Bevrijder met tirannieke trekken

Boerenleider Meles Zenawi, die in 1991 aan de macht kwam in Ethiopië, nadat het brute bewind van Mengistu was verdreven, ontpopte zich als een autoritaire keizer.

Meles Zenawi in zijn tijd als guerrillastrijder in 1991. Foto Koert Lindijer

Meles Zenawi was, zoals de Ethiopische cultuur voorschrijft, afstandelijk en beleefd. Maar na een interview kon hij ook recht voor zijn raap praten. „Ik ben een communist en heb geen reden dat te verbergen”, zei hij in 1990 als guerrillastrijder in een obscuur dorpje in de provincie Tigray op het moment dat het communistisch rijk ineenstortte. Later als premier in de hoofdstad Addis Abeba legde hij na een gesprek van drie uur zijn benen op tafel en zei: „Ik had zojuist de Franse ambassadeur op bezoek. Wat een klootzak is die man. Die westerse gezanten denken mij van alles te kunnen opleggen. Wil je nog een sigaret?”

Meles was niet de leider die het traditionele autoritaire machtsbestel heeft doorbroken, maar wel degene die het middeleeuws arme land voor het eerst op de weg naar economische ontwikkeling heeft gezet. Hij stelde zich op als een boerenleider die het op moest nemen tegen de stedelijke elite in Addis Abeba, maar ontpopte zich uiteindelijk als een autoritaire heerser in de keizerlijke traditie van Ethiopië. Terwijl liberale waarden in Afrika voet aan de grond kregen, bleef hij het land leiden als een wetenschappelijke socialist met strakke bestuursmethodes.

Voor Meles was de wereld een groot wetenschappelijk boek. Alles zou in orde komen als de door zijn partij uitgestippelde richtlijnen tot de letter zouden worden gevolgd. In mei 1991 verdreven de opstandelingen van zijn boerenbeweging het Tigrese Volksbevrijdingsfront (TPLF), het brute militair marxistische bewind van Haile Mengistu Mariam, uit de hoofdstad Addis Abeba. Maar de bevrijding werd slechts door een deel van de bevolking gevierd, de heersende groep van de Amhara stam stond niet te juichen voor de komst van „de boerenpummels uit het achterlijke Tigray”.

Bij de eerste demonstraties tegen Meles, daags na de bevrijding, schoten zijn strijders meer dan dertig betogers dood. „Het komt wel in orde”, vertelde de premier geruststellend, „de betogers zullen later begrijpen dat wij het gelijk aan onze kant hebben”.

Twee jaar na zijn machtsovername verkeerde Ethiopië nog in chaos. Op stambasis geformeerde rebellenbewegingen vochten in alle delen van het land tegen de „dominantie van de Tigreeërs”, een groep die slechts 5 procent van de bevolking uitmaakt. Zijn regering had een uniek model van etnisch federalisme ingevoerd om de stamtegenstellingen te laten bekoelen, maar deze etnische democratie leidde aanvankelijk juist tot verdeeldheid.

Voelt u zich soms niet een professor, met abstracte ideeën voor op de lange termijn, vroeg ik hem in mei 1993, staat u niet veraf van het gewone leven? „De ideeën komen juist van het volk”, antwoordde hij. „Het betreft heel simpele, logische ideeën. Het betekent gewoon: de boeren zichzelf laten zijn. Wat is het doel van democratie als het niets betekent voor het volk, als democratie alleen een speelbal is voor de elite. Hoe lager het niveau waarop het machtscentrum ligt, hoe beter.”

Zo wist Meles alles goed te praten. Hij was een bevrijder maar zijn bewind nam tirannieke trekken aan. De premier troonde als Haile Selassie, de keizer tegen wie hij op school en tijdens zijn studentenjaren zo hard had gevochten. Weinig landen in Afrika zijn zo repressief als Ethiopië. En de onderdrukking neemt toe. Terwijl de rest van het continent moderniseert, lijkt Ethiopië terug te keren naar vroegere tijden: geen dynamische pers, angstige oppositie, een geleide economie, een strakke bureaucratische rangorde met de onbetwiste leider aan de top.

Met opposanten praten is een gevaarlijke onderneming. Verklikkers werkzaam voor de geheime dienst komen bij ieder gesprek in een koffiebar meteen in de buurt zitten en frummelen in hun tas om een bandrecorder aan te zetten. Maar Meles bestreed dat zijn regering de bevolking bespioneert. „U bent paranoïde. Hoe kan ik dat gevoel bij u wegnemen?”, probeerde hij in 2009. „Zelfs als we dat zouden willen, hebben we het apparaat niet om dergelijk inlichtingenwerk te verrichten.”

Zijn regering had harde perswetten afgekondigd en arresteerde kritische journalisten. Buitenlandse ontwikkelingsorganisaties werden aan banden gelegd omdat ze liberale waarden Ethiopië binnenbrachten. En de toenemende repressie, vroeg ik hem? „Ik begrijp dat sommige mensen wat hier gebeurt in Ethiopië uitleggen als repressie”, antwoordde de premier in 2009. „Verscheidene mensen zijn gearresteerd, ze koesterden plannen om regeringsfunctionarissen te vermoorden.”

Meles deed zich niet voor als een beminde leider. Hij troonde boven het volk. Dat was anders in zijn tijd als guerrillaleider. Was hij een hooghartige keizer geworden? „In Addis Abeba meng ik me niet onder de bevolking, uit veiligheidsoverwegingen, maar op het platteland staat het boeren vrij mij vragen te stellen.”

Zijn regeringspartij zette talrijke grote bedrijven op die een groot deel van de economie controleren. Gevestigde belangen en de arrogantie van de macht leken de idealen van de bevrijding te vernietigen. Zoals in zoveel Afrikaanse staten dreigde zijn bevrijdingsbeweging ten prooi te vallen aan vriendjespolitiek. Meles kende de boeken goed genoeg om dit gevaar te signaleren.

„Absoluut, dat gevaar bestaat”, luidde zijn antwoord in een gesprek drie jaar geleden, „daarom moet een beweging zich steeds vernieuwen, ook de leiders.” Hij bevestigde te willen terugtreden, „als mijn partij daarmee akkoord gaat. Ik wil als eerste Ethiopische leider in de geschiedenis vrijwillig aftreden.”

Meles regelde alles tot in de finesses in zijn politieke leven en vermoedelijk heeft hij vanaf zijn sterfbed ook zijn opvolging bekokstoofd. Maar niet alles laat zich volgens de opgeschreven theorieën regelen. Meles was een kettingroker, bij ieder gesprek zei hij bijna te zijn gestopt om vervolgens een sigaret op te steken. Volgens een van de vele roddels die in strak bestuurde staten nu eenmaal de ronde doen, is de pas 57 jaar oude leider aan kanker overleden.