Zo geil als een grazige vaars

Interessant stuk vorig weekend van de ombudsman, Sjoerd de Jong, over het gebruik van de woorden geil en geilen in deze krant. Aanleiding was de klacht van een lezer over de kop Christelijke huisvrouwen geilen op hun eigen echtgenoot.

De Jong constateerde dat het woord geil in NRC met name onder columnisten in de mode is, dat het gebruik iets is toegenomen en dat het vooral voorkomt in opsommingen als „suggestief, geil, uitdagend”.

De Jong baseert zich op de digitale leggers van NRC Handelsblad. In 1992 vond hij geil twee keer, in 2002 elf keer en in de eerste zeven maanden van 2012 eveneens elf keer. Zo vaak is dat niet, concludeerde hij, maar inderdaad, sinds 1992 „is de krant dus ietsje geiler geworden – zoals de hele samenleving”.

Hij sloot af met een advies: journalisten moeten niet uit misplaatste stoerheid schutting- of straattaal gebruiken, want dat ondermijnt hun gezag.

Met dat advies ben ik het eens, maar op De Jongs telling valt wel iets af te dingen. Hij heeft namelijk wel de frequentie van geil en geilen geteld, maar niet van geile.

Over het werkwoord geilen kunnen we kort zijn: in twintig jaar heeft dit, in diverse verbuigingen, slechts 56 keer in deze krant gestaan – zelden dus. Het kan best zijn dat geil de afgelopen jaren relatief vaak door columnisten is gebruikt, maar geile is veel algemener. We vinden dit ook op de buitenlandpagina’s („de manier waarop hij [Berlusconi] tijdens een Eurotop als een geile bok tegen een politieagente stond aan te rijden”), in besprekingen van boeken, muziek, tentoonstellingen, televisieprogramma’s, enzovoorts. Als je de woordvorm geile meetelt, zie je dat de frequentie van deze taboewoorden in NRC Handelsblad niet toeneemt, maar schommelt. Sinds 2004, toen geil en geile samen 59 keer voorkwamen, neemt het gebruik juist af, met een piekje in 2010. Gemiddeld werden geil en geile de afgelopen twintig jaar 35 maal in deze krant gebruikt. In 2011 was dat 31 maal.

Is dat nou veel of weinig? Dat moet je afzetten tegen andere kranten. In het Algemeen Dagblad kwamen beide woorden in 2011 samen 32 keer voor, in Het Parool 42 keer en in de Volkskrant maar liefst 92 keer.

Je zou denken dat ook De Telegraaf hoog zou scoren, maar met slechts 11 vermeldingen van geil en geile in 2011 blijkt de wakkerste krant van Nederland tot de kuiste jongetjes van de klas te behoren.

Bij het Reformatorisch Dagblad had ik een score van nul verwacht, maar dat komt doordat ik niet paraat had dat in het bijbelboek Jeremia (50:11) staat: „omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars”. Het Reformatorisch Dagblad meldde in 2009 dat Jeremia in de Nieuwe Bijbelvertaling zijn woordkeus had aangepast.

Waarom? Omdat geil hier tot misverstanden zou kunnen leiden. Want ook geil is een woord waarvan de seksuele betekenis de oudere betekenissen grotendeels heeft verdrongen – een onderwerp dat hier onlangs een paar maal ter sprake kwam. Kijk maar in de Grote Van Dale, waar we zinnen tegenkomen als hij is geil op oesters (voor de betekenis ‘belust op’), hij heeft zijn tarwe in een zeer geile akker gezaaid (voor de betekenis ‘te weelderig groeiend’), plus heerlijke geile boter en dat spek is geil (voor de Jeremia-betekenis ‘zeer vet’).

Wie gebruikt geil nog in die neutrale betekenissen? Niemand of bijna niemand, want geil voor ‘een sterke geslachtsdrift voelend of opwekkend’ (aldus Van Dale) heeft die andere betekenissen langzaam de nek omgedraaid. Daarmee is het een woord geworden om in kranten zuinig mee te zijn.