De controle-illusie

Elke dag komt er even voor negen een man met een rode pet op een plein staan en begint wild te zwaaien met zijn pet. Na vijf minuten verdwijnt hij weer. Op een dag spreekt een politieman hem aan: „Wat doet u daar eigenlijk?” „Ik verdrijf de giraffen.” „Maar er zijn hier geen giraffen.” „Ja, ik doe mijn werk goed.”

Een vriend die met een gebroken been aan bed was gekluisterd, vroeg me voor hem bij de kiosk een lot te kopen. Ik streepte zes getallen aan, schreef zijn naam erop en betaalde. Toen ik hem de kopie overhandigde, zei hij knorrig: „Waarom heb jij het blaadje ingevuld? Ik wilde het invullen. Met jouw getallen win ik natuurlijk niets!” „Denk je echt dat je de balletjes kunt beïnvloeden door ze eigenhandig aan te kruisen ?” wierp ik tegen. Hij keek me niet-begrijpend aan.

In het casino werpen mensen de dobbelsteen zo krachtig mogelijk als ze een hoog getal nodig hebben, en zo zacht mogelijk als ze op een laag getal hopen. Dat is natuurlijk even zinloos als de hand- en voetbewegingen van voetbalfans, die net doen alsof ze zelf in het spel kunnen ingrijpen. Een illusie waar veel mensen last van hebben: de wereld willen beïnvloeden door goede gedachten (vibraties, energie, karma) uit te zenden.

De controle-illusie is de neiging te geloven dat we iets kunnen controleren of beïnvloeden waarover we objectief gezien geen macht hebben. De illusie werd in 1965 ontdekt door de onderzoekers Jenkins en Ward. De proefopstelling was eenvoudig: twee schakelaars en een lamp die aan of uit was. Jenkins en Ward konden instellen hoe goed of slecht schakelaars en licht met elkaar correspondeerden. Zelfs in de gevallen waarin de lamp volkomen toevallig aan en uit ging, waren de testdeelnemers ervan overtuigd dat ze door de schakelaar te bedienen het licht op de een of andere manier konden beïnvloeden.

Een Amerikaanse wetenschapper heeft de gevoeligheid voor ‘akoestische pijn’ onderzocht door mensen in een geluidskamer op te sluiten en de geluidssterkte steeds verder te verhogen, totdat de testpersonen met een gebaar aangaven het niet langer te verdragen. Er waren twee identieke geluidskamers beschikbaar, A en B – met één verschil, op de muur van kamer B zat een rode paniekknop. Het resultaat? Mensen in kamer B verdroegen duidelijk meer lawaai. De grap was dat de paniekknop het niet eens deed. Alleen de illusie was voldoende om de pijngrens te verhogen.

Wie als voetganger in Manhattan de straat wil oversteken en op de knop van het verkeerslicht drukt, drukt op een functieloze knop. Waarom is die knop er dan? Om de voetgangers te laten geloven dat ze de verkeerslichten kunnen beïnvloeden. Dan verdragen ze het wachten voor het licht aantoonbaar beter. Hetzelfde geldt voor de temperatuurregeling in kantoortuinen. Voor de een te heet, voor de ander te koud. Handige technici maken gebruik van de controle-illusie door op iedere verdieping een zogenaamde temperatuurregelaar op te hangen. Het aantal klachten loopt duidelijk terug.

Bankiers en ministers van Economie spelen op een compleet toetsenbord van placeboknoppen. Dat de knoppen niet werken, is al twintig jaar in Japan het geval en sinds een paar jaar in de VS. En toch laten we de ministers in de waan – en zij ons. Het zou voor alle betrokkenen onverdraaglijk zijn toe te geven dat de wereldeconomie een principieel onbestuurbaar systeem is.

En u? Hebt u uw leven onder controle? Waarschijnlijk minder dan u denkt. Geloof maar niet dat u een stoïcijnse Marcus Aurelius bent, die zichzelf in de hand heeft. U bent eerder de man met de rode pet. Concentreer u dus op de paar dingen die u werkelijk kunt beïnvloeden – en daarvan consequent alleen op de belangrijkste. Laat al het andere gewoon gebeuren.

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten.