De geheime onzichtbare rechterhand

Door onze redacteur

Londen. De jongste van de Nederlandse hockeysters krijgt in Londen het minst te doen. Doelvrouw Joyce Sombroek (21) ziet de bal vooral van veraf, omdat de olympische titelverdediger zo dominant speelt. Maar tegen Nieuw-Zeeland greep ze haar kans en bezorgde haar ploeg met drie reddingen in de shoot-outs een finaleplaats. Morgenavond (21.00 uur) speelt Nederland tegen Argentinië, dat Groot-Brittannië versloeg.

Sombroek hoefde na het gelijkspel (2-2) in de Riverbank Arena slechts te passen op de inzet van Stacey Michelsen. Ze redde beslist op de shoot-outs van Kayla Sharland, Gemma Flynn en Anita Punt en zag daarna Ellen Hoog het beslissende doelpunt maken. „Ik was heel ontspannen, want als het mis zou gaan, hadden we altijd nog Joyce”, zei Hoog. Sombroek wist pas dat ze had gewonnen toen ploeggenoten hun armen in de lucht staken. „Ik tel nooit mee, ik bekijk het per shoot-out. Elke keer wil ik me weer focussen op het stoppen van de bal.”

De 1,79 meter lange keepster van Laren geldt als specialiste in het stoppen van shoot-outs. Ze kreeg voor de Champions Trophy tips van voormalig ijshockeybondscoach Tommie Hartogs. Ook trainde ze dit seizoen haar reactiesnelheid met het pilotproject Eye Gym, waarbij ze vooral strafcorners leerde ‘lezen’. „De kunst is mijn zenuwen uit te schakelen, de tegenstander zien te vertragen en haar dwingen een hoek te kiezen. Het is net schaken. Ik wil ook geen videobeelden van tevoren zien, maar vertrouwen op mijn reflex.”

De hockeysters trainen in Londen vaak op de vorig jaar ingevoerde shoot-outs van acht seconden. De dribbel vanaf 23 meter vereist meer technische vaardigheid dan de stilliggende strafbal. Ze schieten op zowel Sombroek als reservedoelvrouw Floortje Engels, die buiten het olympisch dorp verblijft. „De speelsters maken de meeste, ook bij mij. We weten natuurlijk op een gegeven moment van elkaar wat we doen.”

„Ik ben blij dat we zo veel op shoot-outs hebben geoefend”, vertelde Naomi van As, maker van de eerste in de serie. „Joyce is er heel goed in. Elke keer hebben we er voor en na de training op getraind. Steeds met hetzelfde groepje, dat staat al vast.”

Gezien de goede balbehandeling van de meeste Nederlandse hockeysters was het geen verrassing dat Nieuw-Zeeland het moest afleggen in de shoot-outs. Maar bijna was het niet eens zover gekomen, want de ploeg moest twee keer terugkomen van een achterstand in de minste wedstrijd van Nederland tot nu toe. De hockeysters kozen tegen het stugge Nieuw-Zeeland, met de woorden van bondscoach Max Caldas, niet de kortste weg naar de bergtop, maar de langst mogelijke route. Voor het eerst moest de Argentijn zijn speelsters een hele wedstrijd aansturen.

De Nieuw-Zeelandse bondscoach, Mark Hager, als hockeyer met Australië winnaar van olympisch brons in Atlanta (1996), liet zijn hockeysters dicht bij elkaar spelen. Hij hoopte met stug verdedigen en de nodige fysieke ingrepen schadevrij te blijven. „Ze gooiden zich letterlijk voor de bal”, stelde Hoog, die tegenstander Katie Glynn onbedoeld hard velde met haar stick. De bonkige aanvalster van Nieuw-Zeeland bloedde hevig op het hoofd en keerde met een verbandtooi terug op het veld.

Sombroek moest waakzaam blij

Londen. - De jongste van de Nederlandse hockeysters krijgt in Londen het minst te doen. Doelvrouw Joyce Sombroek (21) ziet de bal vooral van veraf, omdat de olympische titelverdediger zo dominant speelt. Maar tegen Nieuw-Zeeland greep ze haar kans en bezorgde haar ploeg met drie reddingen in de shoot-outs een finaleplaats. Morgenavond (21.00 uur) speelt Nederland tegen Argentinië, dat Groot-Brittannië versloeg.

Sombroek hoefde na het gelijkspel (2-2) in de Riverbank Arena slechts te passen op de inzet van Stacey Michelsen. Ze redde beslist op de shoot-outs van Kayla Sharland, Gemma Flynn en Anita Punt en zag daarna Ellen Hoog het beslissende doelpunt maken. „Ik was heel ontspannen, want als het mis zou gaan, hadden we altijd nog Joyce”, zei Hoog. Sombroek wist pas dat ze had gewonnen toen ploeggenoten hun armen in de lucht staken. „Ik tel nooit mee, ik bekijk het per shoot-out. Elke keer wil ik me weer focussen op het stoppen van de bal.”

De 1,79 meter lange keepster van Laren geldt als specialiste in het stoppen van shoot-outs. Ze kreeg voor de Champions Trophy tips van voormalig ijshockeybondscoach Tommie Hartogs. Ook trainde ze dit seizoen haar reactiesnelheid met het pilotproject Eye Gym, waarbij ze vooral strafcorners leerde ‘lezen’. „De kunst is mijn zenuwen uit te schakelen, de tegenstander zien te vertragen en haar dwingen een hoek te kiezen. Het is net schaken. Ik wil ook geen videobeelden van tevoren zien, maar vertrouwen op mijn reflex.”

De hockeysters trainen in Londen vaak op de vorig jaar ingevoerde shoot-outs van acht seconden. De dribbel vanaf 23 meter vereist meer technische vaardigheid dan de stilliggende strafbal. Ze schieten op zowel Sombroek als reservedoelvrouw Floortje Engels, die buiten het olympisch dorp verblijft. „De speelsters maken de meeste, ook bij mij. We weten natuurlijk op een gegeven moment van elkaar wat we doen.”

„Ik ben blij dat we zo veel op shoot-outs hebben geoefend”, vertelde Naomi van As, maker van de eerste in de serie. „Joyce is er heel goed in. Elke keer hebben we er voor en na de training op getraind. Steeds met hetzelfde groepje, dat staat al vast.”

Gezien de goede balbehandeling van de meeste Nederlandse hockeysters was het geen verrassing dat Nieuw-Zeeland het moest afleggen in de shoot-outs. Maar bijna was het niet eens zover gekomen, want de ploeg moest twee keer terugkomen van een achterstand in de minste wedstrijd van Nederland tot nu toe. De hockeysters kozen tegen het stugge Nieuw-Zeeland, met de woorden van bondscoach Max Caldas, niet de kortste weg naar de bergtop, maar de langst mogelijke route. Voor het eerst moest de Argentijn zijn speelsters een hele wedstrijd aansturen.

De Nieuw-Zeelandse bondscoach, Mark Hager, als hockeyer met Australië winnaar van olympisch brons in Atlanta (1996), liet zijn hockeysters dicht bij elkaar spelen. Hij hoopte met stug verdedigen en de nodige fysieke ingrepen schadevrij te blijven. „Ze gooiden zich letterlijk voor de bal”, stelde Hoog, die tegenstander Katie Glynn onbedoeld hard velde met haar stick. De bonkige aanvalster van Nieuw-Zeeland bloedde hevig op het hoofd en keerde met een verbandtooi terug op het veld.

Sombroek moest waakzaam blijDoor onze redacteur

Londen. - De jongste van de Nederlandse hockeysters krijgt in Londen het minst te doen. Doelvrouw Joyce Sombroek (21) ziet de bal vooral van veraf, omdat de olympische titelverdediger zo dominant speelt. Maar tegen Nieuw-Zeeland greep ze haar kans en bezorgde haar ploeg met drie reddingen in de shoot-outs een finaleplaats. Morgenavond (21.00 uur) speelt Nederland tegen Argentinië, dat Groot-Brittannië versloeg.

Sombroek hoefde na het gelijkspel (2-2) in de Riverbank Arena slechts te passen op de inzet van Stacey Michelsen. Ze redde beslist op de shoot-outs van Kayla Sharland, Gemma Flynn en Anita Punt en zag daarna Ellen Hoog het beslissende doelpunt maken. „Ik was heel ontspannen, want als het mis zou gaan, hadden we altijd nog Joyce”, zei Hoog. Sombroek wist pas dat ze had gewonnen toen ploeggenoten hun armen in de lucht staken. „Ik tel nooit mee, ik bekijk het per shoot-out. Elke keer wil ik me weer focussen op het stoppen van de bal.”

De 1,79 meter lange keepster van Laren geldt als specialiste in het stoppen van shoot-outs. Ze kreeg voor de Champions Trophy tips van voormalig ijshockeybondscoach Tommie Hartogs. Ook trainde ze dit seizoen haar reactiesnelheid met het pilotproject Eye Gym, waarbij ze vooral strafcorners leerde ‘lezen’. „De kunst is mijn zenuwen uit te schakelen, de tegenstander zien te vertragen en haar dwingen een hoek te kiezen. Het is net schaken. Ik wil ook geen videobeelden van tevoren zien, maar vertrouwen op mijn reflex.”

De hockeysters trainen in Londen vaak op de vorig jaar ingevoerde shoot-outs van acht seconden. De dribbel vanaf 23 meter vereist meer technische vaardigheid dan de stilliggende strafbal. Ze schieten op zowel Sombroek als reservedoelvrouw Floortje Engels, die buiten het olympisch dorp verblijft. „De speelsters maken de meeste, ook bij mij. We weten natuurlijk op een gegeven moment van elkaar wat we doen.”

„Ik ben blij dat we zo veel op shoot-outs hebben geoefend”, vertelde Naomi van As, maker van de eerste in de serie. „Joyce is er heel goed in. Elke keer hebben we.