Wie vreest Sahelistan?

In Frankrijk is Syrië niet de enige internationale brandhaard die dagelijks in het nieuws is. Elke dag schrijven de kranten vol zorg over de situatie in Noord-Mali, waar radicaal-islamitische bewegingen die banden hebben met Al-Qaeda sinds enige maanden een gebied groter dan Frankrijk controleren.

In stadjes als Timboektoe en Gao wordt de shari’a naar de letter uitgevoerd. Een ‘overspelig’ stel werd gestenigd, een vermeende brommerdief de hand afgehouwen. Voor Franse media is dit een schrikbeeld van wat de Sahel te wachten staat.

Bovendien waarschuwen experts dat het gebied dreigt te veranderen in een vrijhaven voor jihadisten. Maar wie hoort dat, in Europa?

Volgens Le Monde ontstaat in Noord-Mali het „Afghanistan van West-Afrika”. Het avondblad pleit voor snel militair ingrijpen door de Verenigde Naties, onder leiding van Mali’s buurland Algerije.

Jean-Yves Le Drian, de Franse minister van Defensie, zei deze week dat een militaire interventie in wat hij ‘Sahelistan’ noemt „onafwendbaar” is. Maar hij vindt dat Frankrijk niet het initiatief moet nemen.

Een militaire interventie in de voormalige kolonie ligt gevoelig. Niet alleen verblijven er Franse gijzelaars in het gebied, ook zou ingrijpen de betrekkingen met Algerije op het spel zetten. Bovenal speelt de vrees dat Franse militaire actie nog steeds maar half genezen koloniale wonden zal openrijten.

Toch kan Frankrijk maar moeilijk afscheid nemen van zijn historische rol als gendarme d’Afrique. In 2006 voorkwamen Franse soldaten nog dat rebellen in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek de met president Chirac bevriende dictators van hun tronen stootten.

Chiracs opvolger Nicolas Sarkozy verkondigde dat de voormalige koloniën nu zelf hun veiligheidskwesties moeten oplossen. Frankrijk, zei hij, was niet van plan tot in de eeuwigheid troepen in West-Afrika paraat houden.

Maar nog altijd zijn Franse troepen gestationeerd in Senegal, Ivoorkust, Gabon, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Tsjaad. En net als onder Chirac konden Afrikaanse dictators rekenen op warm onthaal bij Sarkozy. Toen de VN begin 2011 ingrepen in Ivoorkust, vertrouwden zij daarbij op Franse troepen.

De nieuwe socialistische regering meent dat initiatief tot ingrijpen uit de regio zelf moet komen. Maar in Franse media overheerst teleurstelling over het gebrek aan voortvarendheid bij Mali’s buurlanden. Elke moeizame vergadering in West-Afrika is nieuws in Frankrijk.

Er zijn ook Afrikanen die meer vertrouwen hebben in de oude kolonisator. Zoals Sadou Diallo, de gevluchte burgemeester van Gao. In Parijs deed hij een dramatische radio-oproep aan president Hollande om toch in te grijpen. „Vorig jaar schoot Frankrijk te hulp in Libië, dat een voormalige Italiaanse kolonie is. Wij zijn een oude kolonie van Frankrijk. Parijs hoeft de toestemming van de regering in Bamako heus niet af te wachten”.