Het 50Plus-partijprogramma

‘Ouderen hebben de laatste jaren het meest in koopkracht ingeleverd’

Niet voor niets is dit de eerste zin in het verkiezingsprogramma van 50Plus. De bewering dat ouderen kind van de rekening zijn, gebruikt de partij als basis voor haar bestaansrecht. ‘Mensen die op een onbezorgde oude dag hadden gerekend, komen bedrogen uit.’ En: ‘Zonder ingrijpen worden we de komende jaren weer het meest geplukt’.

next.checkt heeft de stelling afgelopen juli al onder de loep genomen. We onderzochten toen alle mogelijke manieren om naar koopkracht te kijken en concludeerden dat hoe je het ook beschouwt, ouderen de laatste jaren niet het meest hebben ingeleverd – desondanks is de bewering in het partijprogramma opgenomen.

Zo vergeleek het Sociaal en Cultureel Planbureau in een rapport uit 2011 de ontwikkeling van de gemiddelde koopkracht bij diverse leeftijdsgroepen en concludeerde dat inkomens van ouderen (65+) in de jaren ervoor sterker waren gestegen dan van andere groepen.

Het Centraal Planbureau vergeleek de koopkracht van huishouden tussen 2008 en 2012 en concludeerde dat alleenstaande ouderen met alleen AOW 0,1 procent hadden moeten inleveren en een ouder stel 1,7 procent. Het gemiddelde over alle huishoudtypes was echter hoger: 1,8 procent. Vooral ouderen met aanvullend pensioen gingen erop achteruit: een stel met 10.000 euro aanvullend pensioen leverde 2,9 procent in. Maar er zijn groepen die meer moesten inleveren, zoals de alleenverdiener met kinderen met twee keer modaal (5,4 procent). next.checkt beoordeelt de bewering – opnieuw – als onwaar.

‘40 procent van de 65-jarigen gaat nooit op vakantie vanwege geldgebrek of een slechte gezondheid’

50Plus vindt dat AOW’ers net zoveel vakantiegeld moeten krijgen als werkenden, namelijk 8 procent. Nu krijgen ze bijna 6 procent. Om de noodzaak hiervan aan te tonen refereert de partij aan de Enquête Nationaal Ouderenfonds. Daarin zou staan dat ‘40 procent van de 65-jarigen nooit op vakantie gaat vanwege geldgebrek of een slechte gezondheid’.

De enquête zelf is niet openbaar en een rapport erover is nooit naar buiten gekomen, zegt een woordvoerder van het Nationaal Ouderenfonds. “Daar hebben we de tijd helemaal niet voor.” Resultaten uit de enquête zijn alleen gebruikt voor een persbericht.

De woordvoerder kan alleen globaal beschrijven hoe de enquête is uitgevoerd. Het Nationaal Ouderenfonds heeft in juni vorig jaar een steekproef gedaan onder 65-plussers. 626 adressen werden aangeschreven en ruim 180 mensen (29 procent) stuurde de enquête terug. Of het adressen waren van donateurs of van een bestand van een enquêtebureau weet de woordvoerder niet.

In het persbericht staat dat ‘zo’n 40 procent van de 65-plussers’ thuisblijft. ‘Slechte gezondheid’ wordt vooral door de 75-plussers als reden opgegeven. ‘Geldgebrek’ is de voornaamste reden voor mensen tussen 65 en 75 jaar.

Omdat onduidelijk is hoe de steekproef is gedaan weten we niet of de enquête representatief is voor de totale populatie ouderen in Nederland. Los daarvan gaat het onderzoek over mensen van 65 jaar en ouder – ook 85-plussers deden mee – terwijl de stelling van 50Plus alleen over 65-jarigen gaat. next.checkt beoordeelt de bewering daarom als onwaar.

‘In 2010 ging van alle vacatures 5 procent naar de 55-plusser, in 2011 was dat gedaald naar nog maar 2 procent’

Ouderen moeten meer mogelijkheden krijgen om aan het werk te blijven, vindt 50Plus. Dat de positie van 55-plussers op de arbeidsmarkt verzwakt zou blijken uit vacaturecijfers: ‘In 2010 ging van alle vacatures 5 procent naar de 55-plusser, in 2011 was dat gedaald tot nog maar 2 procent’. Als bron noemt de partij ‘UWV-cijfers’.

In maart dit jaar bracht UWV Werkbedrijf een persbericht naar buiten getiteld ‘Ouderen houden moeilijke positie op de arbeidsmarkt’. Aanleiding voor het persbericht was de publicatie van het rapport Vacatures in Nederland, een jaarlijks onderzoek van het UWV onder vijfduizend bedrijven naar de ontwikkeling van de vacaturemarkt. UWV is de enige die zulk onderzoek op deze schaal uitvoert en hier uitspraken over kan doen.

In het persbericht van UWV stond dat in 2011 ‘slechts 2 procent’ van de vacatures werd ingevuld door 55-plussers. Gevolgd door: ‘Ook in 2010 en 2009 was het percentage 55-plussers dat werk vond zo laag.’ De ‘5 procent’ in 2010 wordt in het bericht niet genoemd.

Media namen het persbericht over. Sommigen, waaronder Intermediair.nl en Nrc.nl, voegden eraan toe dat in 2010 nog 5 procent van alle vacatures naar de 55-plussers ging. Onduidelijk is waar zij dit percentage vandaan haalden en het is niet juist. In het persbericht en in laatste twee jaarrapporten van UWV staat dat 55-plussers in 2009, 2010 en 2011 telkens 2 procent van de vacatures vervulden. Een daling van 5 naar 2 procent wordt in geen enkel document van UWV genoemd. next.checkt beoordeelt de bewering daarom als onwaar.

‘Het aantal kolonels en generaals is internationaal vergeleken veel te groot’

Om te bezuinigen wil 50Plus het aantal ambtenaren verminderen, in het bijzonder bij Defensie. Volgens de partij kan extra bezuinigd worden op het aantal kolonels en generaals ‘dat internationaal vergeleken veel te groot is’. Specifieke cijfers of landen noemt de partij niet.

Een teveel aan vlag- en opperofficieren is al langer onderwerp van discussie in de Tweede Kamer. In 2011 gaf het ministerie van Defensie antwoord op de Kamervragen over deze verhouding tussen de verschillende rangen.

Uit dat antwoord blijkt dat de Nederlandse krijgsmacht in 2010 69.000 werknemers telden. Daarvan waren er 96 generaals en vijftig burgers in vergelijkbare hoge functies en 468 kolonels. Dat is één (burger)generaal per 473 werknemers en één kolonel per 147 medewerkers. België telde volgens Defensie destijds 37 generaals en 299 kolonels op een krijgsmacht van 35.472 werknemers: één generaal per 958 werknemers en één kolonel per 119 werknemers. Duitsland telt 200 generaals en 1.445 kolonels op een totaal van 252.000 medewerkers: één generaal per 1260 werknemers en één kolonel per 174 werknemers.

Voor andere landen heeft next.checkt geen onderzoek naar deze verhouding kunnen vinden. Bij het ministerie van Defensie zijn zulke vergelijkingen evenmin bekend. Ook is niet duidelijk of voor België en Duitsland alle burgers in een vergelijkbare hoge functie zijn meegerekend zoals voor Nederland.

Houden we het op de vergelijking met België en Duitsland, dan telt Nederland dus naar verhouding meer generaals en kolonels dan Duitsland en meer generaals dan België, maar weer relatief minder kolonels dan België. next.checkt beoordeelt de bewering daarom als grotendeels waar.