Braziliaans orkest maakt schade na de pauze goed

Klassiek

Robeco Zomerconcerten: Orkest São Paulo o.l.v Marin Alsop. Gehoord: 19/8, Concertgebouw Amsterdam. ***

Op het Brazilië Festival, vorig jaar in het Amsterdamse Concertgebouw, ontbrak het Orkest van São Paulo. Gisteren maakte het orkest alsnog zijn Amsterdamse debuut tijdens een Europese tournee o.l.v. de Amerikaanse Marin Alsop, de nieuwe dirigent van het orkest.

Alsop moet vooral het niveau omhoogbrengen in São Paulo, dat voor het orkest een klassieke concertzaal met 1.500 stoelen bouwde in de hal van een oud station. In The Guardian noemde een orkestlid vorige week de orkesten van Chicago, Berlijn en New York als voorbeelden. Dan is er nog wel wat werk te verrichten, want het Amsterdamse concert was wisselvallig.

Na de nauwelijks vijf minuten durende Abertura festiva (Feestelijke ouverture, 1971) van Camargo Guarnieri, klonk het Celloconcert van Dvorák, een favoriet van Alsop. Schetsmatig, soms hoekig in de fraseringen en slordig in balans en klank was de begeleiding van de Braziliaanse cellist Antonio Meneses. Het voormalige lid van het wereldberoemde Beaux Arts Trio raakte zelfs af en toe van slag.

Na de pauze leek alles anders. De Vierde symfonie van Tsjaikovski, extreem heftige muziek met overweldigende golven van wanhoop, kreeg een goede en aansprekende uitvoering. Tijdens een van de Braziliaanse toegiften bleek het orkest ook een big band met staande gespeelde soli.