De kracht van Noorwegen na de terreur van Breivik

Een aantal Noorse media gaf dit voorjaar blijk van groot inlevingsvermogen. Toen het proces tegen de massamoordenaar en terrorist Anders Breivik begon, boden ze behalve hun gewone website ook een versie aan die verschoond zou blijven van Breivik-nieuws.

Het was een uitzonderlijk gebaar, dat ongetwijfeld in ging tegen hun journalistieke instinct. Maar het toonde begrip voor wie niet opnieuw geconfronteerd wilde worden met alle details van de slachtpartij die Breivik op 22 juli 2011 aanrichtte. Wie het onverdraaglijk vond zijn rechtvaardiging voor de orgie van geweld te lezen, of aan te horen, kon zich daarvan even afsluiten zonder het andere nieuws te hoeven missen.

De rest van Noorwegen en de wereld heeft de afgelopen maanden een huiveringwekkend spektakel kunnen volgen. Het enige wat hij betreurde was dat hij niet nog meer mensen had gedood, verklaarde de man die in Oslo acht mensen met een bom had omgebracht en kort daarna op het eilandje Utøya in koelen bloede nog eens 69 anderen had doodgeschoten – de meeste van hen tieners die deelnamen aan een zomerkamp van de Arbeiderspartij. Eigenlijk had hij gehoopt op het eiland ook ex-premier Gro Harlem Brundtland te vinden, zei hij tegen de rechters, en zichzelf te filmen terwijl hij haar de hals afsneed, een techniek die hij had afgekeken van Al-Qaeda. Dit alles om Noorwegen en Europa te beschermen tegen de ‘islamitische kolonisatie’ die hij zo vreest.

Vrijdag velt de rechtbank het vonnis. De aanklagers hebben gevraagd hem ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Breivik zelf wil dat absoluut niet: hij vindt dat hij niet gek is, maar een politieke daad heeft gesteld.

Hoe het vonnis ook uitpakt, de moordenaar heeft al gewonnen, schreef de Noorse journalist en schrijfster Asne Seierstad afgelopen week in Die Zeit. De mislukkeling van vroeger is nu een grote figuur, schrijft ze, berucht in de hele wereld. In de rechtszaak kreeg hij alle gelegenheid zijn anti-islam-ideeën uit te venten. Zijn honderden pagina’s lange manifest is alom beschreven en becommentarieerd. En toen vorige week een onafhankelijke onderzoekscommissie een vernietigend oordeel velde over de dramatisch incompetente manier waarop de politie het had laten afweten – voor, tijdens en na het bloedbad – eiste boulevardblad VG het aftreden van de sociaal-democratische premier Stoltenberg. „In zijn cel, waar hij over alle Noorse kranten beschikt, heeft Breivik misschien wel gejubeld”, schreef Seierstad vol afschuw.

Dat is goed mogelijk – maar doet het er toe? Breivik kan jubelen wat hij wil, maar hij verdwijnt straks naar de achtergrond, als veroordeeld massamoordenaar dan wel als ontoerekeningsvatbaar psychiatrisch geval. Hij heeft zijn bloedige plan kunnen uitvoeren, hij heeft de hele wereld kunnen toespreken – maar hij heeft de Noren niet verslagen.

Voor Noorwegen komt het er nu op aan zich te bevrijden van de schaduw die de massamoordenaar over het land heeft geworpen. En dat doe je niet door je steeds te blijven afvragen of Breivik misschien staat te jubelen – over een eventueel aftreden van de premier, over een debat over de gebreken van de multiculturele samenleving, of over wat dan ook. Het land moet verder.

Seierstad is verontwaardigd dat Breivik vanuit zijn cel kan blijven corresponderen met geestverwanten over de hele wereld. Hij heeft geen internet in zijn cel, maar wel een computer en een printer. Zolang hij niet oproept tot geweld mag hij van de Noorse wet communiceren met de buitenwereld.

„Pak hem zijn computer af, laat hem alleen met zijn gedachten”, schrijft Seierstad. „Welke andere terrorist op de wereld kan vanuit de cel ongehinderd zijn propaganda blijven verspreiden?” Haar bitterheid is goed te begrijpen. Maar dat zelfs Breivik zijn vrijheid van meningsuiting niet wordt afgepakt, is ook een teken van kracht van Noorwegen. Het land laat zich niet bang maken.