De Bovenbazen (78)

Oplettend bekeek hij het voorwerp van alle kanten en toen stak hij het voorzichtig in zijn binnenzak.

‘Heel aardig,’ zei hij. ‘Een enorm kapitaal, hè? Hm, ik kan best iets gebruiken!’

‘Voorzicht!’ sprak de professor waarschuwend. ‘Ene ongehoorde kracht hoopt zich daar tesamen. Een jaar energie voor een grootstad steekt thans in uwe kleding!’

‘O,’ zei heer Bommel opschrikkend. ‘Ja, ja! Ik dacht al; het is wat zwaar.’

‘Dat is der blei,’ hernam de geleerde. ‘Doch nu iets anders. Ik zou gaarne tweemaal honderdduizend florijnen van u ontvangen. Voor de arbeiders van de Soliumwinning, vat u? Zij hebben het werk nedergelegd.’

‘Nedergelegd?’ herhaalde de energiemagnaat zonder begrip. ‘Waarom? Vinden ze het niet leuk meer?’

‘Leuk heeft ja gene beduiding,’ verklaarde de ander. ‘Het is het geld dat ene rol speelt. En in alle bedrijven is plots ene loonronde van tien procenten gegeven. Die willen zij ook hebben.’

‘Die loonronde was een stunt,’ zei de heer Steinhacker.

‘Ja,’ gaf de heer Grind toe. ‘De vakbonden stonden wel wat te kijken van die tien procent. Ze hadden er niet om gevraagd, hè? Een dure stunt, jongen.’

‘Och,’ zei aws glimlachend. ‘We halen het wel weer uit de consumenten.’