Pokeren met chemische wapens

President Assad van Syrië kent nu zijn grenzen. Het regime heeft nog steeds de vrije hand in eigen land. Maar als het aanstalten maakt chemische wapens in te zetten, is een Amerikaanse interventie aan de orde. „Als we een heel zootje chemische wapens verplaatst zien worden of gebruikt”, dan overschrijdt het bewind een ‘red line’, aldus president Obama van de VS. Zo’n fatale grens „zou mijn analyse veranderen”.

Mogelijk probeert Obama te voorkomen dat Israël, dat terecht vreest voor de Syrische wapenarsenalen, op eigen houtje actie onderneemt. De voorwaardelijkheid is tegelijkertijd ook een teleurstellend signaal voor de rebellen in Syrië. Obama zegt eigenlijk dat hij niets kan doen, zolang Assad zich niet te buiten gaat aan provocaties met zijn wapenarsenaal.

Het Syrische regime heeft eerder laten weten dat het deze wapens zal aanwenden bij een militaire bedreiging van buitenaf. Los van de vraag wat deze woorden van Assad waard zijn, de waarschuwingen over en weer illustreren dat het Syrische bewind de internationale gemeenschap in zijn greep houdt zolang het steun heeft van China en Rusland. Minister Lavrov van Buitenlandse Zaken reageerde ook vandaag weer als Pavlov-hondje: Rusland duldt geen schending van het „internationale recht” .

Maar Lavrov is zich wel degelijk bewust van het gevaar dat het Assad-regime zich, als het zich finaal in het nauw gedreven voelt, aan zijn ultieme wapens kan vergrijpen. Een maand geleden, toen Assad zijn dreigement uitte over de inzet ervan bij een eventuele buitenlandse aanval, liet Moskou blijken dat het ook een grens heeft: namelijk het internationale verbod op de inzet van chemische wapens, waaraan ook Syrië is onderworpen.

De afstand tussen Amerika en Rusland is wellicht dus minder groot dan de retoriek soms doet vermoeden. Beide mogendheden hebben er – overigens net als alle buurlanden, het Midden-Oosten en de rest van de wereld – groot belang bij dat de chemische arsenalen niet worden ingezet door het regime noch in handen komen van rebellengroepen.

Maar dat wederzijdse belang vereist wel dat Amerika en Rusland zich niet verliezen in elkaar weersprekende analyses van de vraag of Assad bewust en feitelijk aanstuurt op het openen van de arsenalen. Een omkering van de verwarring in 2003 over de massavernietigingswapens in Irak zou desastreus zijn. Rationaliteit is geboden. Maar uiteindelijk is er een ‘red line’. Als het regime kan overgaan tot de inzet van chemische wapens, staat de halve wereld in brand. Dat moet worden voorkomen.