De Mac als stamkroeg voor jonge vrouwen

Terwijl in Egypte democratie en extremisme met elkaar strijden, reist Monique Samuel op een Nijlcruise door Zuid-Egypte. Er zijn bijna geen toeristen meer, maar ze mag er als vrouw nu wel een waterpijp roken.

Esna is een klein stadje op het platteland van Opper-Egypte ergens halverwege Luxor en Aswan. De stad is bekend om z’n grote sluis waar alle boten met een soort waterlift van het lagere deel naar het hogere deel van de Nijl worden getild (en vice versa) en vanwege de beroemde faraonische tempel die nog door de Romeinen voltooid is.

Normaliter meren de Nijlcruise-boten hier altijd aan en zwermen hordes toeristen over de kade. Nu haasten de schepen zich door de sluis en trekken door. Esna ligt op zo’n 1000 kilometer van de Egyptische hoofdstad Kairo. De stad is onrustig sinds de revolutionaire gebeurtenissen van de achttiendaagse opstand in januari-februari 2011 die resulteerde in de val van de oud-president Hosni Mubarak. De stedelingen en plattelandsbewoners hebben de kant van de revolutionairen gekozen. Net zoals in Edfu waar een veel indrukwekkendere faraonische tempel ligt.

Er vinden in deze stadjes regelmatig stakingen plaats en er zijn naar verluidt bendes actief. Baltigiyya, zoals ze in het Egyptisch worden genoemd. Ook in Aswan en Luxor klagen verschillende oude mannen over bendes van opgeschoten jongens tussen de 12 en 16 jaar, die hun kans grijpen om tegen alles en iedereen te rebelleren nu de Egyptische politie al anderhalf jaar vleuggellam is. Ik zie geen bendes, noch het bekende witte uniform van de politie. Zelfs de grote monumenten, zoals de Vallei der Koningen, of de Luxor Tempel, zijn vrijwel onbewaakt. De burgers moeten hun huizen, de straten, maar ook de nationale monumenten zelf beschermen. Het gevoel van veiligheid is bij veel burgers ver te zoeken.

Toch spreekt het gebrek aan anarchie voor de Egyptenaren. Gegeven het totale machtsvacuüm is het verbazingwekkend hoe stabiel en veilig Egypte is. De criminaliteit is ietsje toegenomen, maar diefstal komt nog steeds weinig voor. Mijn vriendin en ik worden niet lastiggevallen op straat. En ook de verkopers zijn minder opdringerig dan vroeger. Sinds de revolutie spreekt men over een ‘Nieuw Egypte’, een land met nieuwe waarden en principes. Onderdeel van het maatschappelijke debat is de behandeling van toeristen en buitenlanders. Er is een hernieuwde notie van Egyptische gastvrijheid en hoewel sommige verkopers nog steeds niet lijken te begrijpen wat ‘nee’ betekent, vind ik de behandeling van toeristen flink verbeterd ten opzichte van enkele jaren geleden.

Anderhalf jaar na de revolutionaire gebeurtenissen in Egypte en enkele dagen na de uitslag van de Egyptische presidentsverkiezingen reis ik door Zuid-Egypte. Mijn vervoersmiddel is een Nijlcruiseboot. Zo kan ik zien hoe het er met de gekwelde toeristenindustrie voor staat.

Slecht zo blijkt.

Alleen de Russen weten nog massaal de weg naar all-inclusive resorts te vinden. Daar, aan de party-kust van de Rode Zee, dansen blanke vrouwen met knappe donkere jongens en vloeien Heineken en wodka alsof het muntthee is. Je zou haast vergeten dat er in de Sinaï-woestijn een strijd gaande is tussen het Egyptische leger en extremistische groeperingen die azen op één groot Kalifaat met als hoofdstad Jeruzalem.

Op de Nijl is het echter stil. Sommige boten varen slechts met zes toeristen aan boord in plaats van de gebruikelijke 350 tot 500. De toeristenindustrie is een vitale levensader voor het zuiden van Egypte, waar amper industrie of een dienstensector te vinden is. De bevolking werkt in de landbouw (suikerriet, bananen en mango’s) of maakt en verkoopt souvenirs aan de miljoenen toeristen die de indrukwekkende tempels van het zuiden aandoen. Alleen Luxor al ontving vroeger zo’n twaalf miljoen toeristen in het hoogseizoen. Nu zijn het er een paar duizend. Schrijnender nog is het verlaten gezicht van de tempel van Aboe Simbel – Egyptes grootste monumentale wonder, aldus een recent artikel in National Geographic. Normaal kijken de indrukwekkende beelden van Ramses minzaam neer op de rijen toeristen die wegsmelten in de brandende zon. Nu zijn de grote vertrekken van de tempel leeg en dwaal ik door donkere verlaten gangen.

Terwijl ons drijvende suikerpaleis voor de sluis aan de kade van Esna aanmeert glippen mijn vriendin en ik van de boot. Het is twaalf uur ’s nachts, maar in de stoffige straten van de stad is het nog een levendige bedoeling. We kopen wat levensmiddelen en vragen de winkeleigenaar of we ergens wat kunnen drinken. Dat blijkt niet mogelijk. Esna kent geen restaurants en de koffiehuizen zijn uitsluitend bestemd voor mannen.

Gelukkig komt de koptische winkeleigenaar snel met een oplossing. Meneer Girgis laat de eigenaar van een nabijgelegen koffiehuis een tafel brengen en wijst ons op twee stoelen naast zijn winkeltje. Er wordt thee en zelfs een waterpijp geserveerd.

„Maar dat kan toch niet?”, vraag ik verbaasd. In Egypte is roken voor vrouwen een zeer ongepaste bezigheid, zeker op het platteland.

Meneer Girgis haalt z’n schouders op. „In het Nieuwe Egypte is iedereen vrij”, zegt hij met een grote glimlach.

En zo roken wij een waterpijp op de smalle stoep van de zanderige, drukke hoofdstraat. Ik weet zeker dat we de eerste twee vrouwen zijn die zo openlijk roken in deze stad. Langs ons zwenken brommers met daarop twee of drie mannen in blauwgrijze galabiyya’s (hemdgewaden). Sommige mannen kijken ons met zulke grote ogen aan dat ze bijna een botsing veroorzaken. Een groepje vrouwen (op dit uur lopen meisjes niet meer alleen) drentelt nieuwsgierig om ons heen. Tussen de sluiers en wapperende haren door worden ons blikken toegeworpen die het midden houden tussen jaloezie en verwondering. Spoedig zal er ook uit hun neuzen zoete rook kronkelen.

Mensen lopen op me af en willen weten wat ik van de revolutie vind en op wie ik gestemd heb. Zelf zweren ze bij Hamdeen Sabahi, de onafhankelijke socialistische kandidaat die derde werd in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen en vlakna de oud-generaal Ahmed Shafik en de Moslimbroeder Mohammed Morsi eindigde.

Over de nieuwe president Mohammed Morsi zijn de meningen verdeeld. Zijn recente beslissing om vrijwel het gehele leiderschap van de Hoge Raad der Militaire Strijdkrachten naar huis te sturen wordt door veel Egyptenaren goed ontvangen. Eindelijk zet Egypte een stap in de richting van een civiele democratische republiek. Maar er heersen ook twijfel en angst, zeker onder de kopten, die zich afvragen wie, nu de macht van het leger sterk is ingeperkt, de Moslimbroederschap nog controleert.

In de straten van Esna vind je geen salafisten of Moslimbroeders. Je ziet hoofddoeken en hier en daar een baardje, geen religieus fanatisme en wahabistische invloeden. Kopten en moslims leven vreedzaam naast en met elkaar. De sfeer in de stad is prettig. Tolerant.

En dat geldt nog meer voor Aswan, door UNESCO verklaard tot mooiste stad van Afrika en absoluut de bijzonderste stad van Egypte.

Hier leven Nubiërs en Arabieren, moslims en christenen, vrouwen en mannen in een harmonie samen die Noord-Egypte vreemd is. Opnieuw zijn de koffiehuizen voor mannen, maar tot diep in de nacht wemelt de straat van de vrouwen. De McDonald’s is verworden tot de stamkroeg voor jonge vrouwen. Ze bezetten het ruime terras, de balustrades en de gekoelde buik van dit fastfood-restaurant. Twee jaar geleden werd de McDonald’s nog door opgeschoten jongens bevolkt, nu zijn er maar twee mannen in de zaak. Op het toilet zijn de jonge vrouwen zich druk aan het optutten en schikken ze hun strakke shirtjes.

„Mag dit wel?” is mijn verbaasde vraag.

„Natuurlijk!” zegt een zestienjarig meisje met een ondeugende blik. „In het Nieuwe Egypte kan alles.”

Dat Nieuwe Egypte heeft nog een lange weg te gaan. Het zal zich niet ontwikkelen in het tempo en op de manier die het Westen graag zou willen.

Emancipatie met een hoofddoek zou ik het willen noemen. Revolutie met een ietwat conservatief, uniek-Egyptisch randje.

Monique Samuel (22) is politicoloog en auteur. Haar meest recente boek heet Mozaïek van de Revolutie: een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten (€19,90, De Geus).