Indianen willen nepverdrag vieren

Een indiaans volk uit de staat New York wil in augustus 2013 vieren dat het vier eeuwen geleden een verdrag sloot met Nederlanders. Maar de tekst is een vervalsing.

In de Verenigde Staten is een oude vervalsingskwestie opgerakeld. Aanleiding is de viering van het oudste verdrag tussen Europese (Nederlandse) en indiaanse (Irokese of Onondoga) handelaren. Dit verdrag, dat de Onondoga betitelen als de ‘grootvader van alle verdragen’, is gedateerd op 21 april 1613. Het is in het Nederlands geschreven op twee stukken huid en ondertekend door de Nederlandse handelaren Jacob Eelckens en Hendrick Christiaenssen. En door vier Irokese hoofden: GarhatJannie, Caghneghsattakegh, Otskwiragerongh en Teyoghswegengh. De openingswoorden luiden ‘Hier op Tawagonshi...’

De Onondaga, één van de zes stammen van de Irokese confederatie, willen met de 400ste verjaardag van het verdrag in 2013 groots uitpakken. Er zijn sponsoracties gestart en in de eerste week van augustus is vier dagen geoefend op wat volgend jaar de grootste attractie moet worden: een ceremoniële kanotocht over de Hudson naar New York City, waar de aankomst is gepland op 9 augustus 2013, de internationale Dag van de Inheemse Volken.

Maar nu wordt er roet in het eten gegooid. Onlangs wees Syracuse.com, de nieuwsvoorziening van Centraal New York, op het dubieuze karakter van het contract (http://nrch.nl/gv7). De verdragstekst is in 1968 gepubliceerd in The Indian Historian door Lawrence G. van Loon. Omdat uit deze vroege kolonisatieperiode geen enkel verdrag tussen Europese handelaren en Noord-Amerikaanse indianen bekend was, leidde de publicatie tot enige beroering. Al meteen waren er ook twijfels over de echtheid van het verdrag.

In 1987 viel het zogenoemde Tawagonshi-verdrag definitief als vervalsing door de mand: Charles T. Gehring, directeur van het New Netherland Project van de New York State Library, en de hoogleraren antropologie William A. Starna en William N. Fenton toonden in een vernietigend artikel aan dat het document niet in 1613 is geschreven, maar ergens in het midden van de twintigste eeuw. Al eerder was vastgesteld dat de namen van de hoofden eigenlijk Irokese plaatsnamen zijn.

Van Loon (1903-1982), die als eerste het contract onder de aandacht bracht, gold lang als autoriteit op het gebied van het Nederlands in de VS. Hij was huisarts en nazaat van een zeventiende-eeuwse Vlaamse immigrant. Hij studeerde enige tijd in Nederland en zijn eerste vrouw, Grietje Prins, kwam uit Aalsmeer. In 1938 publiceerde hij Crumbs from an Old Dutch Closet: The Dutch Dialect of Old New York bij Martinus Nijhoff. Hierin beschrijft hij de laatste resten van het Nederlands dat in de 17de eeuw in de VS was geplant en daarna van generatie op generatie was doorgegeven. Hij beschouwde zichzelf als ‘wellicht de laatste spreker’. In 1939 publiceerde Van Loon over het onderwerp in de Nederlandse tijdschriften Onze Taaltuin en Eigen Volk. Sinds 1985 is in een reeks artikelen vast komen te staan dat alle publicaties van Van Loon onbetrouwbaar zijn. Familieleden vertelden dat op familiefeestjes hartelijk om zijn zelfgefabriceerde Nederlandse teksten werd gelachen.

Maar is dat reden om de viering in 2013 te annuleren? De Onondoga vinden van niet. Zij beweren dat hun mondelinge overlevering en een kralengordel (wampum) bewijzen dat er in 1613 wel degelijk een contract is gesloten. En zij beschuldigen Gehring en Starna (Fenton is inmiddels overleden) van anti-Irokese sentimenten. Zo krijgt een oude vervalsing een venijnig staartje.