Somalië staat vanaf nu op eigen benen

Vanaf vandaag moet Somalië na acht jaar begeleiding door de VN een zelfstandig bestuur optuigen. Het is vrediger, op het strand liggen geen lijken meer, maar de scepsis is groot.

In Somalië beginnen vandaag cruciale verkiezingen voor een nieuw, eerlijk bestuur, maar de burgers mogen niet stemmen. Een voorgekookt parlement moet voor dinsdagavond uit tientallen kandidaten een president hebben gekozen. Want dan loopt na acht jaar het mandaat af van de overgangsregeringen die werden gesteund door de Verenigde Naties. Voorstanders noemen het een uiterst belangrijke fase in de heropbouw van de mislukte staat. Critici vinden dat roofzuchtige politici de overgang hebben gekaapt.

„Het is crisis in de Somalische hoofdstad Mogadishu. De geloofwaardigheid van het vredesproces staat op het spel”, schreef de Keniase Daily Nation onlangs. „Een roofzuchtige klasse wier prioriteit is om aan de macht te blijven werd het proces toevertrouwd om de macht op te geven”. Professor Mohamed Ya Ya van de Universiteit van Mogadishu zegt dat hervormingsgezinde politici gefrustreerd raakten door het gekonkel aan de vooravond van de verkiezingen. „Omkoperij is de norm geworden. Dat leidt tot veel onvrede”.

Er is in Somalië dramatisch veel veranderd sinds een jaar. Er bestond sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 1991 geen centraal gezag meer. Eerst egoïstische krijgsheren en vervolgens rabiate fundamentalisten maakten de dienst uit, terwijl burgers door honger stierven of massaal naar het buitenland vluchtten.

De omslag begon na 2004. Buurlanden, Amerika en Europa raakten bevreesd voor de groeiende invloed van aan Al-Qaeda gelieerde terreurgroepen en stippelden een routekaart uit voor de chaotische natie.

Ter ondersteuning kwam een vredesmacht van de Afrikaanse Unie, met ruim 17.000 soldaten uit Oeganda, Burundi, Kenia, Djibouti en Sierra Leone. Samen met het Ethiopische leger verdreven de vredestroepen terreurgroep Al-Shabaab vorig jaar uit Mogadishu waarna de groep ook belangrijke steden als Bulet Huen, Baidoa en Afgoye moest ontruimen.

Sinds december werden elf journalisten in Mogadishu vermoord door Al-Shabaab, en de terroristen voeren nog bijna elke maand een aanslag uit in de hoofdstad. In grote delen van Zuid-Somalië zwaaien ze nog de scepter en heffen er belasting.

Toch is Somalië in twintig jaar nog nooit zo stabiel en vreedzaam geweest. Het nationale theater is heropend en vertoont kunst die als heiligschennis verboden was onder de puriteinse heerschappij van Al-Shabaab.

Op het strand waar Al-Shabaab skeletten van tegenstanders dumpte, voetballen stadsbewoners nu, een vermaak strafbaar onder de fundamentalisten. Op de grote markt Bakara waar vroeger tanks, kogels en geweren te koop waren, kunnen de Somaliërs weer reistassen en schoenen kopen en vrouwen winkelen er niet meer gesluierd.

De laatste overgangsregering is sinds 2009 geleid door de van de fundamentalisten overgelopen gematigde Sheikh Sharif Ahmed. Samen met de voorzitter van het parlement Sharif Hassan Sheih Adan heeft hij de beste kansen op het presidentschap.

Aan de gebruikelijke manier van politiek bedrijven veranderde onder hun leiderschap weinig. „In Somalië heerst een kartel van politici cum zakenlui”, zegt Joakim Gundel van het onderzoeksbureau Katuni Consult. Hij schreef voor de Wereldbank een lijvig rapport over corruptie in Somalië. „Sommige politici werden rijk door het transport van hulpgoederen. Het is een parasitaire klasse.”

Volgens drie gedegen onderzoeken is de laatste jaren meer gestolen door de regering dan er voor de burgers is uitgegeven. Van elke 10 dollar donorgeld belandde slechts 7 dollar in de staatskas. In afwezigheid van een functionerend financieel management vechten politici om de overheidsinkomsten. „Het is duidelijk dat de politieke wil voor hervormingen niet aanwezig is in de hoogste echelons”, meldt een recent VN- rapport.

Het gestolen geld, evenals donaties van invloedrijke landen als Qatar, Egypte en Turkije, is deels gebruikt om het verkiezingsproces te manipuleren. Ook de VN, Amerika en Europa, de grote sponsors van het vredesproces, spraken de laatste dagen hun zorgen uit over de politieke omkoperij. „Maar ze maken er niet al te veel ophef over, want ze willen dat de routekaart op koers blijft”, sniert Gundel.

Volgens deze routekaart kiest een door de verscheidene clans aangewezen raad van 135 traditionele oude wijzen een Tweede Kamer van 275 leden en een Eerste Kamer van 54 leden, waarna beide Kamers de president kiezen. „Al bij de benoeming door de clans van de wijzen ging het fout en werden kandidaten omgekocht”, meent Gundel. „De buitenwereld had dergelijk gekonkel nooit moeten aanvaarden. Ik ben niet optimistisch dat de bevolking het besmette proces zal accepteren. Al-Shabaab gaat van de teleurstelling gebruikmaken om haar populariteit onder de bevolking op te krikken”.

Al-Shabaab kan zo’n opkikker goed gebruiken. Keniase troepen van de vredesmacht beschieten sinds een week zijn laatste grote bolwerk Kismayo. Naar verwachting trekken Al-Shabaab en zijn internationale medestrijders zich zonder verzet terug uit deze havenstad, met achterlating van geheime cellen.

Zo verandert Al-Shabaab van een groep heersers tot een guerrillagroep. Maar is nog lang niet verslagen.