Barbapapa

Het rook nog ouderwets naar zweet en shag. Maar nu kon je voor tachtig euro een levensgrote staande Emile Roemer kopen. Zeg maar een Obama-Emile.

„We gaan voor vijftig zetels, fuck off!” riep de Rotterdamse Carrie Jansen, die in het Openluchtmuseum in Arnhem de opening van de SP-campagne aan elkaar praatte. Eerder tapte ze een mop: „Dove mensen neuken niet. Omdat ze daar nog nooit van gehoord hebben.”

Haha! Bij de rolstoelers rechts voorin kwam-ie goed aan. Ja, dit was stukken beter dan de volkszanger bij de PvdA, vorige week. De PvdA deed volks, bij de SP in Arnhem stond het volk. Ruim 2.500 SP’ers, die samen drie miljoenflyers willen verspreiden.

Roemer opende zijn toespraak met de Fortuyneske zin „Ik ben de politiek ingegaan om gewoon te zeggen wat ik vind”. Vervolgens werd hij de Wilderiaanse populist, door zich vaardig als slachtoffer te presenteren van de Europese rel die hij zelf heeft veroorzaakt.

Ik had toen al lang in het gras gelegen met een groep uitgelaten SP’ers. Ze vertelden hoe ze leefden van 55 euro per week. Hoe de stemming is in sociale werkplaatsen. En hoe zoekend de SP was na Jan Marijnissen, waarbij ze identiteit uitspraken als indentiteit, maar over Europa bleken ze prima op de hoogte. Wat Emile daarover had gezegd, dat meende hij niet zo, susten ze. Simone Buitendijk uit Zoetermeer had Roemer leren kennen toen ze tijdelijk als receptioniste op het hoofdkantoor werkte. Sindsdien noemt ze hem Barbapapa. Niet omdat hij zichzelf net zo behendig kan transformeren, in bijvoorbeeld een Fortuyn of een Wilders, maar omdat ze „zo rustig van hem wordt”.

Barbapapa stond dus uiteindelijk zijn toespraak te houden, toen een man zich fanatiek duwend en trekkend naar voren begon te werken. Zulke momenten hebben hun onschuld allang verloren. Maar daar hing de man al aan zijn partijleider, een duim in de lucht.

Twee jongere SP-mannen waren, toch wat zenuwachtig, achter hem gaan staan. Als een arme, oude, niet heel begaafde man aan de leider hangt van een partij die opkomt voor armen, ouderen, en niet heel begaafden, dan kun je zo iemand niet meteen weg trekken. De leider mocht het dus zelf oplossen.

Emile Roemer gaf de man eerst een hand. Die liet hij ook niet meer los.

Emile Roemer gaf hem toen een pakkerd. Dat hielp evenmin.

Roemer zei: „Toch zijn dit de mooiste momenten die je als politicus meemaakt”.

Totaal ongeloofwaardig.

Maar toen werd Emile Roemer Barbapapa. Hij maakte zichzelf niet los uit die houdgreep: hij wachtte en lachte gewoon maar wat bemoedigend, totdat de man eraan toe was los te laten en op eigen benen weg te lopen.

Dat duurde tergend lang. En het was helemaal SP.