kiezen. Een telefoontje met een ervaren bijprater als Jaap Timmer ligt dan voor de hand. Sinds jaar en dag is hij een degelijke duider van nieuws over politiegeweld. Zo leidt hij een onderzoeksgroep die over 2010 alle geweld door en tegen de politie in kaart brengt. Eerder deed Timmer dat al voor de jaren 1996 tot 2000.

Hij is, kortom, als geen ander op de hoogte van trends in politiegeweld – precies waar media naar op zoek zijn als zojuist een politiekogel een burger heeft verwond. En doet Timmer mee, dan is de buit als het ware binnen. Alexander Pleijter: „Het levert journalisten prestige op, als zij een grote deskundige weten te strikken.” Bovendien, zegt Pleijter: „Een nieuwsjournalist biedt alleen feiten. Beweringen kan hij niet doen. Daarvoor heeft hij een bron nodig. Hoe gezaghebbender de bron, hoe gezaghebbender zijn artikel.”

Dat journalistieke mechanisme – snel bellen met de bekendste deskundige voor het vereiste kwaliteitsstempel – leidt tot een soort monopolisering onder nieuwsbronnen. Want hoe meer journalisten die ene deskundige raadplegen, hoe bekender hij wordt, hoe hoger zijn status, hoe meer hij vervolgens weer gebeld wordt. Enzovoorts.

Op die manier is er een waar keurkorps aan ‘monopoliebronnen’ ontstaan – de usual suspects van de journalistiek. Stort er een vliegtuig neer, dan bellen journalisten met Benno Baksteen, voormalig verkeersvlieger en oud-voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers. Grijpt er een griepvirus om zich heen, dan staat bij influenza-expert Ab Osterhaus de telefoon roodgloeiend. Is de toekomst van kranten in het geding, dan mag mediadeskundige Piet Bakker zijn zegje doen. Vorige maand was het asbestkenner Ton Witteman die zich ontpopte tot dé deskundige als de journalist duiding zoekt bij nieuws uit de Utrechtse wijk Kanaleneiland.

Is het kwalijk, zo’n monopoliepositie van een bron? Ja, zegt de veelgevraagde bron Piet Bakker zelf. Hij is lector aan de Faculteit Communicatie en Journalistiek van Hogeschool Utrecht. „Het getuigt niet van creativiteit dat journalisten steeds dezelfde bronnen raadplegen”, zegt hij. „Dat helpt kranten en talkshows niet om zich van elkaar te onderscheiden. Ook voor de kwaliteit van een artikel is het beter als er meerdere deskundigen aan bod komen.”

Zijn journalisten dan lui? Jaap Timmer zegt dat de helft van de telefoontjes over zaken gaan waar hij minder verstand van heeft. Openbare orde, opsporingszaken. Dan verwijst hij door naar collega’s. „Soms proberen journalisten mij dan alsnog een citaat te ontlokken. Daar doe ik niet aan mee. Ik ga niet lopen kletsen.”

Ook Piet Bakker wordt geraadpleegd over zaken die buiten zijn vakgebied vallen. „Wat vind ik van die en die mediahype? Wat vind ik van de NRC-affaire rond Friso?” Dan onthoudt hij zich van commentaar. ‘Weet u dan iemand anders’, vragen journalisten dan. „Dat vind ik apart”, zegt Bakker. „Het zoeken van bronnen is toch niet mijn werk?”

Het raadplegen van die ene, bekende bron is vooral bezwaarlijk bij nieuws dat voor meerdere interpretaties vatbaar is. Hoe volledig is een artikel, als slechts één deskundige zo’n nieuwsfeit toelicht? Neem het commentaar van Jaap Timmer op het filmpje van de schoppende agente. Tegen de maatschappelijke ophef in zei hij dat de politie geweld mag gebruiken. Kop in nrc.next: „Een agent mag schoppen”. Een andere deskundige had mogelijk een ander perspectief gekozen: bijvoorbeeld het commentaar dat het geweld inderdaad buitensporig lijkt. En dat uit onderzoek moet blijken of de politie niet in de fout is gegaan.

Jaap Timmer zegt desgevraagd dat hij zichzelf beschouwt als een „redelijk neutrale” bron. „Maar ik vind wel dat mensen zich moeten gedragen in het publieke domein. We moeten agenten niet belagen. In dat opzicht sta ik eerder aan de kant van de politie, dan aan de kant van de meppende burger.”

Timmer werkt samen met de politie. Zo begeleidt hij studenten van de Politieacademie, die in uniform thuis bij hem aanbellen, voor gesprekken over hun scriptie. Timmer verricht ook onderzoek in opdracht van politiekorpsen, uiteraard betaald. Niet dat hij een spreekbuis is van de politie: zijn boek Onder schot (1996), over vuurwapengebruik van de politie, kwam hem juist op kritiek te staan van korpschefs die hem „vervelend” vonden, zegt Timmer.

Desalniettemin: hij kan zich goed verplaatsen in het perspectief van de agent. En dus zegt hij: een „tegenhanger” is welkom. Een deskundige bron dus die op zo’n schopfilmpje meer reageert vanuit het perspectief van de burger. „Dat zou prettig zijn”, zegt Timmer. „Iemand die zegt: ‘ik kijk anders tegen die feiten aan’. Van discussie word je wijzer.”

Het punt is: vind die onbekende tegenhanger maar eens. Onder tijdsdruk. En als je de mooie citaten van Jaap Timmer of Ab Osterhaus al binnen hebt, en je chef dik tevreden is. Een tegenhanger die bovendien niet praat in hapklare soundbites, bij gebrek aan media-ervaring. Blijf je dan doorzoeken? Ja, zegt Piet Bakker. „Dat is nu juist de taak van de journalist.”

Bakker is ook maar één bron, maar hier heeft hij wellicht een punt.