In de toekomst

Dit was het warmste weekend van het jaar, mooier ging het niet meer worden, en dus zat ik op het terras van een buurtcafé. Het was er rustig, de rest van de stad bevond zich in het park of op het strand. Alleen de gekken waren nog over.

‘Never even considered for mass production’, zoals Hunter S. Thompson zei. ‘Too weird to live, and too rare to die.’

Ik was met een vriend, maar binnen de kortste keren schoof er iemand aan. Het was een oud-kraker, hij had de rellen van 1980 nog meegemaakt. ‘Geen woning, geen kroning!’, riep hij.

Maar dat was allemaal voor niets geweest. Daarom postte de oud-kraker tegenwoordig berichten op huizenmarkt-zeepbel.nl. En verstuurde hij emailbommen. Voor de bevrijding van Pussy Riot en tegen een nieuwe huwelijkswet in Iran. Virtueel geweld, dat was de toekomst.

De barman schonk ons nog een bier en pakte een stoel. Hij vertelde dat de toekomst in goud en zilver zat. Hij had al heel wat munten ingekocht. Want de banken gingen vallen, dat wist hij zeker. Niemand zou meer kunnen pinnen, de barman verwachtte een totale ineenstorting van het systeem. Zijn goud en zilver begroef hij op verschillende plekken in het bos, zo diep dat zelfs mensen met een metaaldetector het niet konden vinden.

We kregen een flyer, iets voor een zwemfestijn in de Amsterdamse Amstel. De flyeraar bleek een kunstenaar te zijn die ooit de voorpagina van The New York Times had gehaald. De afgelopen vijf jaar had hij zich ingezet voor schoon water, maar daarbij was hij op zoveel bureaucratie gestuit dat hij zijn boodschap was vergeten. In de toekomst hoopte hij zich die te herinneren.

Niemand had vertrouwen in de politiek. Ons terras lag aan het water en rond middernacht sprong de kunstenaar erin. Om te laten zien hoe schoon het was. De oud-kraker geloofde hem en sprong er achteraan. En terwijl de barman vertelde over de schatkaarten die hij maakte om zijn goud en zilver terug te vinden, had ik het gevoel dat het wel goed zat met die toekomst. Zolang de gekken er maar zijn.