Wat de voetballers van olympiërs kunnen leren

Het populairste spel op aarde kan veel opsteken van sporters die ons de afgelopen maanden topvermaak hebben bezorgd, betoogt Auke Kok.

Na de sportzomer een sportherfst: dat zal wennen zijn. Na de correctheid op Wimbledon, de toeschietelijkheid van de renners tijdens de Tour de France en de onweerstaanbaar vrolijke Olympische Spelen schakelt de sportliefhebber terug naar voetbal. Dat is niet in alle opzichten leuk.

Zelfs de verstokte voetballiefhebber zal niet blij zijn geworden van SC Heerenveen-speler Oussama Assaidi, die afgelopen zondag voor de televisiecamera zei: „Ik wil best naar Ajax, maar ik wil wel een goed salaris hebben.” Voor de goede orde: bij geen andere Nederlandse voetbalclub verdien je zoveel als bij Ajax. Voor de aanvaller die afgelopen seizoen welgeteld tien goals maakte voor SC Heerenveen blijkbaar nog te weinig. Vrijdag werd bekend dat Assaidi naar Liverpool vertrekt.

De woorden vielen zondag, enkele uren voor de afsluitingsceremonie van de Spelen. De 24-jarige vleugelaanvaller kon het ook niet helpen dat journalisten tot het einde van de transferperiode op 1 september meer geïnteresseerd lijken in transfers dan in het spel zelf. Assaidi gaf eerlijk antwoord op vragen die hem werden gesteld. Toch, na de blije klanken in Londen, het gejuich en verdriet na de finales krasten zijn woorden op het trommelvlies.

Wie turner Epke Zonderland heeft zien huilen tegen de borst van Humberto Tan kan de soap rond Assaidi – eiste hij nu anderhalf miljoen euro per jaar of niet? – even niet hebben.

Vergeleken met tennissers, wielrenners en zwemmers lopen voetballers er verwend bij. Dat valt na de zomer van 2012 ineens extra op.

Nu doen sporters in het mediatijdperk elkaar vaak na, dus er is hoop. Laten we de voetballers dus een handje helpen en ze iedere ochtend voordat ze aan de slag gaan het trainingsschema van Zonderland voorhouden. Misschien snappen ze dan beter wat voor een luizenbaan ze hebben en zullen ze minder snel zeuren en klagen.

Tekst van hockeyer Floris Evers na de nederlaag in de olympische finale tegen Duitsland: „Complimenten voor die Duitsers.” Kom daar bij onze voetballers eens om.

In de strijd tegen het eeuwig gezanik over de scheidsrechter – of over de coach, de tactiek, de medespelers – zou het goed zijn als de helden van de eredivisie voorafgaande aan een interview even snel een tennisquote tot zich namen. Tennisprofs hebben geleerd hun eigen fouten te erkennen. In tegenstelling tot voetballers kunnen zij de schuld niet afschuiven op anderen, met als gevolg meer zelfanalyse en en minder kinderachtige uitspraken.

Tip voor de nieuwe bondscoach Louis van Gaal: toon vlak voor een ‘persmoment’ voor zijn spelers een filmpje met Roger Federer na de olympische finale. Federer zet de boel in perspectief en noemt zijn opponent Andy Murray „gewoonweg de beste van dit toernooi”.

Mooie les in bescheidenheid. Of valt zo’n initiatief verkeerd in een sportcultuur waarin iemand die niet tegen zijn verlies kan een ‘winaarstype’ wordt genoemd?

Voor Oranje-spits Robin van Persie kan een dvd’tje met wielrenners heilzaam werken. Hoeft niet lang te duren, gewoon een compilatie van besmeurde en bezwete wielrenners na bergritten waarin ze kapot zijn gegaan, zonder iets te winnen. En hen dan zonder pardon vragen zien beantwoorden die over iets heel anders gaan. Hopelijk haalt Van Persie het dan niet meer in zijn hoofd om tijdens het hele EK voetbal niet met de pers te praten en zo talloze fans te schofferen. Alleen maar uit vrees voor de – begrijpelijke – vraag of hij zijn club Arsenal trouw blijft na de zomer.

Een stralende blik zoals die van Ranomi Kromowidjojo kan niet van iedere voetballer worden verwacht. Zelfs niet van iedere voetbalster. Maar beelden van de zwemster zouden menigeen goed doen. ‘Kromo’ als inspiratiebron voor goedlachsheid, voor onbevangenheid en bereidheid om haar ziel bloot te geven onder moeilijke omstandigheden.

De winnares van twee gouden medailles was niet alleen geweldig na een gewonnen race, ze was het al meteen aan het begin van de Spelen, na de teleurstellende tweede plaats van de estafetteploeg. Het goud werd gemist door falende teamgenoten – en geen spoortje van verwijt op het natte gezicht van de pijlsnelle Kromowidjojo.

Accepteren is het kernwoord. De hele zomer hebben we sporters gezien die konden accepteren. Zelfs bij hockey, een teamsport die wat fouten en frustraties betreft aardig in de buurt komt van voetbal, was accepteren de norm. Dat doet trouwens het ergste vrezen voor de video referee, die bij hockey (en enkele andere sporten) optreedt. Nu de roep om elektronische hulpmiddelen bij voetbal steeds luider wordt, dient zich deze nachtmerrie aan: voetballers die niet alleen de beslissing van de scheidsrechter, maar ook het besluit om de video referee in te schakelen aanvechten. Waarna het oordeel van de video referee uiteraard ook weer wordt betwist.

In het Theater van de Vallende Mannen wordt immers alles betwist.

Voor het invoeren van een video referee zouden de voetballers eerst goed naar hockeyers moeten kijken: hoe die na een onwelgevallige uitkomst hun plek weer opzoeken.

Als je ze beter leert kennen, vallen de meeste profvoetballers reuze mee. Zij kunnen het ook niet helpen dat ze te veel geld krijgen voor te weinig prestaties, dat ze te vaak op de foto moeten, handtekeningen moeten uitdelen, meer bewondering krijgen dan goed voor ze is.

Het is allemaal zo gegroeid – en het kan dus worden bestreden. Zou Wesley Sneijder opknappen van een middagje afzien met de roeisters van de vrouwenacht? Mogelijk wel.

En maar wat graag zouden we getuige zijn van een gesprek tussen Arjen Robben en wielrenster Marianne Vos. Onderwerp: Lijden In Eenzaamheid. Mocht Vos niet kunnen, dan sturen we zeilster Marit Bouwmeester op Robben af: Omgaan met Tegenwind Doe Je Zó. En wat judoka Edith Bosch deed met die flessengooier in Londen: waarom doen voetballers dat niet met hooligans? Gewoon een duw geven – opzouten jij.

Tenslotte de gulle lach van Churandy Martina. Ter vervanging van het geluidsbombardement in voetbalstadions klinkt voorafgaande aan wedstrijden alleen nog het zonnige accent van deze Antilliaanse sprinter Na Martina’s „ik ben blij!” zullen voetballers zich misschien wat prettiger opstellen. Van de frase „Ik ga morgen die bocht goed lopen!” zal het publiek wekelijks een goed humeur krijgen, en de boel heel laten.

Het zou mooi zijn.

En o ja, alle voetbalverslagen voortaan à la Hans van Zetten, de NOS-commentator die bekend werd na zijn verslag bij de gouden oefening van Zonderland. In plaats van de uitgeholde frasen alleen nog deskundigheid en enthousiasme, óók als de tegenpartij iets bijzonders doet.

Zo valt er een hoop te leren van de sporten die ons de afgelopen maanden topvermaak hebben gebracht. Kwestie van goed kijken, luisteren en nadoen. De consumptie van het populairste spel op aarde zou er baat bij hebben, om te beginnen in Nederland.

Auke Kok is journalist en sportschrijver. Hij schreef het boek Wij waren de besten, over het WK van 1974.