Roemer meer Europeaan dan zijn opponenten

Roemer wil zich terecht niet houden aan de Europese begrotingsregels. De crisis komt niet door de overheid, vindt Ewald Engelen.

Na zijn aftrap van de verkiezingen afgelopen donderdag in Het Financieele Dagblad kreeg SP-leider Roemer toch een emmer stront over zich heen. Harbers verweet hem dat de SP geen spat beter was dan Griekenland. Pechtold noemde de uitspraken onverantwoord. Buma beschuldigde hem van ouderwets socialistisch potverteren. Verhagen noemde de uitspraak ‘dieptriest’, alsof Roemer een vandalistische kwajongen was. En Jan-Kees de Jager toonde zich bezorgd over de marktreactie en de telefoontjes die zijn ministerie van beleggers had ontvangen.

Door drie jaar gemodder is de euro uitgegroeid tot twistappel. En dus wordt iedere eurosceptische uitspraak van de koploper in de peilingen heftig bestreden. Roemer werd door de criticasters niet neergezet als oppositioneel politicus in verkiezingstijd, maar als wereldvreemd aspirant-premier in crisistijd. De wethouder uit Boxmeer moest een lesje realisme krijgen, alvorens bij de volwassenen te mogen aanschuiven

Jammer, want Roemer heeft groot gelijk. Macro-economisch is er niets dommers dan je houden aan de regels van het Europese Groei en Stabiliteitspact. Die eisen dat Nederland volgend jaar zijn begrotingstekort terugbrengt van 4,6 naar 3 procent. Dat kan alleen door lastenverzwaring. En zo gebeurt. De Kunduz-coalitie maakt wel mooie sier met hervormingen, in het totale bezuinigingspakket is dat klein bier. Tweederde van het totaalbedrag van 12 miljard euro wordt opgehoest door lastenverzwaringen: hogere btw, meer eigen bijdragen, minder inflatiecorrectie en minder aftrekposten.

Ik ben het met de Kunduz-coalitie eens dat er veel mis is met de Nederlandse verzorgingsstaat. Maar hervormen doe je in hoogconjunctuur, niet in de laagconjunctuur waar we sinds de Grote Financiële Crisis in zitten. Huishoudens zien al vier jaar hun vermogens slinken, salarissen dalen en banen verdwijnen. Grote en kleine uitgaven worden uitgesteld, overschotten opgepot en schulden afbetaald. En datzelfde geldt voor banken en bedrijven: geen investeringen, geen leningen en koortsachtig balansen verkorten. Gevolg: een diepe binnenlandse recessie.

Onder dit soort condities de economie blootstellen aan een negatieve bestedingsschok van zo’n 30 miljard euro is onverantwoord. Het zal de recessie alleen maar verdiepen – met groeiende werkloosheid, welvaartsverlies en meer huisuitzettingen tot gevolg – en de bezuinigingsopdracht groter maken. En waarvoor? Om beleggers te apaiseren en de euro en het Europese project te redden.

Onzin. Beleggers en gezaghebbende instellingen als IMF, OESO en Standard & Poor’s snappen dat het Europese crisisbeleid op een verkeerde analyse stoelt. Het dominante beeld is dat alle lidstaten zich als Griekenland hebben gedragen. Oftewel, overheden zouden zich niet hebben gehouden aan de afspraken en teveel staatsschuld hebben opgebouwd, waarvoor zij nu door beleggers worden bestraft. De oplossing ligt dan voor de hand: strengere regels, effectievere sancties, bezuinigen – en dan komt alles goed. Het tegenovergestelde gebeurt: steeds meer lidstaten schieten in recessie, de tekorten en schulden stijgen en de handelsstromen over en weer drogen op, waardoor niet-Europese beleggers de euro ontvluchten en sterke lidstaten zwakke lidstaten moeten helpen met schuldsanering.

Geen wonder. De eurocrisis is geen begrotingscrisis maar het gevolg van onverantwoorde aanwas van private schulden. Bij banken, huishoudens, projectontwikkelaars, bedrijven, semipublieke instellingen en lokale overheden. Aangeblazen door een ongekende groei van bancaire balansen – sinds 1980 verdrievoudigd – zijn in een deel van de eurozone verdienmodellen gegroeid die steunden op imperfecte vastgoedmarkten, financiële innovatie en een onverzadigbare en invloedrijke bouwsector.

Dit resulteerde in exponentieel stijgende vastgoedprijzen, die als aanjager fungeerden van het succes van landen als Ierland, Spanje, België en Nederland en – via het financierings- en exportkanaal – van Frankrijk, Italië en Duitsland. Daar maakte het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 een abrupt einde aan. In de negatieve prijsspiraal die daarop volgde, moesten banken steeds meer afschrijvingen doen en op die afschrijvingen steeds hogere reserveringen treffen, en werden bedrijven, beleggers en huishoudens geconfronteerd met steeds grotere dalingen van hun vermogens.

In veel eurolanden – Griekenland uitgezonderd – zijn begrotingstekorten en oplopende staatsschulden het gevolg van de neerwaartse prijsspiraal. Door kapitaalsteun en buffergaranties aan banken. Door bestedingssteun – lagere belastingafdrachten, stijgende uitkeringen – aan huishoudens en bedrijven. In Nederland is dat niet anders. Had minister Bos in september 2008 nog een overschot van een half procent, bij een staatsschuld van net geen 50 procent, vier jaar later staan we dik vier procent in het rood en kriebelt de staatsschuld aan de 80 procent.

Brussel bestrijdt de gevolgen van de private schuldencrisis met bezuinigingen en lastenverzwaringen, en laat de oorzaak – neerwaartse prijsspiraal door de ontvlechting van de mondiale kredietmachine – zo goed als ongemoeid. Verzorgingsstaten moeten van Brussel versoberen, terwijl banken, op wat bijpunten na, zo snel mogelijk naar business as usual moeten.

Zo dreigt de eurocrisis uit te monden in een technocratische aanval op de verzorgingsstaat en de democratie. Zoals Enzensberger eind jaren tachtig schreef: „Wie in Brussel wat te zeggen heeft, is niet gekozen en wie gekozen is, heeft niets te zeggen.” Anno 2012 is dat niet anders. Dat is funest voor de democratische legitimiteit van het o zo belangrijke Europese integratieproject. Daar waarschuwde Roemer met zijn ‘over my dead body’ voor. Zo bezien is Roemer een grotere Europeaan dan zelfbenoemde Eutopisten als Pechtold. Roemer snapt ten minste dat Europa sociaal en democratisch moet zijn – of niet zal zijn.