Wie neemt de eerste hap van wie?

The Kingdom of the oceans. 4 afl. van 54 minuten, € 29,99

Vissen, garnalen, dolfijnen, zeeslakken en nog eens vissen. Het is zeker een prestatie van de Franse filmmakers Jacques Perrin en Jacques Cluzaud om zes jaar lang, op zestig verschillende locaties ter wereld allerlei dieren onder water te laten filmen.

Toch is het wat veel gevraagd om 216 minuten lang naar beelden van zwemmende beesten te kijken. Het is dan ook zeker aan te raden om de 4 afleveringen van de documentaireserie The Kingdom of the oceans (Le peuple des océans) niet achter elkaar te bekijken. Perrin, tevens de verteller van dit wateravontuur, maakte al eerder succesrijke natuurdocumentaires waaronder Microcosmos (1996), Winged Migration (Le peuple migrateur) (2001) en Oceans (2009).

Films met prachtige opnames van vrijende slakken en springende dolfijnen. Jammer bij deze nieuwe serie is dat er weinig wetenschappelijke wetenswaardigheden worden verteld. Perrin zegt bijvoorbeeld dat de degenkrab al 500 miljoen jaar hetzelfde is gebleven, maar geeft verder geen toelichting. De esthetiek van de beelden blijkt voor de makers van groter belang dan de inhoud. Ook slaan ze de plank mis met spirituele massagemuziek die dit onderwaterspektakel begeleidt. Stille opnames met wat droog commentaar à la Sir David Attenborough zou ook volstaan. Overigens stak deze Brit in zijn BBC-natuurseries vaak met plezier zelf een stokje in een vleesetende plant. Een vorm van actieve bemoeienis ter bevordering van de educatie die de boel ook bij deze natuurreeks wat had kunnen verlevendigen.

Desalniettemin zijn er voor The Kingdom ook weer fantastische opnames gemaakt. Neem de maanvis, die af en toe uit de diepten van de oceaan naar boven zwemt met twee flapperende vinnen waarvan er één op zijn kop zit en de ander aan zijn buik hangt. En hoe monsterlijk is de steenvis, samen met de duivels- en de blobvis wellicht één van de lelijkste wezens op aarde?

Treurig is het lot van de soepschildpad die, vers uit het ei gekropen, als een bezetene over het strand moet kruipen om snel in de oceaan te verdwijnen. Vaak wordt hij door een hongerige fregatvogel meteen opgepikt en opgeslokt. En na het zien van al die gretige blauwe vinvissen en dolfijnen die grote happen uit scholen makreel en sardientjes nemen, kan je concluderen dat het na 3 miljard jaar in de oceaan nog altijd om één ding draait: eten of gegeten worden.