Betaalde blogger schrijft iets aardigs over Oracle

Betalen Google en Oracle bloggers om positief over deze bedrijven te schrijven? Een rechter denkt van wel, en wil namen horen. De techschrijvers zijn verdacht.

Hoe integer is de technologiejournalistiek? In de VS is hierover discussie ontstaan naar aanleiding van een grote rechtszaak tussen internetgiganten Oracle en Google over vermeende copyright- en patentschending. De rechter zei vorige week te vrezen dat gekleurde berichtgeving de rechtsgang heeft beïnvloed. Beide partijen kregen de opdracht de namen te onthullen van journalisten en bloggers die over de zaak hadden geschreven en geld van de bedrijven hadden ontvangen.

De slepende rechtszaak nam hiermee in een laat stadium een onverwachte wending: in plaats van over intellectueel eigendom gaat het nu over de geloofwaardigheid en transparantie van de bedrijven, én van journalisten en bloggers die over de zaak schrijven. Is er sprake van onafhankelijke berichtgeving, of gaat het om verkapte advertenties?

Beide bedrijven hebben tot nu toe terughoudend gereageerd op de eis van de rechter. Google ontkende bloggers en journalisten te hebben betaald voor positieve artikelen. Wel erkende Google dat „individuen of organisaties” met financiële belangen in het bedrijf zich publiekelijk over de zaak kunnen hebben geuit, maar het noemde geen namen.

Softwareontwikkelaar Oracle gaf toe één blogger te hebben betaald. Dat was geen verrassing. Florian Müller had al in april op zijn blog Floss Patents bekendgemaakt dat Oracle hem „zeer recent” had ingehuurd als adviseur. Zowel voor als na zijn bekentenis koos Müller in zijn stukken partij voor Oracle.

In een verklaring wijst Oracle beschuldigend naar Google, dat zou beschikken over een „uitgebreid netwerk van directe en indirecte ‘beïnvloeders’ om Googles agenda op het gebied van intellectueel eigendom uit te dragen”.

Ook op blogs wordt druk gespeculeerd welke partijen en individuen betaald – en daarmee partijdig – zouden zijn. Een opmerkelijke naam daarbij is de Electronic Frontier Foundation (EFF), een non-profitorganisatie die zich inzet voor internetvrijheid. EFF leunt op particuliere giften, maar heeft ook via een indirecte constructie 1 miljoen dollar ontvangen van Google. EFF verwijst op zijn website naar een artikel waarin wordt betoogd dat „de zaak Oracle-Google aantoont dat het volslagen zinloos is om patenten op software te hebben”.

De code onder journalisten is dat zij geen geld mogen ontvangen van partijen waarover zij schrijven. Wel zijn er vaak indirecte banden – via advertenties of gratis recensie-exemplaren, of doordat de auteur verbonden is aan een door bedrijven gefinancierd onderzoeksinstituut.

Juist bij technologiejournalistiek zijn de grenzen vaak minder scherp, schrijft hoogleraar digitale journalistiek Emily Bell (Columbia University) in The Guardian. Technologiebedrijven beschikken vaak over veel geld, de belangen zijn groot. Tegelijk staat het businessmodel van journalisten onder druk, en is het voor een blogger die niet aan een nieuwsorganisatie is verbonden aantrekkelijk om met bedrijven in zee te gaan.

Het wordt lastig om te bewijzen dat de bedrijven journalisten hebben omgekocht, zegt Eric Goldman, hoogleraar internetrecht aan de universiteit van Santa Clara, in een mail. Volgens Goldman is de eis van de rechter te vaag. Financiële banden tussen bedrijven en journalisten kunnen allerlei vormen aannemen, legt hij uit. Onder de brede formulering van de rechter – journalisten die over de zaak hebben geschreven en geld van een van de bedrijven hebben ontvangen – zouden mogelijk ook bloggers vallen die via Google advertenties op hun site aanbieden. Dat zijn er nogal wat.

Gisteren maakte de rechter bekend niet tevreden te zijn. Uiterlijk vrijdag moet Google alsnog de namen publiceren van bloggers die geld van het bedrijf hebben ontvangen. „Artikelen over de zaak die zich voordoen als onafhankelijk, kunnen op subtiele wijze invloed hebben op rechters en/of hun personeel”, aldus de rechter. „Als een auteur of blogger is betaald door een aanklager, zouden we dat niet moeten weten?”