Assad gaat door tot het bittere eind

De wereld moet nu ingrijpen, zegt Syrië-expert Jesper Berg. Assad zal niet aarzelen uiteindelijk chemische wapens in te zetten. Hij zal nooit opgeven.

Redacteur Midden-Oosten

Den Haag. De oppositie heeft niets meer te verliezen. Steden worden kapot geschoten, ook vreedzame betogers of mensen die verkeerde dingen hebben gezegd worden opgepakt, gefolterd, verkracht en vernederd. „De opstand gaat niet weg. Hun levens staan op het spel en zi j staan erop dat de clan van Assad verdwijnt”, zegt de Deense Syrië-expert Jesper Berg.

Aan Assads kant is niet iedereen bereid zich dood te vechten, zegt hij in een vraaggesprek. „In dit stadium gaan bijvoorbeeld de leden van de shabiha, de beruchte pro-regeringsmilitie die moordt en verminkt in de wetenschap dat ze de tanks van het leger achter zich hebben, denken aan de mogelijkheid van de val van het bewind en aan de consequenties voor henzelf. Is het nog de moeite waard om Aleppo in te gaan om de wijk Salaheddin te zuiveren van de laatste rebellen?”

Is het niet mogelijk dat Assad op een gegeven moment naar buiten komt en zegt: ik geef het op?

„Nee, nooit. Nooit. Assad zal zich nooit overgeven. Voor zijn bewind telt de macht, en niets anders. Welk regime beschiet zijn eigen bevolking? Hij beschouwt de burgers als de vijand. Hij vernietigt zijn cultureel erfgoed omdat er een paar mensen rondrennen met een kalasjnikov. Hij zal Syrië verwoesten als hij daartoe in staat wordt gesteld.”

De opstand, zegt Berg, is van meet af aan niet het werk geweest van de intellectuele oppositie, het is in de ware betekenis van het woord een volksopstand. Voor de protesten van de oude oppositie in Damascus in februari en maart kwam geen steun. Wat de opstand ontketende, was het optreden van de Syrische autoriteiten in Deraa.

De mensen daar beschouwden zichzelf altijd als regimegetrouw; verscheidene hoge functionarissen komen er vandaan en veel mensen van de inlichtingendiensten. Ze zagen zichzelf niet als oppositie. Maar toen de lokale autoriteiten een stel kinderen die graffiti hadden opgekalkt zeer gewelddadig behandelden en door Damascus niet werden bestraft, sloegen de stoppen door. „Die zaak legde de ware aard van het regime bloot, dat geen enkele afwijkende mening duldt.”

„Als je de sleutel naar de opstand probeert te vinden, dan is het enerzijds het verbreken van het sociale contract met het bewind dat er traditioneel was, zonder dat de mensen er iets voor terugkregen. Maar tegelijk de onmenselijke behandeling van de mensen in Deraa die tot dan toe geen serieuze bezwaren hadden tegen het regime. Ja, er was onvrede, maar de mensen konden ermee leven.”

Assad zou nu niet zo in de problemen zijn geweest als hij niet zoveel geweld had gebruikt?

„Ja, dat is waar. Maar een andere aanpak is niet mogelijk. Het veiligheidsapparaat is erop getraind de mensen onder controle te houden. Het regime was en is niet in staat om met een massa-opstand om te gaan en dus werd meteen aan het begin al het punt bereikt waarop het niet meer terugkon.”

Er wordt vaak gewaarschuwd voor een sektarisch bloedbad. Deelt u die angst?

„De Syrische gemeenschappen hebben altijd vreedzaam naast en te midden van elkaar geleefd. Maar het probleem is dat het regime, dat zwaar rust op de alawitische minderheidssekte, deze notie vervormt. Het bewind werpt zich steevast op als garantie voor de multi-etnische en multireligieuze samenleving in een seculier kader. Het is het bewind dat het angstbeeld heeft gecreëerd van een sektarische oorlog als het er niet meer zou zijn. Met name bij de andere kleine sekten, een deel van de sunnieten en in het islamofobe Westen vinden ze daarvoor gehoor. Ze proberen hun tegenstanders te vernietigen door hen te doden of hen te brandmerken als religieuze extremisten en terroristen.”

Maar dat sluit sektarische wraak toch niet uit?

„Er zal inderdaad wraak worden genomen. Dat heeft het regime bereikt. Als ik jullie maar een terrorist blijf noemen, dan zeg je op een gegeven moment: ja, dat ben ik.”

Wraak, maar geen sektarisch bloedbad?

„Het is te vroeg om dat te zeggen. Het conflict heeft zijn beslissende moment nog niet bereikt. Het is wel een feit dat veel rebellen nu Assads militie niet meer als shabiha [spoken] betitelen, maar als alawieten. Er is nog geen bloedbad in een alawitisch dorp gezien – maar misschien willen ze daar op dit moment van de oorlog geen kogels aan verspillen.”

Wat kan de buitenwereld doen?

„Wat er zou moeten gebeuren is dat het regime wordt verhinderd om geweld te gebruiken tegen de burgers, bijvoorbeeld door middel van een no-flyzone. Het argument gaat niet meer op dat het regime geen helikopters en vliegtuigen gebruikt – dat doet het nu wel. Bovendien zouden de legereenheden waarop het regime steunt, moeten worden uitgeschakeld.”

„Alle argumenten van het Westen tegen interventie – anders komt er geen politieke oplossing, anders komt er burgeroorlog – zijn nu waargemaakt, juist omdat er geen interventie was. De ideeën van het Westen zijn gebaseerd op een misverstand over het regime. Het regime is gebaseerd op bruut geweld en het kan niets anders doen.”

Is buitenlandse interventie onvermijdelijk?

„We kunnen wel hopen dat het regime verkruimelt of dat de top wordt gedood. De kans is veel groter dat het regime tot het einde doorvecht. Tot dusverre heeft het regime het zich kunnen permitteren alle regels met voeten te treden – het heeft de grenzen met Turkije en Libanon geschonden, een Turks vliegtuig neergeschoten en steden verwoest; nu wordt Aleppo gebombardeerd met al zijn cultureel erfgoed. Ik heb het gevoel dat Turkije en het Westen Assad er zo bijna toe brengen om chemische wapens te gebruiken.”