Roemenië wil bij eurozone

Anticiperend op een toetreding tot de eurozone moet de Roemeense economie worden „voorbereid op de strenge tucht” van de markt zegt IMF’er Erik de Vrijer.

Onderdeel van de modernisering is het plaatsten van straatverlichting, hier in Baia Mare een industriestad in Noord-Roemenië. Foto Mugar Varzariu

thessaloniki. - Vandaag oordeelt het Roemeens Constitutioneel Hof of het is gelukt met een referendum de geschorste president Traian Basescu af te zetten. Een politieke crisis verlamt het land al de hele zomer. Ondertussen keldert de munt (leu) en verliezen investeerders hun vertrouwen in het land.

De Nederlander Erik de Vrijer is het nieuwe hoofd van de IMF-missie voor Roemenië. Hij moet de zorgen van het Internationaal Monetair Fonds overbrengen aan interim-president Crin Antonescu. Media lieten de eerste vijf minuten zien van een ongemakkelijk ogende ontmoeting in een enorme zaal in het presidentieel paleis: aan de ene kant zes vertegenwoordigers van het IMF, aan de andere kant Antonescu en onder anderen zijn minister van Financiën. Ze gaan zitten in stoelen waarin ze wegzakken, op zó’n grote afstand van elkaar dat microfoons nodig zijn. Antonescu legt in zijn beste Engels uit dat het land zich in een politieke crisis bevindt, maar dat die niets met het economische beleid te maken heeft. „I’m afraid we are a bit worried”, reageert Erik de Vrijer.

In een telefonisch interview licht De Vrijer vanuit Washington de ontmoeting toe.

Kwam het gesprek nog goed nadat de camera’s weg waren?

„Het was zowel voor hem als voor mij de eerste keer. We zaten daar om onze bezorgdheid te delen over het effect van de politieke crisis op de economie. En om te benadrukken dat het een remedie zou kunnen zijn om de afgesproken maatregelen krachtdadig door te voeren.”

Sinds wanneer bemoeit het IMF zich met politiek?

„Dat is onze rol niet en daar hebben we het verder ook niet over gehad. Maar we zien dat investeerders reageren op de politieke situatie. Dat zie je aan de wisselkoers en de rentevoeten. De financieringskosten voor de economie gaan omhoog. Hopelijk is dat tijdelijk, maar het is wel een spaak in het wiel. Dit moet niet te lang duren, anders tast het de economie echt aan. Zeker als je een bankensector hebt met veel debiteuren met leningen in euro’s en Zwitserse franken die daartegen niet verzekerd zijn. Dan krijg je problemen.”

Was het niet naïef van investeerders om überhaupt te denken dat Roemenië stabiel bestuurd wordt?

„Dat weet ik niet. De laatste jaren was het redelijk stabiel. En ze staan volledig achter het economische programma, ook deze regering. Dat geeft welvertrouwen.”

Roemenië leek de afgelopen jaren het braafste jongetje uit de IMF-klas. Er is fors bezuinigd, 25 procent op ambtenarensalarissen in 2010 bijvoorbeeld. Inmiddels is geen IMF-geld meer nodig, de betrokkenheid van het fonds is louter voorzorg. Klopt dat beeld?

„Ja. En dat is op zich ook niet veranderd. Er was een hoge inflatie, een groot tekort op de betalingsbalans en een te groot begrotingstekort. Dat is voortvarend aangepakt. Dit jaar komt het begrotingstekort onder de 3 procent. Daarmee zijn de overheidsfinanciën nagenoeg onder controle. Dit is het laatste jaar dat nog flink bezuinigd moet worden.”

Mits ze nu niet hun glazen ingooien met een politieke machtstrijd?

„Precies. En structurele hervormingen doorvoeren, zoals bij staatsbedrijven. Het is een economie in transitie, waarbij je rekening moet houden met sociale gevolgen. Nu de energiemarkt wordt geliberaliseerd, gaan de prijzen omhoog. De regering wil bijvoorbeeld de laagste inkomens kunnen compenseren.”

Ziet u Roemenië ooit toetreden tot de eurozone?

„Ik sluit het zeker niet uit en het vooruitzicht daarop is duidelijk een stimulans voor de regering. Voor het zover is, moet er nog wel voortgang worden geboekt. In de belastinginning, in de arbeidsflexibiliteit en in de productiviteit.”

Is het niet beter voor Roemenië er buiten te blijven en zelf zijn wisselkoersbeleid te kunnen voeren?

„Dat kan, maar de hervormingen zijn nuttig en nodig, of je nu wel of niet de euro overneemt.”

Een grote grijze economie en een ruziënde regering. Dat klinkt al snel als een tweede Griekenland?

„In vergelijking met andere landenheeft Roemenië een lage staatsschuld, minder dan 35 procent van het bbp. Dat is echt van een andere orde. Tot nu toe doet de regering bovendien wel wat ze zegt. Ze heeft onze programma’s tot nu toe steeds met goede beoordelingen afgerond. Over politiek laten we ons niet uit, maar hoe eerder de politici hun geruzie stoppen, hoe beter.”