Plakevangelist

„Je mag alles op verkiezingsborden plakken, maar zodra er de naam Jezus op staat, raakt iedereen in paniek.” Joop van Ooijen bekijkt een aanplakbord naast een rotonde. Gisteren heeft hij zijn poster – ‘KIES VOOR JEZUS’, met een rood kruis in een stembiljetvakje – naast die van politieke partijen gehangen, en nu is het laatste woord er al nijdig afgekrabd.

In alle gemeenten hier in de omgeving van Gorinchem wekt zijn plakactie weerstand. Werkendam en Geertruidenberg dreigen zelfs met dwangsommen. Toch plakt Joop van Ooijen door.

Twee jaar geleden was Van Ooijen in het nieuws omdat de gemeente wilde dat hij de witte letters ‘Jezus Redt’ van zijn boerderijdak in Giessenburg haalde. Als compromis zijn die nu kleiner, en oranje.

De dakevangelist werd plakevangelist en maandagochtend ga ik met hem mee. Vanuit z’n busje wijst hij de posters aan die zijn toegetakeld. Dader: „De duvel en z’n trawanten.” Want zo ziet Van Ooijen het. Er is een „geestelijke strijd” gaande tussen God en de duivel, die passanten aanzet tot dit vandalisme.

In Amsterdam openbaarde God zich in een watermeloen, zag ik bij AT5 (de naam Allah verscheen spontaan in het vruchtvlees tijdens het Suikerfeest), hier bestrijden Satan en God elkaar op aanplakborden.

We stoppen langs de A27 en lopen richting de Merwedebrug. Ik draag het bakje plaksel, Joop vijf opgerolde Jezus-posters. „Daar hebben ze overheen geplakt”, ziet hij al als we het elektriciteitskastje naderen. Zijn posters zijn bedekt met affiches voor popfeesten, zoals het festival Zo., van een bierbrouwer.

„Bíér! Dat mag allemaal, terwijl ik zie hoe jongeren kapotgaan aan drank en drugs.” Met brede vegen rolt Joop de lijm over de vijandige posters. Binnen vijf minuten is het kastje weer behangen met Jezus Redt en Kies Jezus. Totdat straks de duivel passeert. „En als ik fantastisch nieuws breng, dat Jezus gekomen is om ons te redden, dan begint iedereen te steigeren.”

Ik heb het zelf ook een beetje. Als we theedrinken op het terras van zijn boerderij lachen we om malle Hollandse regeltjes, praten we over de schoonheid van Terschelling, en delen we de zorgen over de ontsporende jeugd... Maar zodra Joop het sprongetje naar Jezus maakt („Laatst kwam hier een Surinaamse jongen die Jezus heeft gevonden. Die heb ik daarginds nog gedoopt in de rivier”) voelt het ongemakkelijk en knik ik schamper.

Toch, zijn mythologie mag misschien wat excentriek of naïef zijn, waarom zou hij minder recht hebben op openbare aanplakruimte dan een bierfestival? Langs openbare wegen lees je immers zelden iets verstandigs. De ontkerstening is pas voltooid als Jezus-posters ons onverschillig laten. Al is dat vast niet wat Joop van Ooijen wil. Want ja, alle publiciteit helpt.

„Op tv was laatst een politicus geïnterviewd voor een verkiezingsbord, met onze poster erop. Meteen was de website overbelast.” Gods werken zijn groot.