Peiling: politici schieten tekort in Brussel

Slechts 11 procent van de kiezers heeft er vertrouwen in dat Nederlandse politici hun belangen goed behartigen in Brussel. Eén op de drie kiezers vindt dat de EU gedomineerd wordt door een paar landen en dat Nederland geen rol van betekenis speelt. Dat blijkt uit een peiling die Maurice de Hond heeft uitgevoerd in opdracht van het instituut Clingendael.

Vandaag publiceert Clingendael – onder de titel Rijk achter de dijken – een magazine met zijn analyse van internationale onderwerpen in de huidige verkiezingscampagne. Directeur Ko Colijn schrijft dat Nederland een introvert land is geworden met een steeds verder afnemende interesse voor internationale zaken als defensie en ontwikkelingssamenwerking. Uitzondering daarop blijkt de belangstelling voor Europa.

Bijna de helft (48 procent) van de kiezers ziet de eurocrisis als dé grootste internationale dreiging van dit moment. Ter vergelijking: het internationale terrorisme wordt nog maar door 8 procent beschouwd als de voornaamste bedreiging en angst voor Rusland leeft bij niemand meer.

Uit de peiling, die vorige maand werd uitgevoerd onder 1.500 kiesgerechtigden, blijkt dat kiezers op vrijwel alle buitenlandse zaken willen bezuinigen. Ruim drie op de vier kiezers (77 procent) vinden dat Defensie moet korten op de aanschaf van nieuw materiaal, zoals het gevechtsvliegtuig JSF. Tweederde denkt dat de afdracht aan Europa omlaag kan en diplomatieke posten moeten worden ingekrompen. Ongeveer 60 procent wil verder snijden in ontwikkelingssamenwerking en het defensiebudget. Defensie is overigens een van de weinige terreinen waarop kiezers graag meer Europese samenwerking zien. Brussel moet afblijven van gezondheidszorg, pensioenen en sociale regelgeving.

Economische belangenbehartiging is volgens kiezers het voornaamste doel van buitenlandse betrekkingen. Het enige buitenlandse onderwerp waar volgens de peiling niet op bezuinigd mag worden, is de bescherming van koopvaardijschepen tegen piraterij. Bijna 60 procent vind dat de overheid daarop niet mag beknibbelen.

Clingendael keek ook naar de verkiezingsprogramma’s waarmee de verschillende partijen op 12 september stemmen hopen te trekken. Die reppen nauwelijks van belangrijke internationale thema’s, concludeert Ko Colijn.

De denktank heeft het buitenlandse beleid van de huidige regering geanalyseerd. Dat vat Colijn samen als: „Te defensief, te eurokritisch, te verongelijkt, te zuinig, te veel zwenkend naar eigenbelang en kortetermijnvoordeel, en soms zelfs te bruuskerend.”