Birma laat teugels censuur vieren

De Birmese regering heeft gisteren de perscensuur afgeschaft. Maar journalisten kunnen nog steeds zonder omhaal worden opgepakt, en hun publicaties verboden.

De regering van de Birmese president Thein Sein wekt tegenover zowel de eigen burgers als buitenlanders graag de indruk dat het land hard op weg is een volwassen democratie te worden. Met het besluit gisteren de perscensuur op te heffen, sinds 1964 van kracht, hoopt ze dat beeld te versterken.

Birmese journalisten verwelkomden het als een belangrijke stap. Niet langer hoeven ze hun artikelen vooraf te laten goedkeuren door de autoriteiten. Vorig jaar eindigde Birma nog op plaats 169 (van de 179) op de ranglijst voor persvrijheid van Reporters without Borders.

Maar velen uitten ook reserves. Net als bij eerdere hervormingen blijft de vraag of de regering nu echt bereid is de teugels te laten vieren. Veelzeggend is dat de Raad van de Censuur haar deuren nog niet sluit. Voortaan doet ze haar werk gewoon achteraf. Er blijven ook wetten van kracht die het mogelijk maken journalisten zonder omhaal op te pakken of publicaties te verbieden.

Dat laatste gebeurde vorige maand nog toen twee weekbladen, The Voice en The Envoy, tot ongenoegen van de regering speculeerden over een kabinetswijziging. En in juni werd na het uitbreken van de onlusten tussen de boeddhistische meerderheid en de islamitische minderheid van de Rohingya’s in de westelijke provincie Rakhine het blad Snapshot verboden. Dit had een foto afgedrukt van het lijk van een boeddhistisch meisje dat door Rohingya’s zou zijn verkracht en vermoord.

Het verspreiden van zulke afbeeldingen kon de animositeit verder aanwakkeren, meenden de autoriteiten. Niet geheel ten onrechte, gelet op de giftige commentaren op Rohingya’s die op internet begonnen te circuleren na publicatie van de foto.

De kwestie van de onlusten is uitgegroeid tot een lakmoesproef van het democratische gehalte van het hedendaagse Birma. Hoe gaat het land om met de minderheid van nog geen miljoen Rohingya’s?

Volgens de regering zijn er 80 doden gevallen, volgens andere schattingen een veelvoud daarvan. Zo’n 100.000 Rohingya’s, die door Birma niet worden erkend als staatsburgers ook al wonen ze vaak al generaties lang in Birma, hebben hun bescheiden woningen verloren en verblijven in kampen, vaak met weinig voedsel.

De regering stuurde in juni extra troepen naar Rakhine om de orde te herstellen. Dat lukte, maar naar verluidt traden de militairen, hoofdzakelijk boeddhistische Birmezen, harder op tegen Rohingya’s dan tegen lokale boeddhisten. Veel Birmezen beschouwen hen als illegale immigranten uit buurland Bangladesh.

President Thein Sein stond ook niet onbevangen tegenover de Rohingya’s in zijn land. Los de zaak maar op door hen naar andere landen over te brengen, opperde hij. Oppositieleider Aung San Suu Kyi, winnares van de Nobelprijs voor de vrede, heeft tot nu toe evenmin sympathie voor de Rohingya’s getoond.

Birma kreeg wel kritiek uit het buitenland, onder meer van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking. En de speciale VN-rapporteur Tomas Ojea Quintana riep op tot een onafhankelijk onderzoek naar de onlusten. Eind vorige week gaf de regering hieraan gehoor. Ze stelde een commissie in met gerespecteerde leden uit verschillende lagen van de samenleving. Half september al moet ze verslag bij Thein Sein uitbrengen.

Net als over de persvrijheid is inzake de Rohingya’s vaak moeilijk te bepalen of de regering, veelal voormalige generaals, werkelijk van goede wil is. Maakt ze slechts fouten door onervarenheid of is ze achter de schermen repressiever dan ze zich voordoet?

Ook de Birmese bevolking heeft overigens weinig oog voor de rechten van minderheden, vooral de Rohingya’s. Veelzeggend was een reactie van een anonieme lezer op een artikel van Priscilla Clapp, voormalig Amerikaanse zaakgelastigde in Birma, die het opnam voor de Rohingya’s. „Mevrouw Clapp, bemoei u met uw eigen zaken, nu we aankoersen op democratie. Wij Birmezen hebben veel werk te doen maar dat betekent niet dat we illegale Bengaalse immigranten moeten opnemen.”