In oorlog gedijt wetenschap De wiskunde van het vuur

J.D. Bernal: Sociale geschiedenis van de wetenschap. Het Spectrum, 1971, 1.000 blz.

John Bernal (1901-1971) was hoogleraar natuurkunde in Londen. Hij liet als eerste zien hoe de koolstofatomen in grafiet gerangschikt zijn: in laagjes. Hij was leermeester van de kristallografen die na 1945 de structuren van veel ingewikkelder eiwitmoleculen en DNA bepaalden. Hij was communist, polygaam, adviseur bij de landing in Normandië – en geïnteresseerd in de wetenschapsgeschiedenis.

Die was begin vorige eeuw in handen van historici die wetenschap zagen als een zelfstandige ontwikkeling. Dat economie, geschiedenis en sociale verhoudingen ook de richting van wetenschap bepaalden, dat kwamen Russische marxistische historici in 1931 uiteenzetten op een gezapig Brits congres. Bernal was gegrepen.

Pas in 1965 had Bernal zijn lijvige Science in History af. Heerlijk leesvoer was het. „Ik weet dat het op detailpunten wemelt van fouten en onnauwkeurigheden”, schrijft hij in zijn voorwoord. En in zijn conclusie: „Geslaagde toepassing in oorlogstijd of winstgevende toepassing in vredestijd zijn de enige criteria geweest voor technische vooruitgang.”

Frits Staal: Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap. Athenaeum, Polak & Van Gennep, 1986, 413 blz.

In deze essaybundel doet wiskundige en filosoof Frits Staal (1930-2012) wat de titel belooft: hij scheidt het kaf van het koren. Het kaf ruikt nu een beetje muf; de door Staal gefileerde new-age-aanhangers en ‘duistere’ (lees: existentialistische) filosofen zijn allang uit de mode. Het koren is nog vol levenskracht; het boek is een heldere introductie tot de wijsgerige en wetenschappelijke tradities in India, waar wiskundigen eerder dan de Grieken rekenden aan het vergroten van een kubusvormig altaar.

Staal wist waarover hij sprak, mede door zijn studie van 3.000 jaar oude Vedische vuurrituelen. Hij analyseerde ze als wiskundige, compleet met formules en schema’s. Saai? Integendeel, bij het beschrijven ervan trok Staal verrassende parallellen tussen bijvoorbeeld mantra’s, vogelzang en computergeheugens.

Alleen het zeer zorgvuldig uitvoeren van handelingen geeft de rituelen hun waarde, en niets anders, stelde hij vast. Het is de westerse neiging om alles – dans, schilderijen, riten – een betekenis te willen geven.