Op vind je het ware gezicht van de partij 41

Wel op de lijst, kansloos voor de Kamer. Dat zijn de echte gezichten van een politieke partij. Verbonden, betrokken, beschikbaar. „Ik zet me in waar ik nodig ben.”

Met deze mensen kun je een land besturen, denk je na een rondje bellen. Ze zijn dienstbaar, betrokken én bescheiden: de nummers 41 op de kandidatenlijsten.

Meestal komen alleen de eerste twintig van de lijsten van de politieke partijen aan het woord. En de allerlaatsten. Maar wat zit daartussen, in de onverkiesbare grijze zone tussen Kamerlid en lijstduwer? Deze mensen staan wel te flyeren op de markt in Deventer, maar komen zelden in de krant.

Hoog tijd om af te zakken.

Waarom nummer 41? Dat is bij deze verkiezingen voor alle partijen een onverkiesbare plek. Evenmin vind je er het selecte gezelschap partijprominenten dat op de laatste plaatsen staat. Op nummer 41, denken we, vind je het ware gezicht van de politieke partij. De eerste twintig namen zijn het gezicht na de make-up: accenten op de gunstige trekken, een kwast over de wat mindere puntjes. Samen een opvallend, aantrekkelijk geheel. Maar over nummer 41 is de poeder nog niet heengegaan.

We bellen met nummer 41 van het CDA, Jan Eerbeek (64), en nummer 41 van de SP, Hans Martin Don (52). Twee mannen, beiden niet meer jong. Allebei werken ze voor de onderkant van de maatschappij. Don is directeur van het Leger des Heils in Limburg en Noord-Brabant. Eerbeek is hoofdgevangenispredikant en oprichter van stichting Exodus, die ex-gedetineerden opvangt.

Eerbeek had zichzelf aangemeld bij de kandidatencommissie, hij wilde wel de Kamer in. „Maar ik vind deze plaats prima. Ik stel mij beschikbaar voor de partij. Ik zet me in waar ik nodig ben.”

Politiek is voor mij een roeping, zegt hij. „Politiek betekent dat je een stem geeft aan wat de samenleving nodig heeft. In mijn geval is dat voor mensen die zelf geen stem hebben.” Zoals gedetineerden en eenzame ouderen, „ook een enorm probleem”.

Hans Martin Don werd zelf gebeld door de SP, met de vraag of hij op een verkiesbare plek wilde staan. De vraag kostte hem twee slapeloze nachten. Hij heeft genoeg ervaring, zegt hij, hij was jaren wethouder in Eindhoven. En zijn handen jeuken wanneer hij de politiek van incident naar incident ziet struikelen. „Ik heb jaren in een tbs-kliniek gewerkt. Als er één tbs’er niet terugkomt, eist de Kamer gelijk op hoge poten dat niemand meer op verlof mag. Dan denk ik: doe toch niet zo hoogdravend, geef mensen in het veld de ruimte.”

Maar Don vroeg toch om een onverkiesbare plek. „Ik heb twee kinderen, eentje woont nog thuis. Ik ben jaren niet thuis geweest toen ik wethouder was. Dat hoor ik nog vaak van mijn vrouw, dat speelt ook mee. En het Leger krijgt veel extra werk op zich af. Nu kan ik echt iets voor elkaar krijgen. Moet ik dan het mes in het varken laten staan omdat Den Haag roept?”

Het Haagse wereldje trekt hem ook niet zo. „Mensen praten zo vlug in Den Haag. Ze zijn zo gevat. En de boodschap is zo vluchtig. Ik ben ook best gevat hoor, maar of dat een voordeel is? De mensen knappen er op af.”

Waarom wil hij dan überhaupt op de kandidatenlijst? „Ik heb een zekere naamsbekendheid doordat ik wethouder was. Je drukt ermee uit dat je je verbonden voelt.”

Eerbeek van het CDA gaat als nummer 41 aandacht vragen voor de punten die hij zelf belangrijk vindt: maatschappelijke uitsluiting, mensen in de marge. Dat kan beter nu hij op de lijst staat, denkt hij, dicht bij waar het beleid wordt gemaakt.

Nummer 41 van de ChristenUnie, André Oldenkamp (46), heeft ook geen brandende ambitie om in de Kamer te komen. Vorige keer stond hij op 14, dit keer wilde hij nog lager. Hij is net een eigen adviesbureau begonnen voor water en duurzaamheid – denk getijdenenergie en duurzame woningbouw. Daar heeft hij het druk genoeg mee. En hij zit al in de gemeenteraad, waar hij alcoholmisbruik onder jongeren bestrijdt.

We bellen met nummer 41 van D66, Robert van Asten (33), en nummer 41 van de PvdA, Duco Hoogland (27). Ze zijn jong, ambitieus en willen wel graag de Kamer in. Ze zijn ook allebei al politiek actief. Hoogland is assistent van de Rotterdamse wethouder Hamit Karakus en heeft als „links geluid” bij omroep Wakker Nederland een radiocolumn. Van Asten is naast zijn baan als belastingjurist voorzitter van de Haagse D66-afdeling.

Ze zijn een beetje teleurgesteld met hun plek, al drukken ze dat heel voorzichtig uit. Van Asten: „Ik ben blij, al is het natuurlijk jammer dat je lager staat. Maar ik snap het wel. En ik zit prima in mijn baan.”

Hoogland: „Ik ben blij met deze plek. De volgende keer gaat het gebeuren.”

Of hij teleurgesteld is? „Als je solliciteert, dan ambieer je in de Tweede Kamer te komen. Nummer één staat vast, dus iedereen streeft ernaar nummer twee te worden.”

Hij heeft al veel politieke ervaring in de Rotterdamse gemeenteraad waar hij jaren in zat, zegt hij. „Als je ’t in Rotterdam aankunt, kun je het overal aan.” Maar waarom dan die plek? Wat motiveerde de kiescommissie? „Dat is iets tussen de kiescommissie en mij. Het was voor hen een ingewikkelde puzzel met veel geschikte kandidaten.” Hij mocht wel mee op het weekeinde van nummer één tot veertig.

Van Asten van D66 begrijpt wel dat ze met Koolmees en Verhoeven genoeg economische en bedrijfskundige kennis bovenin de kandidatenlijst hebben. „Ik ben belastingjurist, mijn achtergrond verandert niet. Als er meer interesse komt in fiscaliteit, dan maak ik kans op een hogere plek. Nu is het belastingdebat weggevallen.”

Van Asten gaat meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag. „Ik sta te popelen om op het Spui aan de slag te gaan. Over vijf jaar zou ik wel graag de Tweede Kamer ingaan. Ik ben nog maar 33, ik ga nog niet met pensioen.”

Of nummer 41 van VVD, Ingrid de Caluwé (45), zich ook in haar lot kan schikken, weten we niet. Ze zit nu in de Kamer, en straks wellicht niet meer. Maar ze wil niet meewerken aan dit artikel. En ze wil ook niet zeggen waarom ze niet mee wil werken.

Wat gaan de andere nummers 41 nu doen?

Ze blijven actief in de lokale politiek, houden hun baan en gaan campagne voeren, net als de nummers bovenaan. De rest van de lijst is ook belangrijk, zegt Van Asten van D66. „Je bent kandidaat, dan maakt het voor mensen niet meer zo uit welk nummer.”

Van Asten gaat proberen mensen te overtuigen actief te worden, als lid of als stemmer. Hoogland gaat meedoen met de campagne voor een eerlijker economie en meer banen. „Daar heeft de PvdA ideeën voor.” Hij ziet om zich heen dat mensen het zwaar krijgen. „Daarom wil ik in de politiek.”

Eerbeek doet ook volop mee aan de landelijke campagne voor het CDA. „Ik ga met de CDA-bus het land in en ik heb een eigen website.” Hij wil het hebben over de groeiende eenzaamheid onder ouderen. „Daar wil ik straks in de nieuwe fractie ook aandacht voor vragen.”

Er is ook een nummer 41 die helemaal blij is met zijn plek. De nummer 41 van GroenLinks, Pascal ten Have, vindt het een eer. „Het is een van de mooiste plekken”, zegt de student bos- en natuurbeheer, en hij verwijst naar Jan Wolkers die ooit lijstduwer voor de Partij voor de Dieren was.

Als oud-voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond heeft hij enige bekendheid onder studenten, denkt hij. Daarom staat hij op de lijst. „Ik heb me met hart en ziel ingezet voor toegankelijk onderwijs.”

Hij wil nog lang niet de Kamer in. „Ik moet eerst nog vijftien jaar levenservaring opdoen.”

Zoals de komende weken, als hij voor de partij het land ingaat. Wat hij daarvan verwacht? „Meedoen met het debat, en de campagne. Over onderwijs, jongeren aanspreken. Waar ze me nodig hebben.”