Terug naar de buitenlol

Wat zijn de buitendingen die je voor je twaalfde gedaan moet hebben? Bijna duizend lezers reageerden op onze oproep. Een Top 50 voor de binnenzitgeneratie.

Een paar weken geleden deden we een oproep: stuur uw top vijf met buitendingen die je voor je twaalfde gedaan moet hebben. We kregen vele e-mails en handgeschreven brieven met in totaal tegen de 1.000 lijstjes. De jongste inzender was 6 jaar, de oudste 93. Met één uitzondering was u enthousiast en deelde u de zorg over wegzinkend erfgoed: het spelen met de omgeving.

Velen van u hebben een toegift gegeven, in de bescheiden hoop dat het ook zes buitendingen mochten zijn. Enkelen stuurden gewoon twee- of driemaal in, zonder een eerder lijstje in te trekken. Sommigen waren rechtstreekser en gaven meteen een top vijftig. Of een top honderd, handgeschreven. Daaruit werden er dan vijf geplukt voor de telling. Alle inzendingen zijn geteld en gerangschikt. De lijst treft u hiernaast aan. Het ging ons niet om puur sociale buitenspelletjes, hoe mooi het ren-en-stilstaspelletje Annemaria Koekoek en het voor jongens ondoorgrondelijke ‘elastieken’ ook waren. Die horen in een ander lijstje thuis. En we hadden een voorkeur voor dingen die de meeste volwassenen niet óók doen.

U schreef ook prachtige inleidingen en overdenkingen. Het belang van buitendingen blijkt vooral bij terugblik groot. Maakt u zich geen zorgen, het werd gelezen en gewaardeerd.

We stuitten vaak op de nostalgische zinsnede „zo mooi, maar niet reëel om dat nu nog te noemen voor onze kinderen”. Daar hebben wij ons niets van aan getrokken. Spelen in een hooiberg en kijken naar open en bloot afgevoerde dierkadavers telden gewoon mee. Ook het veel genoemde „tegenwoordig verboden” was geen beletsel.

Favoriete sleutelbegrippen bleken al snel: een geheime, en anders toch wel een eigen wereld, zonder grote mensen, op het randje van illegaal en van het gezonde verstand. Inzenders zien graag terug op volle, altijd boeiende dagen, maar noemen vaak genoeg ook: je een beetje vervelen. Want rondhangen en jezelf vervelen – en dus niet op je mobieltje turen of dvd’s kijken – leidden vaak tot mooie initiatieven.

De variatie aan onderwerpen was buitengewoon groot. U meldde vaak dat een top 100 of top 250 pas zoden aan de dijk zou zetten, maar dat was de afspraak niet.

Bij het lezen van alle reacties ging er een liedje door mijn hoofd zingen. Een nostalgisch deuntje met spontaan gewijzigde tekst. In plaats van ‘Hilversum 3 … ’ hoorde ik: ‘A-D-H-D bestond nog niet’. Soms met elkaar afwisselende vervolgzinnen: ‘We stookten vuurtjes in het riet’ of ‘Lekker buiten rennen als het giet’.

De zorg over de toekomstige natuurherinneringen van de huidige jeugd was onder lezers massief. En nee, dan ging het niet om de gebruikelijke onvrede van oudere generaties, die van alle tijden is. Er was meer aan de hand. Ook jongere lezers toonden zich bezorgd over het weggezonken erfgoed, dat tegelijkertijd verdween met een prettig onverzettelijke mentaliteit en het vermogen om overal mogelijkheden te zien.

De inzenders bekommerden zich niet al te zeer over ethische beginselen, en daar gaan we graag in mee. Op de weg worden ontelbare insecten dood gereden – maar je zou niet even een paar vlinders mogen vangen en in een potje bekijken? Kom. Of neem het veel genoemde onderdeel ‘kikkervisjes vangen’. Verdwijnende rustige ruimte is voor Nederlandse dieren een probleem, niet een nieuwsgierig kind. Dat nieuwsgierige kind wil er later misschien wel voor zorgen dat er toch nog wat ruimte blijft. Trouwens: als je het dril haalt uit een toch al opdrogend plasje, is er voor je jonge geweten al helemaal niets aan de hand.

Gepamper

En dan de veiligheid van ons eigen broed. O, wat heeft u met zijn allen genoeg van het gepamper, de bezorgdheid, de helmpjes, de kniebeschermers en het permanente toezicht. Van de rubberen tegels, die geen fundament bieden voor een echte jeugd. En nee, het was niet zoals gebruikelijk vooral de oudere generatie die zich druk maakte. Jongere juffen en meesters – pardon, leerkrachten – kunnen het niet meer aanzien. Niets mogen kinderen nog, weinig willen en durven ze meer – terwijl ze ondertussen op paradoxale wijze, ik citeer twee lezers, „zonder grenzen zijn opgevoed” en „als prinsjes en prinsesjes de hele dag achter hun computer zitten te stinken”.

Verplicht spelen ze soms buiten, maar verantwoord en op de daartoe aangewezen plekken. En overal is de ‘rubberentegelgeneratie’ akelig bang voor. Een bij. Een goedmoedige hommel. Een toevallig zwerfmuisje kan zelfs een schoolklas tot grote, niet gespeelde hysterie brengen.

Dat moet anders. Als deze lijst helpt, des te beter. Maar velen van u signaleerden dat terugkeer naar vrij buiten zijn niet makkelijk wordt, met alleen al De Aansprakelijkheidsmanie. Als er vandaag de dag al buiten een kind beschadigd raakt, moet er altijd een schuldige instantie zijn: een nalatig bouwbedrijf of een onverantwoorde boomeigenaar. En anders wacht de ouders wel verkettering.

Die ouders hadden het vroeger makkelijker: ze hoefden nergens vanaf te weten. En kinderen hadden het fijner.

Terug naar de lol, en de blijkbaar nog steeds diep gevoelde jeugdervaringen. Opvallend was een niet eerder vastgelegd Nederlands klimaatfenomeen: vroeger scheen de zon altijd, en als het regende, goot het goed. En zo’n hoosbui maakt diep gelukkig, weten we nu. Dat de winters beter waren wisten we al wel, maar niet dat de dagen zoveel langer duurden. En er sprak nog iets bijna onbegrijpelijks uit de inzendingen. Als we u moeten geloven, gingen kinderen na school vroeger lekker rondzwerven. Niemand hoefde te weten waar je was, als je maar op tijd thuis was voor het eten was het allang best. En daarna dan weer tot de schemering naar buiten.

De analyse is nu aan u, u stelde de lijst tenslotte zelf samen. Maar misschien mag ik u wijzen op een paar onverwacht scorende onderdelen. Zoals het kalfje dat verrassend pijnloos en intiem aan handen sabbelt. Of het met veel eerbied en op originele wijze begraven van dode vogeltjes.

Eén door u genoemd punt stemt werkelijk nostalgisch. Met de buitenwereld spelen was ook met de mensenwereld spelen. Relatief vaak noemde u het in allerlei varianten: boeren, boswachters en buren ontlopen. Zelf heb ik herinneringen aan boeren die een jongensdag spectaculairder maakten door te dreigen met een zwaaiende stok. Of die je vastpakten en je op de bagagedrager van de statige herenboerenfiets zetten om je „naar de politie” te brengen. Trots was je hoe je dan toch aan zijn greep ontsnapte, dat scheelde maar een haartje. Achteraf weet je: die man wou helemaal niet dat hele stuk gaan fietsen, hij speelde goedmoedig met jóu.

Zo zijn er meer jeugdopvoeders en -vermakers geweest, blijkt. De boswachter die woest naschreeuwde: „Ik heb een geweer, als je het maar weet”, zou tegenwoordig op een filmpje komen en ontslagen worden. De oude man van de boomgaard die zogenaamd woest was om het verlies van anderhalve appel of vier kersen – „Ik stuur m’n hond Boris op je af, die vreet kinderen” –, zou nu voor het gerecht worden gesleept. Voor die mensen is nu minder ruimte, lijkt het. De maatschappij is te beducht voor echte vijandigheid en geweld om de lol van dreigen nog te kennen.

Maar goed, veel op de lijst kan vandaag de dag nog wel.

Door het verlangen van kinderen naar een Eigen Wereld – hoe wonderlijk universeel soms ook – bijt deze lijst zich per definitie in de eigen staart. Actief stimuleren en, erger nog, meedoen, werken meestal averechts. „Juni 1980 werd ik 12”, schrijft Marian Spijk uit Raalte. „De buitendingen die mij van voor die tijd zijn bijgebleven zijn vooral de spannende, verboden en geheimzinnige dingen. (… ) Niet de lieflijke ‘wat is de natuur toch mooi’-dingen waar jullie vermoedelijk naar op zoek zijn. Mijn zoon wordt in oktober 12. Ik zal hem mijn top 5 niet aanraden. Er is natuurlijk niks spannends of magisch aan iets dat je moeder bedacht heeft.”

Een lijst uit de krant is natuurlijk nog erger. Ook officiële speelbossen, speelboerderijen en kant-en-klare boomhutten uit de bouwmarkt werken averechts.

Het beste advies is dus: laat uw kinderen zich vervelen. En schop ze naar buiten. Dan komt er vanzelf wat. En die top 50? Dat is een mooi geheugensteuntje met dingen die er tot voor kort gewoon bij hoorden. Een monumentje voor een snel weggezonken vroeger.