Het was niet alleen: jippie kijk ons invloed hebben

De SGP is meer dan ooit geraadpleegd door het kabinet-Rutte, zegt partijleider Kees van der Staaij. „Als het verkeerd uitpakt, kun je ook de schuld krijgen. Het was erg intensief.”Eerste van een reeks gesprekken met lijsttrekkers.

Illustratie Sebe Emmelot

Door onze redacteuren

en

Kees van der Staaij op De Achterbank. Als er één beeld is dat de invloed van de Staatkundig Gereformeerde Partij op het landsbestuur de afgelopen twee jaar samenvat, dan is het dat wel.

Op een dag ergens half april, middenin het Catshuisoverleg over aanvullende bezuinigingen voor 2013, sprong Kees van der Staaij op het Binnenhof in de dienstauto van premier Rutte. Er waren geen journalisten in de buurt, maar een stagiair zag het gebeuren en zette het op Twitter. Binnen een half uur wist tout politiek Den Haag van het ritje met de minister-president.

De dienstauto ging op weg, vertelt Van der Staaij nu, naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van vicepremier Verhagen. Op Van der Staaijs initiatief, zodat VVD, CDA en PVV alvast wisten dat hun plan om een miljard euro te korten op ontwikkelingssamenwerking niet op steun van de SGP zou kunnen rekenen.

„Het was gewoon de handigste manier om onopvallend het ministerie binnen te komen. Ik zou lopend zijn gegaan, maar toen stelden ze voor dat ik even zou instappen. Tja, over de inhoud denk ik altijd eindeloos na. Ik spreek met zoveel mensen en slaap er nog eens drie nachten over. En dit liep gewoon zo.”

De afgelopen twee jaar

Heeft de SGP ooit zoveel macht gehad als in de afgelopen twee jaar?

„Nee. We zijn in deze periode meer dan ooit geraadpleegd door het kabinet. Als een van de weinige partijen waren we bereid om mee te denken, dus was onze invloed groter.”

Vond u het daarom spijtig dat het kabinet viel?

„Ja, wat ons betreft had het langer mogen duren. Aan de andere kant: niemand had voorspeld dat zo vaak in de richting van de SGP gekeken zou worden. Dus wie weet wat voor moois er in de toekomst nog kan gebeuren.”

Hoe voelde het om zoveel te zeggen te hebben?

„Tja, hoe voelde het… Het was niet alleen maar: jippie, kijk ons eens eventjes invloed hebben! Ik vond het een behoorlijke verantwoordelijkheid. Als een minister tegen je zegt: weet je dat jullie de doorslag kunnen geven, dan krab je je eens extra achter de oren. Als het verkeerd uitpakt, kun je ook de schuld krijgen. Het was buitengewoon intensief.”

Hoe verliep uw contact met het kabinet?

„We hebben gelijk gezegd: het lijkt ons niet wijs om ons aan een heel regeerakkoord te binden. Niet zomaar tekenen bij het kruisje.

„We waren ons ervan bewust: als je het onderste uit de kan probeert te krijgen, kun je het lid op de neus krijgen. Maar het kabinet wist welke punten voor de SGP zwaar wogen, en als er geen grote urgentie was, zouden ze die punten laten rusten. Als SGP hechten we er zeer aan onszelf te blijven, dingen niet wheelend en dealend weg te geven. Dat is ons handelsmerk.”

Stak het u dat er een beeld ontstond dat het landsbestuur was overgeleverd aan een klein clubje christelijke fundamentalisten?

„Ik keek er soms met zorg naar. Want wordt het niet lastiger om dingen voor elkaar te krijgen als alles onder een vergrootglas ligt? Aan de andere kant was ook wel prettig dat Alexander Pechtold van D66 onze pr verzorgde door te laten zien wat we allemaal voor elkaar kregen; als hij weer klaagde dat er zo weinig vooruitgang was op medisch-ethische punten.”

Had u er meer uit kunnen halen?

„Ik ben tevreden. Ik geloof niet dat wij bijzondere kansen hebben laten liggen.”

Waar ik voor sta

Terwijl we in de grootste financiële crisis in tachtig jaar zitten, legt uw programma nadruk op zaken als huwelijk, abortus en immigratie. Waarom?

„Omdat die ons onderscheiden van andere partijen. Natuurlijk valt er met ons over te praten of ergens 70 of 100 miljoen bezuinigd moet worden. Daar kunnen we concessies doen. Maar op die ethische onderwerpen willen we staan waarvoor we staan – tegen de hoofdstroom in. Dit programma zegt nadrukkelijk: we blijven wie we zijn.”

Was het nodig om na twee jaar gedogen aan uw achterban duidelijk te maken: onze standpunten over abortus en islam zijn niet veranderd?

„Er waren geen zorgen waar ik aan tegemoet moest komen. Die wilde ik liever voor zijn.”

Deze zomer besliste het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, in navolging van de Hoge Raad, dat uw partij vrouwen op uw kieslijst moet toelaten. Hoe hard is dat bij u aangekomen?

„Het was natuurlijk teleurstellend dat die uitspraak van de Hoge Raad intact is gebleven. Het kabinet is nu aan zet. Maar wij gaan ons ook beraden op de consequenties van de uitspraak.”

Is het geen tijd om te zeggen: goed, als vrouwen die ambitie hebben, mogen ze politiek actief worden?

„De zaak is gejuridiseerd, dat heeft het voor ons lastig gemaakt. Het is nu moeilijk om geloofwaardig te bewegen. Afgelopen jaren konden vrouwen steeds meer betrokken raken, bijvoorbeeld door lid te worden. Omdat we daar goed over nadachten, en op grond van onze uitgangspunten zeiden: ja, dit is verdedigbaar. Maar hoe geloofwaardig is het om nu te zeggen, goed, we hebben er nog een nachtje over geslapen en het kan wel? De druk van buitenaf zorgt ervoor dat onze mensen hun hakken in het zand zetten. Binnen de SGP zeggen mannen én vrouwen: dit is iets waar we zélf over gaan.”

Dus zonder die rechtszaak van het Clara Wichmann-fonds had u allang vrouwen op de lijst?

„Dat vind ik te sterk. Het is echt niet zo dat er bij ons niets verandert. Maar hoogopgeleide SGP-vrouwen voelen zich juist denigrerend behandeld door organisaties die niets met de SGP te maken hebben en wel eens even voor hen zullen opkomen. Zij hebben ook hun trots. Ze zeggen: wij kunnen onze eigen boontjes wel doppen, daar hebben we echt geen Clara’s voor nodig. Die aanpak is onverstandig en ongelukkig: klassieke vrijheden worden opgegeten door een fanatiek gelijkheidsdenken.”

Na 12 september

Gaat u na de formatie terug naar het ‘normale’ Kamerwerk, na uw bijzondere gedoogrol?

„Dat is lastig te zeggen. Het klinkt als een vreselijke open deur, maar geen regeerperiode is meer hetzelfde. De enige trend is dat grote partijen kleiner worden en kleine partijen relatief groter. Vroeger waren wij dertig keer zo klein als de grootste partijen, nu nog maar vijftien keer.

„In formaties zie je niet een paar grote partijen de boel regelen; het is totaal onvoorspelbaar welke partijen voor een meerderheid kunnen zorgen. Kabinetsvorming is diffuser dan ooit.”

Bent u bereid om straks echt mee te regeren?

„Ik heb geen hoge pet op van kleine partijen die landelijk verantwoordelijkheid nemen voor een regeerakkoord. Met een paar zetels kun je maar beperkt invloed uitoefenen. Terwijl je wél verantwoordelijk bent voor het totaal. Het tast makkelijk je geloofwaardigheid aan, als je zaken moet verdedigen waar je niet voor bent.”

Maar u sluit niet uit dat de SGP ministers levert?

„We lopen er niet op voorhand voor weg, maar ik ben er ook niet gretig op uit. Dat werkt vaak negatief: je onderhandelingspositie wordt er niet beter van, je geloofwaardigheid ook niet. En als je achterban het SGP-geluid van groot belang vindt, over bescherming van het leven, is het nóg weer lastiger om dingen gerealiseerd te krijgen.”

Dat heeft iets vrijblijvends.

„Het is geen gemakzucht. Hoe groter we worden, hoe geloofwaardiger regeringsdeelname zou zijn. Ik merk een positieve houding tegenover de SGP. Bijvoorbeeld over ons Europese verhaal: er zijn weinig partijen met een rechtse oriëntatie die daarover een heldere lijn volgen. Mensen zijn dat jojo-beleid zat. Sta eens ergens voor, loop niet weg voor je eigen standpunten. Ik hoor dat mensen dat afgelopen tijd bij ons hebben gezien. En dat ze daarom zeggen: laat ik eens gek doen, en SGP stemmen.”