Ik sport dus ik denk

We sporten om van de vetrollen af te komen. Maar ongemerkt trainen we ook ons brein: beweging heeft positieve effecten op de hersenen. Waarom alle sport een denksport is.

Twee honderdsten van een seconde, dopingschandalen, medaillespiegels en finalestress. Het ging deze zomer over niets anders dan sport, over de ultieme fysieke prestatie, over leven voor het lijf. Nu het EK, de Tour en de Olympische Spelen zijn afgelopen, is de arena weer aan de amateursporter, de gewone mens. Geïnspireerd door de topsporters rukken we ons los van de televisie en slepen we onszelf naar de sportschool. We zweten voor een betere conditie, een spierbal meer of een vetrol minder. Maar wat we niet merken, is dat we tegelijkertijd ook ons hoofd trainen.

Dat sporten gezond is voor het lichaam spreekt bijna voor zich. Niet alleen worden je spieren sterker, het is ook goed voor je hart en het zorgt ervoor dat je immuunsysteem beter functioneert. Mensen die regelmatig bewegen hebben minder kans op ziektes, uiteenlopend van kanker tot suikerziekte. Tot zover weinig verrassends. Maar wat gebeurt er in de sportschool eigenlijk met de hersens? In hoeverre volgt het gezegde ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ een causaal verband, en profitereren de heresens van lichamelijk afbeulen?

We weten dat sport tegen stress werkt, en symptomen van zowel depressie als angststoornissen verlaagt. Vandaar dat psychiater Bram Bakker fervent voorstander is van de ‘running-therapie’; geregeld hardlopen lijkt even heilzaam te zijn als antidepressiva. Bovendien is er steeds meer bewijs dat beweging je hersens beschermt tegen verwoestende ziektes als parkinson en alzheimer. Zo hebben mensen die regelmatig sporten een derde minder kans om als zeventiger alzheimer te ontwikkelen. En geen zorgen als je tot je zestigste aan een stoel zat vastgeplakt: ook als je dan begint met sporten zal je de kans op de Almachtige Vergetelheid verkleinen.

Wanneer je sport, gaat je hartslag omhoog en wordt de bloedtoevoer naar je hersens opgevoerd. Daardoor is er opeens meer zuurstof en glucose beschikbaar. De hersencellen hebben dan meer energie om uit te putten en kunnen beter functioneren. Bovendien worden ontstekingen geremd en vermindert oxidatieve stress, de veroorzaker van veel hersenleed. Tot slot worden bij het sporten ook bepaalde chemische stoffen uitgescheiden die zelf weer de bloedsomloop stimuleren. Een positieve spiraal dus.

Goed, dus we zouden niet alleen moeten sporten om fatsoenlijk in badpak te kunnen flaneren over de camping in Zuid-Frankrijk, maar ook om onze hersens te verzorgen: sporten verbetert het vermogen van de hersens. Als je ratten bijvoorbeeld een tredmolen geeft, zodat ze zich het leplazarus kunnen rennen, blijken ze een beter geheugen te krijgen dan hun stilzittende broertjes. Ook de cognitieve vermogens van mensen blijken te verbeteren na een aantal weken regelmatig trainen.

Nou is het nog voor te stellen dat je ruimtelijk inzicht zich ontwikkelt door te voetballen, of dat je beter wordt in het snel nemen van beslissingen op basis van zo veel mogelijk informatie. Maar hoe kan je geheugen er op vooruitgaan als je drie keer per week een rondje door het park rent?

Door te bewegen kun je de groei en ontwikkeling van hersencellen stimuleren. Wanneer je sport, verbruiken je hersens energie in gebieden die belangrijk zijn voor het denken en het geheugen: de frontale cortex en de hippocampus. Dat is op zichzelf niet zo wonderlijk – er moet immers van alles geregeld worden voordat je de goede voet voor de ander kan zetten en een bal in het doel wil schoppen. De truc zit hem in wat er daarna gebeurt met het cerebrale energiehuishouden.

De energievoorraad van het brein wordt, net als in de spieren, na een periode van inspanning weer aangevuld. Uit studies bij ratten is gebleken dat er hierbij in de hersens een soort overcompensatie van de verbruikte energie plaatsvindt. In de hersengebieden die betrokken zijn bij het leren en het geheugen, wordt zelfs tot 60 procent extra energie opgeslagen. Dit effect verdween na een dag als de ratten eenmalig op de tredmolen waren neergekwakt, maar was blijvend wanneer ze aan een langdurig trainingsschema waren onderworpen. Hun brein was gegroeid.

Oftewel: door te sporten train je je hersens om meer energie op te slaan, waardoor het aantal neuronen in bepaalde hersengebieden kan toenemen en je denkvermogen verbetert. En dit geldt niet alleen voor jonge, fitte mensen: ook bij ouderen zorgt beweging voor grotere hersens en een beter geheugen. Al die bejaardenclubjes in China die ’s ochtends vroeg fanatiek aan Kung Fu doen, zorgen dus niet alleen voor lagere ziektekosten, maar ook voor het behoud van kennis. Ze zweten voor ons menselijke erfgoed.

Onze hersens werken dus als een spier die je kunt trainen. Kan je je intelligentie dan ook oppompen? Moeten we alle basisscholen in sportscholen veranderen en onze kinderen alleen nog maar laten hockeyen? En als dat zo is, waarom zijn nerds dan vaak het slechtst in gymnastiek en wat doet Johnny Heitinga verkeerd?

Intelligentie kun je niet oppompen. Het is een aangeboren eigenschap en deels genetisch bepaald. Als je geen aanleg hebt, zul je door simpelweg veel te sporten nooit een Einstein worden. Maar het is wel een rekbaar begrip. Terwijl je je spieren traint, groeien je hersens stiekem mee. En ook op het moment dat de sportieveling niet sport, werken de positieve effecten door op zijn denk- en leervermogen. Het effect hiervan is goed zichtbaar. Kinderen die regelmatig bewegen, scoren hoger op wiskundetesten dan hun niet-sportende medescholieren, en hebben zelfs een hoger IQ. Bij topsporters is dit effect overigens nog niet bewezen, en zeer intensieve inspanning zou zelfs nadelig kunnen zijn voor de hersens doordat de spieren alle energie opeisen.

We doen er dus goed aan om studie en beweging niet als tegenovergestelde zaken te zien. Denk de volgende keer dat je in het kader van studieontwijkend gedrag een uurtje gaat voetballen of naar bikram yoga gaat, niet dat je je intellect vergooit of beter had kunnen gaan schaken. Wie slim is, doet aan sport.

Brankele Frank (25) is neurobioloog en geeft les aan de Universiteit van Amsterdam.