Europa, zet je militaire vloot aan het werk

De spanningen op de wereldzeeën nemen toe, nu China, Rusland en andere landen hun oorlogsvloot snel uitbreiden. Europa moet meer doen om zijn belangen veilig te stellen, betoogt Jonathan Holslag.

Illustratie Pavel Constantin

Een nieuw tijdperk van krijgspolitiek is in de maak. De rivaliteit tussen China, de Verenigde Staten en andere Aziatische grootmachten neemt zorgwekkend toe. Vorige week leek de ultieme omslag tussen de voorbije twee decennia van samenwerkingspolitiek en de periode van krijgspolitiek nakend. Zowel Chinese als Russische oorlogsbodems waren gesignaleerd in de Middellandse Zee. Er werd gespeculeerd over een gezamenlijke oefening voor de kust van Syrië. Zo ver ging het deze keer niet, maar omdat de grootmachten op ramkoers blijven, wordt het tijd voor Europa om de zeilen bij te zetten en werk te maken van een nuchtere maritieme strategie.

Aziatische groeilanden zoals China hebben hun succes grotendeels te danken aan globalisering en internationale samenwerking. Ondanks dat houden deze nieuwe reuzen er nog steeds een bijzonder vijandig wereldbeeld op na. Het militaire overwicht van de Verenigde Staten blijft een doorn in het oog en ook onderling is het wantrouwen bijzonder groot. Dat wantrouwen vormt de drijfveer van een ontzagwekkende maritieme wedloop. China bouwt nu meer oorlogsbodems dan de Verenigde Staten. Het straatarme India spaart kosten nog moeite om uit te groeien tot de militaire poortwachter van de Indische Oceaan. Japan, Rusland, Vietnam en Indonesië investeren jaarlijks miljarden in de modernisering van hun zeemacht.

Ik sluit gewapende confrontaties in de Aziatische zeeën niet uit. Integendeel, wapengekletter in de maritieme periferie van Azië wordt zelfs waarschijnlijk. De Zuid- en Oost-Chinese Zee zijn een strijdtoneel waarin China en haar buurlanden er maar niet in slagen het nationalisme de kop in te drukken en de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen vreedzaam te organiseren.

De krachtmeting tussen China en de Verenigde Staten om de overmacht in de Stille Oceaan is nog maar pas begonnen. Het valt af te wachten hoe Washington zal reageren als China het komende decennium van wal steekt met een dozijn nieuwe destroyers, een viertal vliegdekschepen en een nieuwe generatie nucleaire aanvalsonderzeeërs.

Het is een geruststelling voor Europa dat het in tegenstelling tot in de Koude Oorlog niet zelf één van de mogelijke strijdperken is. De geografie van wat de Nederlands-Amerikaanse strateeg Nycholas Spykman ooit het wereldeiland noemde, speelt in ons voordeel. Als spanningen in het Oosten escaleren zal Europa daar niet van gespaard blijven. De grootmachten zullen wedijveren om militaire invloed over een aantal strategische zeestraten. Zij zullen kosten nog middelen sparen om aanwezig te zijn in de Arctische Zee.

Ook maakt een klimaat van wantrouwen en aversie het zeer waarschijnlijk dat maritieme middelen zullen worden aangewend om macht te projecteren op het vasteland. Het is niet ondenkbaar dat de Chinezen bij een diplomatieke impasse met de Verenigde Staten op termijn zelf militaire operaties op zee zullen lanceren om hun belangen in Afrika en het Midden-Oosten te verdedigen.

Nogmaals, dit is geen overdreven doemscenario, maar een scenario dat een logische afwikkeling is van een aantal trends die vandaag zeer hardnekkig blijken. Moeten we dan met Europa opnieuw opstomen naar het Oosten?

De Amerikanen zouden niets liever willen. Washington hengelt al een tijd naar meer Europees engagement in maritieme conflicten in Azië, wat in de praktijk neerkomt op het steunen van de Amerikaanse pogingen om China in toom te houden. Het zou een strategische fout zijn ons te laten meeslepen in deze intrige. Enerzijds heeft Amerika net zozeer een aandeel in het strategische dilemma als China. Anderzijds is Azië niet het toneel waar onze beperkte middelen het meest doeltreffend kunnen worden aangewend.

Europa moet daarentegen werk maken van een meer ambitieuze strategie voor het westelijk deel van het wereldeiland – van Spitsbergen tot Kaap de Goede Hoop en van de Hoorn van Afrika tot Gibraltar. Hier zijn de Aziatische grootmachten het zwakst, kunnen wij het meest invloed uitoefenen, en mogelijk avonturisme afblokken en omzetten in synergie.

Allereerst moet Europa permanent aanwezig zijn in de Golf van Aden. Het dient daar de strijd tegen de piraterij op een doortastende wijze op te drijven. In de Golf van Guinee dient Europa de leiding van de Amerikanen over te nemen in het beveiligen van de oliebelangen, de strijd tegen gewapende criminaliteit en het indijken van terrorisme. In het Noorden moet Europa zijn gewicht in de schaal werpen om lidstaten met territoriale belangen in de Arctische Zee te steunen.

Vooral ook de Middellandse Zee verdient aandacht. Zonder nieuwe inspanningen dreigt Europa in de zone ten oosten van de hiel van Italië verdrukt te worden door de ambities van Rusland en Turkije. Europa moet het wantrouwen met die twee landen wegmasseren, maar daarvoor moet het zelf eerst geloofwaardigheid opbouwen als speler op het nieuwe geopolitieke schaakveld.

Met strategische prioriteiten alleen, redden we het niet. Europa blijft vastlopen op een gebrek aan consensus. De bureaucraten van de Dienst Externe Actie van EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton hebben onvoldoende gezag en inzicht om de geopolitieke objectieven van de lidstaten te verzoenen. Europa lijkt evenmin vooruitgang te boeken in het wegwerken van tekorten op het vlak van materieel en budgetten.

De interventie in Libië confronteerde ons weer met deze hiaten en ook in de strijd tegen piraterij in de Golf van Aden lijkt het vaak al moeilijk om drie schepen ter plaatse te houden. Het is niet dat we te weinig uitgeven aan defensie, maar dat we geld verkwisten aan te veel verschillende systemen. De Chinezen werken aan één nieuw type fregat, wij ontwikkelen er vier. Daardoor blijft er weinig budget over voor operaties. Vooral de Fransen en de Britten wanen zichzelf nog te vaak het centrum van een maritiem wereldrijk.

We mogen het idee van een Europese vloot en een eigen maritieme strategie niet laten varen. De onzekerheden die gepaard gaan met de kenterende machtsbalans in Azië zijn daarvoor te groot. Het is ook geen goede zaak om onze maritieme belangen automatisch met de Amerikaanse te identificeren, omdat de geopolitieke objectieven doorgaans uiteenlopen. Europa moet haar eigen koers uitzetten!

Jonathan Holslag is hoogleraar Internationale politiek en hoofd onderzoeker van het Brussels Institute of Contemporary China Studies aan de Vrije Universiteit Brussel.