Assad zal zich nooit overgeven

De wereld moet nu ingrijpen, zegt Syrië-expert Jesper Berg. Assad zal niet aarzelen om uiteindelijk chemische wapens in te zetten. Hij zal zich nooit overgeven. „Legereenheden waar het regime op steunt moeten worden uitgeschakeld.”

Een Syrische jongen staat bij een afgebrand politiebureau in Azaz, een stad ten noorden van Aleppo. Zo’n 200.000 Syriërs zijn Aleppo ontvlucht, aldus de VN. Foto AP

Er is geen twijfel aan dat het Syrische regime in laatste instantie bereid is zijn chemische wapens te gebruiken tegen de opstandelingen. Als de internationale gemeenschap bereid is het zover te laten komen, zegt de Deense Syrië-expert Jesper Berg.

De oppositie heeft niets meer te verliezen. Steden worden kapot geschoten, ook vreedzame betogers of mensen die verkeerde dingen hebben gezegd worden opgepakt, gefolterd, verkracht en vernederd. „De opstand gaat niet weg. Hun levens staan op het spel en zij staan erop dat de clan van Assad verdwijnt.”

Aan Assads kant is niet iedereen bereid zich dood te vechten, zegt Berg in een vraaggesprek in Den Haag. „In dit stadium gaan bijvoorbeeld de leden van de shabiha, de beruchte pro-regeringsmilitie die moordt en verminkt in de wetenschap dat ze de tanks van het leger achter zich hebben, denken aan de mogelijkheid van de val van het bewind en aan de consequenties voor henzelf. Is het nog de moeite waard om Aleppo in te gaan om de wijk Salaheddin te zuiveren van de laatste rebellen?”

Is het niet mogelijk dat Assad op een gegeven moment naar buiten komt en zegt: ik geef het op?

„Nee, nooit. Nooit. Assad zal zich nooit overgeven. Voor zijn bewind telt de macht, en niets anders. Welk regime beschiet zijn eigen bevolking? Hij beschouwt de burgers als de vijand. Hij vernietigt zijn cultureel erfgoed omdat er een paar mensen rondrennen met een kalasjnikov. Hij zal Syrië verwoesten als hij daartoe in staat wordt gesteld.”

De opstand, zegt Berg, is van meet af aan niet het werk geweest van de intellectuele oppositie, het is in de ware betekenis van het woord een volksopstand. Voor de protesten van de oude oppositie in Damascus in februari en maart kwam geen steun. Wat de opstand ontketende, was het optreden van de Syrische autoriteiten in Deraa.

De mensen daar beschouwden zichzelf altijd als regimegetrouw; verscheidene hoge functionarissen komen er vandaan en veel mensen van de inlichtingendiensten. Ze zagen zichzelf niet als oppositie. Maar toen de lokale autoriteiten een stel kinderen die graffiti hadden opgekalkt zeer gewelddadig behandelden en door Damascus niet werden bestraft, sloegen de stoppen door. „Die zaak legde de ware aard van het regime bloot, dat geen enkele afwijkende mening duldt.”

Er bestond wel een latente onvrede. De Syrische economie is gecentraliseerd in Damascus en Aleppo. Onder de economische privatiseringspolitiek van Bashar Assad werd nabijheid bij de macht belangrijk. „Er ontstond een crony-economie. Er kwam een kleptocratie op. De provincie profiteerde daar niet van.”

Tegelijk is de bevolking in een kleine 20 jaar zo goed als verdubbeld, van 13 tot 22 miljoen. Syrië was een rijk landbouwland, maar zoveel mensen konden niet meer goed van het land leven.

„Als je de sleutel naar de opstand probeert te vinden, dan is het enerzijds het verbreken van het sociale contract met het bewind dat er traditioneel was, zonder dat de mensen er iets voor terugkregen. Maar tegelijk de onmenselijke behandeling van de mensen in Deraa die tot dan geen serieuze bezwaren hadden tegen het regime. Ja er was onvrede, maar de mensen konden ermee leven. Ze accepteerden een heerser zolang die hen onder zijn vleugels nam. Hafez al-Assad en zijn zoon Bashar worden afgeschilderd als de vader van alle Syriërs – een soort halfgod. De bevolking accepteerde het regime tot ze voelde dat ze niet meer telde. Tot ze als de vijand werd behandeld.”

Bashar zou nu niet zo in de problemen zijn geweest als hij niet zoveel geweld had gebruikt?

„Ja dat is waar. Maar een andere aanpak is niet mogelijk. Het veiligheidsapparaat is erop getraind de mensen onder controle te houden.

„Er zijn incidenten bekend waar het anders ging. Een jongen werd in elkaar geslagen in Damascus, en er verzamelden zich duizenden betogers. Toevallig kwam net de minister van Binnenlandse Zaken aanrijden. Hij sprak de betogers toe en slaagde erin iedereen naar huis te praten. Daarna werd er heel lang niet meer geprotesteerd. Maar in Syrië zijn er misschien niet meer dan tien mensen die het gezag hebben om dit te doen. Het regime was en is niet in staat om met een massa-opstand om te gaan en dus werd meteen aan het begin al het punt bereikt waarop het niet meer terugkon.”

Er wordt vaak gewaarschuwd voor een sektarisch bloedbad. Deelt u die angst?

„De Syrische gemeenschappen hebben altijd vreedzaam naast en te midden van elkaar geleefd. Maar het probleem is dat het regime, dat zwaar rust op de alawitische minderheidssekte, deze notie vervormt. Het bewind werpt zich steevast op als garantie voor de multi-etnische en multireligieuze samenleving in een seculier kader. Het is het bewind dat het angstbeeld heeft gecreëerd van een sektarische oorlog als het er niet meer zou zijn. Met name bij de andere kleine sekten, een deel van de sunnieten en in het islamofobe Westen vinden ze daarvoor gehoor. Ze proberen hun tegenstanders te vernietigen door hen te doden of te brandmerken als religieuze extremisten en terroristen. Dus het alternatief voor jouw regime, zeggen ze, is zo verschrikkelijk dat het geen alternatief is.”

Maar dat sluit sektarische wraak toch niet uit?

„Er zal inderdaad wraak worden genomen. Dat heeft het regime bereikt. Als ik jullie maar een terrorist blijf noemen, dan zeg je op een gegeven moment: ja, dat ben ik.”

Wraak, maar geen sektarisch bloedbad?

„Het is te vroeg om dat te zeggen. Het conflict heeft zijn beslissende moment nog niet bereikt. Het is wel een feit dat veel rebellen nu Assads militie niet meer als shabiha [spoken] betitelen, maar als alawieten. In die zin is het regime erin geslaagd er een sektarisch verhaal van te maken. De media zijn hierdoor gehypnotiseerd, maar menselijkheid, patriottisme en burgerschap zijn niet vergeten. Niet iedereen woont op het slagveld. Er is nog geen bloedbad in een alawitisch dorp gezien – maar misschien willen ze daar op dit moment van de oorlog geen kogels aan verspillen.”

Moet de internationale gemeenschap ingrijpen?

„Ja, en dat zeg ik sinds mei vorig jaar. Tegen die tijd had Assad overduidelijk gemaakt dat hij de oppositie niet serieus nam, dat hij niet bereid was tot een politieke oplossing en wat de aard van zijn regime was.

Wat kan de buitenwereld doen?

„Wat er zou moeten gebeuren is dat het regime wordt verhinderd om geweld te gebruiken tegen de burgers, bijvoorbeeld door middel van een no-flyzone. Het argument gaat niet meer op dat het regime geen helikopters en vliegtuigen gebruikt – dat doet het nu wel. Bovendien zouden de legereenheden waarop het regime steunt, moeten worden uitgeschakeld. Dat zou de val van het regime aanmerkelijk versnellen.

„Alle argumenten van het Westen tegen interventie – anders komt er geen politieke oplossing, anders komt er burgeroorlog – zijn nu waargemaakt, juist omdat er geen interventie was. De ideeën van het Westen zijn gebaseerd op een misverstand over de aard van het regime. Het regime is gebaseerd op bruut geweld en het kan niets anders doen. Het was lachwekkend te denken dat er een basis was voor een politieke oplossing en het zegt meer over de wensdroom van het Westen dan over de werkelijkheid.”

Is buitenlandse interventie onvermijdelijk?

„We kunnen wel hopen dat het regime verkruimelt of dat het leiderschap wordt gedood. De kans is veel groter dat het regime tot het einde door vecht, zoals het heeft aangekondigd, en je vecht met de tanden die je hebt. Tot dusverre heeft het regime het zich kunnen permitteren alle regels met voeten te treden – het heeft de grenzen met Turkije en Libanon geschonden, een Turks vliegtuig neergeschoten, steden verwoest, nu wordt Aleppo gebombardeerd met al zijn cultureel erfgoed. Ik heb het gevoel dat Turkije en het Westen Assad er zo bijna toe brengen om chemische wapens te gebruiken.”