Stakende mijnwerkers symbolisch voor failliet ANC

Het ANC schiet op de eigen bevolking, net als het blanke bewind vroeger. De mijnstaking toont het machteloze gezicht van Zuid-Afrika.

Correspondent Zuidelijk Afrika

Johannesburg. Daags nadat politieagenten in Zuid-Afrika 34 stakende mijnwerkers hadden doodgeschoten, keerde president Zuma afgelopen vrijdag voortijdig terug van een regionale politieke top in Mozambique. Hij moest wel.

Maar terwijl waarnemers verwachtten dat hij direct naar de plek des onheils bij de Marikana-platinamijn zou afreizen om met de overgebleven stakers in gesprek te gaan, hield Zuma het bij een bezoek aan het ziekenhuis waar de gewonden lagen. Met een helikopter vloog hij over de heuvel waar de politie de opstomende mijnwerkers met grof geschut uiteen had gedreven.

Het was zoals altijd Julius Malema die een dag later de vinger op de zere plek legde. De voormalige jongerenleider van het Afrikaans Nationaal Congres, uit de partij gezet vanwege zijn polariserende uitspraken en zijn kritiek op Zuma, werd door de stakers als een messias onthaald.

„Veel mensen willen niet dichtbij jullie komen, ze behandelen jullie als vijanden”, riep hij door een microfoon. „Zuma”, zei hij vervolgens, „is jullie president niet.” Die staat volgens Malema niet aan de kant van de arme zwarte arbeiders, maar verdedigt de belangen van de rijke bazen.

Malema hielp Zuma in 2009 mede aan de macht. Hij hoopte dat de nieuwe leider van het sinds 1994 regerende ANC een linksere koers zou varen om de grote armoede te bestrijden. Toen dat niet gebeurde begon Malema een campagne voor wat hij „economische vrijheid” noemde en kondigde hij aan alles te doen om te voorkomen dat Zuma in december voor een tweede keer als ANC-leider wordt verkozen.

„Veel mensen zullen sterven in de strijd voor economische vrijheid”, ronkte Malema zaterdag. De strijd tegen „economische apartheid” ziet hij als een vervolg op de strijd die de huidige ANC-elite vóór 1994 tegen de apartheid voerde.

Het ANC van president Zuma is de controle kwijt over grote delen van de samenleving en Malema buit het totale gebrek aan leiderschap ten volle uit. Niet alleen Zuma, ook de leiders van de traditionele mijnwerkersvakbond van Zuid-Afrika, de National Union of Mineworkers (NUM), die de staking „illegaal” noemt, durfden zich niet onder de boze kompels te begeven. Voordat de politie donderdag het vuur opende, waren in onderlinge aanvaringen tussen leden van rivaliserende vakbonden al tien mensen, waaronder twee agenten, zeer gewelddadig om het leven gekomen.

De NUM, met ruim 300.000 leden nog altijd de grootste vakbond van Zuid-Afrika, heeft voor veel mijnwerkers afgedaan omdat ze te nauwe contacten met het ANC onderhoudt. De secretaris-generaal van het ANC was hiervoor de chef van de NUM en de man die de mijnbond in de jaren tachtig oprichtte, Cyril Ramaphosa, zit nu in het dagelijks partijbestuur en is bovendien ook groot aandeelhouder in mijnbedrijven, zoals Lonmin, dat eigenaar is van de Marikana-mijn. Mensen als Ramaphosa hebben volgens Malema en de mijnwerkers het ANC uitgeleverd aan het grootkapitaal.

De stakende kompels steunen een radicalere bond, de Association of Mineworkers and Construction Union (AMCU), die sinds begin dit jaar actief leden werft bij platinamijnen, waar de werk- en levensomstandigheden over het algemeen niet erg best zijn. De nederzetting rond de mijnen behoren tot de armoedigste van het land, de mannen die diep onder de grond met gevaar voor eigen leven rotsboren bedienen verdienen maandelijks ongeveer 400 tot 500 euro en eisen nu het driedubbele.

Maar mijnbedrijf Lonmin eist dat de stakers vandaag weer aan het werk gaan. Gebeurt dat niet, dan worden ze ontslagen. Eerder noemde het in Londen en Johannesburg beursgenoteerde bedrijf de dood van 34 van zijn werknemers in een summiere verklaring „duidelijk eerder een kwestie van openbare orde dan van arbeidsrelaties”.

Die kille reactie van Lonmin heeft in Zuid-Afrika veel kwaad bloed gezet en is volgens sommigen koren op de molen van populisten die zeggen dat er in het mijnbedrijf sinds het eind van de apartheid maar weinig is veranderd. In een woest hoofdredactioneel commentaar noteerde het dagblad The Sowetan dat „zwarte levens nog altijd even goedkoop” zijn.

Het schietdrama bij de Marikana-mijn herinnerde Zuid-Afrika er aan hoe groot de kloof tussen arm en rijk in het land nog is. Een op eigen burgers schietende overheid toonde de onmacht van het ANC om achttien jaar na het eind van de apartheid het tij te keren.