Liefde in tijden van dyspneu

Tv-series uit de jeugdjaren laten sterke herinneringen na. In een serie op dinsdag kijken redacteuren terug. Ward Wijndelts leerde van Medisch Centrum West over ziektes en liefde.

Het begon al in de bus naar school, op die woensdagochtenden in 1988. Als buslijn 179 zich langs het Hoofddorpplein wurmde, in de richting van het Amsterdamse Montessorilyceum, voerde ik met mijn klasgenoten – 13 en 14 waren we – verhitte gesprekken. Het onderwerp: de nieuwe aflevering van Medisch Centrum West, de ziekenhuisserie van TROS die sinds februari op dinsdagavond werd uitgezonden.

Elke aflevering kwam er wel een discussiewaardige maatschappelijke kwestie aan bod. De euthanasie die zuster Reini en dokter Jan plegen op een uitbehandelde patiënt, het incestverleden van zuster Suzanne of de aidsmopjes van chirurg Simon Neerings. Daarnaast was de serie een feest van relationele verwikkelingen. De man van zuster Irene die overspel pleegt, zuster Ingrid die ongepland zwanger wordt en de moeizame relatie tussen een blinde diabetespatiënt en diens zoon; we hadden aan een half uur vaak niet genoeg en zetten de gesprekken voort op het schoolplein, alwaar niet alleen onze klas, maar de hele school er vol van was.

Een van ons, zijn moeder was verpleegkundige, wist feilloos de medische termen uit de aflevering te reproduceren: zo herinner ik me nog het ‘subduraal hematoom’ (de arme zuster Irene Verdonk kreeg zo’n bloeding onder haar schedel), de ‘respiratoire dyspneu’, en de ‘lupus erythematodes’.

Deze ‘proto-professionalisering’, zoals Bram de Swaan de groeiende kennis van medische termen bij het volk ooit muntte, kreeg door Medisch Centrum West een aardig zetje. „Gezondheidsvoorlichting in een succesvolle dramaserie wordt opgemerkt en geeft stof tot nadenken en napraten”, stond in 1994 te lezen in het Tijdschrift Gezondheidsvoorlichting. Uit een representatieve steekproef onder Nederlanders in opdracht van de Nederlandse Hartstichting bleek dat een kijker van MCW beter op de hoogte was van de oorzaken van hartklachten. De deal die de Hartstichting met de serie had gesloten, om aandacht aan hartproblemen te besteden, had dus effect. En nog steeds werkt MCW door. In een interview met de Volkskrant beschreef de Nederlands-Marokkaanse acteur Nasrdin Dchar hoe zijn hypochondrie begon: „Toen ik een jaar of 8 was. In die tijd keek ik veel naar Medisch Centrum West, die ziekenhuisserie. Een jongetje daarin kreeg last van bloedneuzen, bleek leukemie te hebben en ging dood. Toen ik zelf bloedneuzen kreeg, dacht ik dus meteen dat ik leukemie had.”

Hoewel Medisch Centrum West door televisierecensenten met dedain werd behandeld, is het een misverstand dat de serie niet interessant werd gevonden door de intelligentsia (ook buiten de eerder genoemde vwo-scholieren). Een grote fan van de serie, PvdA-huisarts Rob Oudkerk, schreef in seizoen 1992-1993 voor Het Parool een wekelijks feuilleton over de effecten op het gezondheids- en ziektegedrag van de kijkers. Zijn analyse: „Je had je nog geen minuut voor het scherm genesteld of je zat meteen tot je kruin in gezondheidszorgproblematiek van de eerste orde. Lekker ontspannen onderuit zakken was er niet bij.”

Sommige wendingen in het scenario wekten de toorn van publicisten. Zo was er de internist Victor Brouwer (gespeeld door Bram van der Vlugt), die op een bepaald moment zegt dat medisch handelen pas zin heeft als de patiënt erin gelooft. Als hij kanker krijgt, maakt hij op verzoek van zijn echtgenoot tekeningen van de kwaadaardige cellen: hij hoopt zo te genezen. Het was publiciste Karin Spaink die het gedachtengoed erachter genadeloos aan de kaak stelde. In een lezing in 1992 zegt Spaink: „De redenering is simpel: ziekte is het wandelend bewijs van geestelijke tekortkomingen. U lijdt niet aan een ziekte, u lijdt aan u zelf.”

Het leverde een klein relletje op, maar een jaar later zette de scenarist het binnen de serie weer recht, door dokter Brouwer te laten uitroepen: „Als je echt bloedkanker hebt, kan je dat echt niet genezen met positief denken.”

Hoogtepunten waren de momenten waarop de medische problematiek zich mengde met de relationele. Zo kreeg dokter Jan van de Wouden (Marc Klein Essink) in het eerste seizoen een relatie met zuster Ingrid van der Linden (Annemieke Verdoorn). Zij wordt zwanger, maar Jan leeft in de overtuiging dat hij onvruchtbaar is en verdenkt Ingrid ervan bezwangerd te zijn door een jaloerse verpleger. Historisch is het moment dat hij de uitslag van zijn spermaonderzoek krijgt en bij de informatiebalie – de jaloerse verpleger luistert mee – tegen Ingrid zegt: „Ja, ik vind het een beetje gênant om te zeggen, maar ik produceer dus zaadcellen.”

Het fijnste personage in de serie is dokter Eric Koning (prachtige rol van Rob van Hulst). Jan van de Wouden en hij willen beiden graag ‘chef de clinique’ worden, Eric gaat daarbij – verteerd als hij is door ambitie – over lijken. Erics verraad in de euthanasiekwestie kost de ‘moeder’ van de afdeling, zuster Reini, bijkans haar baan en Erics pogingen tot chantage zorgen ook voor een hoop extra stress bij de aan pillen verslaafde weduwnaar-chirurg Simon Neerings.

Wie het eerste seizoen nu terugkijkt, zal zien dat de komische intermezzo’s van het vaste patiëntenduo vandaag de dag nog steeds geestig zijn; de zwaarlijvige smulpaap Katrien (Marjolein Sligte) en de dementerende hysterica mevrouw Groen (Joekie Broedelet, de moeder van Remco Campert).

Medisch Centrum West kwam op televisie toen er drie netten waren. RTL Véronique zou pas een jaar later beginnen met commerciële televisie. Het andere aanbod op televisie bestond uit programma’s als Sonja op donderdag, St. Elsewhere (de eerste ziekenhuisserie op de Nederlandse televisie, uitgezonden door de NCRV) en Spijkerhoek. In die context trok Medisch Centrum West wekelijks miljoenen kijkers. De serie bleef mijn gehele middelbareschooltijd lopen. Een deel van de kijkers trok in de loop der jaren weg naar de commerciële omroep RTL4. Beverly Hills 90210, Baywatch: er zullen weinig Nederlanders rond de 35 zijn die nooit van deze series hebben gehoord. In februari 1994 trok de TROS na honderd afleveringen de stekker uit MCW. Er moest een dagelijkse soap komen om te concurreren met het commerciële Goede Tijden, Slechte Tijden. Dat werd uiteindelijk Onderweg naar Morgen, waar het productieteam van Medisch Centrum West aan meewerkte en waar later ook zuster Ingrid (actrice Annemieke Verdoorn) haar opwachting maakte.

Voor de schooljongens van 17, 18 die wij inmiddels waren, was de serie al een tijdje wat minder interessant. De verhaallijnen werden steeds absurder (bommen, ontvoeringen) en de komst van series als Bij nader inzien (1991) van Frans Weisz, maakte ons duidelijk dat er nog een hele wereld te ontdekken viel.

Ward Wijndelts

Dit is de laatste aflevering van een serie van acht artikelen.