Economie nog geen rol in campagne

Economie en Europa zouden dé thema’s van de campagne voor de verkiezingen worden. Maar de actualiteit werkt niet mee: geen diepe dalen, geen echte verbeteringen.

Wat moet je als politicus in vredesnaam met het economische nieuws? Tot voor kort was het simpel: als het goed ging, kon premier Mark Rutte (VVD) zich op de borst kloppen. Als het slecht ging, kon de oppositie het beleid van Rutte de schuld geven. Maar de economie werkt niet mee tijdens deze verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer. Daarvoor zijn de berichten over de binnenlandse conjunctuur te wispelturig. Goed gaat het absoluut niet. Maar superslecht ook niet.

Neem de gezaghebbende metingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vanochtend had het CBS vooral slecht, maar ook een beetje goed nieuws te melden. Consumenten zijn „onverminderd somber” en het conjunctuurbeeld blijft „onverminderd slecht” volgens het CBS. Het consumentenvertrouwen is erg laag, de koopbereidheid van huishoudens ook. De indicator van het vertrouwen staat nu op -32. Het gemiddelde over de afgelopen twintig jaar is -8.

Maar de Nederlandse bedrijfsinvesteringen zijn in juni plots gegroeid (met 3 procent ten opzichte van vorig jaar). Bedrijven kochten vooral meer personenauto’s, vooruitlopend op een verandering van de belastingwetgeving (de bijtelling voor auto’s van de zaak is per 1 juli aangescherpt).

Vorige week verraste het CBS met de mededeling dat de Nederlandse economie tegen alle verwachtingen in licht was gegroeid in het tweede kwartaal, met 0,2 procent. Twee dagen later meldde het CBS dat de werkloosheid verder was gestegen, tot 510.000, 6,5 procent van de bevolking. En het aantal faillissementen onder bedrijven is uitzonderlijk hoog.

Economie en Europa zouden dé thema’s van de verkiezingscampagne worden, maar dat is bij de economie tot nu toe niet het geval gebleken. Geen wonder, want de economie laat zich niet vangen in een mooi pakkend campagnebeeld. De PvdA bedacht de term Rutte-recessie om de premier deze weken mee te jennen. Maar die recessie komt er maar niet niet. Ja, het consumentenvertrouwen is laag, maar het was in mei en juni nog lager. Ook de eurocrisis is na maanden van steeds weer oplaaienden paniek en pessimisme deze zomer even geluwd.

Wat de economie of de eurocrisis in aanloop naar de verkiezingen op 12 september ook brengt, waarschijnlijk blijft de Nederlandse conjunctuur langdurig kwakkelen. De lichte groei in het tweede kwartaal was te danken aan de export, want de consumptie daalt al meer dan een jaar.

De somberheid van consumenten is logisch. Huishoudens houden terecht rekening met verder afnemende koopkracht. De huizenprijzen dalen en de pensioenen van werkenden en van gepensioneerden staan onder druk. Dat zijn grofweg de twee belangrijkste componenten van het vermogen van Nederlanders. Bovendien weten huishoudens dat voor volgend jaar lastenverzwaringen en bezuinigingen zijn afgesproken in het Lenteakkoord. Dat zal met een nieuw kabinet – van welke kleur ook – echt niet veranderen.

Hoe financiert Nederland in de toekomst de gezondheidszorg, die steeds duurder wordt? Wat te doen met het groeiend aantal flexwerkers? Moeten hoge inkomens meer belasting betalen of juist niet? Cijferaars als het CBS kijken met hun cijfers achteruit, politici vooruit. Volgende week maandag komt het Centraal Planbureau met de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s. Dan worden de gevolgen van de economische keuzes concreet. Er is voor politici dan ook alle reden om de economie en de portemonnee van burgers alsnog tot een prangend verkiezingsthema te maken.