Schrille house, zalvende troubadours

Vanwege de hitte verlieten veel bezoekers Lowlands zondag voortijdig. Maar de vrijblijvendheid van het programma kan ook reden zijn geweest te vertrekken.

In het achttienjarig bestaan van zijn band had hij het nog nooit zo heet gehad, zei Dave Grohl over het optreden van zijn Foo Fighters aan het eind van de tropische derde Lowlandsdag. De jodel die hij in had willen zetten bij zijn cover van de Hollandse popklassieker Hocus pocus bleef steken in goede bedoelingen. Als topact legde Foo Fighters het af tegen The Black Keys en Skrillex, de terechte publieksfavorieten op vrijdag en zaterdag.

Veel Lowlandsgangers die zondag in de bloedhitte hun tentje uit kropen, besloten de laatste festivaldag voor gezien te houden. De slotavond die op papier een ijzersterk programma bood met gelijktijdige concerten van Foo Fighters, The xx en Wilco, bleek zo matig bezocht dat geen van drieën een volle tent trok.

Lowlands had last van de hitte, maar meer dan ooit ook van de vrijblijvendheid van het programma – dat niet bekend werd gemaakt voor alle 55.000 kaarten verkocht waren. Het publiek komt niet voor een uitdagend muziekprogramma, maar voor de sfeer, de randverschijnselen en om het simpele feit dat je er nou eenmaal geweest moet zijn.

Bij veel acts op Lowlands ontbrak de noodzaak om ze te moeten zien. Omdat ze in een te grote tent geprogrammeerd stonden, zoals de brave eightiespop van Two Door Cinema Club in de Alpha. Of omdat ze hun Britse heldenstatus niet waar maakten, zoals de rommelige The Cribs voor teleurstellend weinig mensen in de Charlie.

Groepen als Kasabian en Eagles Of Death Metal zijn publiekstrekkers, maar ze draaien een lesje af dat elke keer min of meer hetzelfde is. The Shins: mooie liedjes maar geen festivalact. Des te verheffender was de prestatie van de betrekkelijk nieuwe groep Django Django, die duizenden zieltjes won met muziek die onmiddellijk aansprak om zijn frisse mix van dansritmes en meerstemmige popmelodieën.

De dance die ’s nachts bezit neemt van Lowlands en waar veel bezoekers hun energie voor leken te sparen, regeerde overdag in de Bravotent bij de vrolijke circusact van de door dansmariekes en een metershoog pantomimepaard geflankeerde Santigold en de knerpende discohouse van Knife Party. Eenmansact Four Tet bouwde zijn elektronische speeldoosjesmuziek uit tot een verpletterende beat. Als spil van The xx strooide dubstepproducer Jamie xx met zoemende subbassen, sfeervol aangevuld door zijn omfloerst zingende bandleden.

Te midden van dit alles vielen de Nederlandse zangers Spinvis en Blaudzun op door hun volstrekt eigen geluid, van fluisterzachte mijmeringen tot uitbundige aanmoediging om met waaiers te wapperen en zo de temperatuur een paar graden omlaag te brengen.

Kyteman herhaalde met groot koor en orkest zijn Carmina Burana van de alternatieve pop die hij eerder liet horen. De groep Moss bracht haar vlechtwerkjes van heldere noten en zoete zang zo bescheiden dat ze met moeite voorbij de eerste rijen kwamen.

De Heideroosjes namen voorgoed afscheid met dezelfde drie akkoorden en hetzelfde vuur dat hen tot Limburgse punkhelden maakte. Een magisch moment voor de Nederpop vond plaats toen de Rotterdamse beatgroep The Kik hun held en inspirator Armand op het podium riep voor een gezamenlijke versie van een van zijn oude protestsongs, net zo messcherp vertolkt als het eigen repertoire van The Kik.

In het uit alle genres puttende aanbod viel een zekere angst te bespeuren om niets te missen. Niemand houdt zowel van de zingende non Ane Brun als van de machinale hardcore van Enter Shikari, en toch stonden ze dit weekend op hetzelfde grote podium.

De behaagzieke Ed Sheeran en de duistere Mark Lanegan zijn als singer-songwriters elkaars tegenpolen, en toch mochten ze dingen naar hetzelfde publiek. Ondertussen liep je kans om te struikelen over de ronkende basnoten van Orgelvreten, een Nederlands duo dat het virtuoos tegen elkaar opnam met twee steunende en kreunende Hammondorgels.

Al die variatie gaf Lowlands meer dan ooit het aanzien van een muzikale kermis waar het de gewoonste zaak van de wereld was dat er keihard door de muziek heen werd gepraat, zelfs als het ging om de delicate soul van het trio Phantom Limb met de fantastische zangeres Yolanda Quartey.

Met Django Django waren ze dé ontdekking van Lowlands. Hun ongekunsteld muzikantschap stond in schril contrast met het visueel geweld en de digitale overrompelingstactiek van Skrillex, die alle zintuigen op tilt liet slaan. Snerpende house en zalvende troubadours; het paste allemaal in de bonte vergaarbak die op Lowlands werd omgekieperd.