Vader: ‘Kleinzoon staat al klaar’

Zo’n vijfendertig jaar geleden begon Jos Havermans een slachterij annex slagerij in het Noord-Brabantse dorp Wagenberg. Al negen keer werd hij kampioen met zijn gehakt voor Brabants worstebrood.

Jos Havermans (59) runt samen met zijn zoon Roy een slachterij annex slagerij: slachterij Jos en Roy Havermans. Jos maakt de worsten.

„Ik was worstmaker in een grootwinkelbedrijf, totdat ik eind jaren zeventig werd ontslagen omdat die tak werd afgestoten. Toen ben ik voor mezelf begonnen. Dat was niet zo’n grote overgang, want ik deed naast mijn baan al werk voor mezelf. Huisslachtingen enzo. Dat heb ik toen uitgebreid. Iedereen verklaarde me voor gek, want er was een slachthuis in de buurt en ik moest natuurlijk aardig wat investeren in een eigen zaak. Toch heb ik het gedaan. Toen mijn bedrijf gereed was, ging het slachthuis dicht.

„We zitten met vier familieleden in het bedrijf: mijn vrouw en schoondochter doen de administratie en de boekhouding, mijn zoon houdt zich bezig met de slachterij. Ik ben er altijd van uitgegaan dat mijn zoon in de zaak zou komen. Hij is klantgericht en heeft gevoel voor kwaliteit. Zelf run ik de worstenmakerij. Verder ben ik het gezicht in de winkel en maak ik samen met het personeel het vlees klaar dat naar de klanten gaat. We maken allerlei soorten worst: van leverworst tot bloedworst. We zijn nu voor de negende keer kampioen van Noord-Brabant met gehakt voor Brabants worstebrood. Daar ben ik zeer trots op.

„Elke vrijdag is de winkel bij ons bedrijf open. Daar verkopen we allerlei soorten vlees. Gekookt spek loopt hier heel hard.

„Van de crisis hebben we geen last. Mensen blijven zoeken naar goed vlees. Onze producten gaan niet via de tussenhandel, dus ligt de prijs lager.

„De kleinkinderen zijn nu in de leeftijd tussen 6 en 10 jaar, maar ik zie nu al dat er een opvolger tussen zit: mijn kleinzoon van 7. In de vakantie wil hij altijd meehelpen, komt uit zichzelf vroeg uit zijn bed, jaagt de varkens naar binnen en is ook bij het slachten. Hij heeft echt talent voor het vak, dat zie je.”