‘Staat moet belangin bedrijven nemen’

Wim van der Leegte geldt als schoolvoorbeeld van een succesvol industrieel – ook in crisistijd. De eigenaar van VDL Groep redde en passant NedCar van de ondergang. Maar: „Ze moeten niet alle bedrijven die op apegapen liggen op mijn bordje leggen.”

Wim van der Leegte in een door VDL gebouwd carrosserie van een Jaguar: ‘Ik heb geen gezeur van aandeelhouders.’ Foto Rien Zilvold

Een paar weken voor de zomer kreeg Wim van der Leegte kort na elkaar drie telefoontjes uit Den Haag. Mark Rutte, Sybrand van Haersma Buma en Diederik Samsom aan de lijn. Of de lijsttrekkers van de drie traditionele middenpartijen eens mochten komen kennismaken met de man die zojuist de Koning Willem I-prijs voor grote ondernemingen had gewonnen en de man die toen achter de schermen druk bezig was om NedCar van de ondergang te redden.

Voor VVD-leider Rutte, die alleen op een zaterdag kon komen, moest Van der Leegte speciaal wat werknemers in blauwe overals optrommelen en „wat machines in gang zetten”. De premier wilde namelijk „graag wat van de productie zien”.

De directeur-eigenaar van de VDL Groep (omzet: 1,6 miljard euro; 7.600 werknemers) ontving de politieke kopstukken graag, want de Brabantse industrieel heeft al jaren zijn mening klaar over het in zijn ogen tekortschietende industriebeleid in Nederland. Het thema keerde de afgelopen acht jaar herhaaldelijk terug in zijn maandelijkse column in het Eindhovens Dagblad.Met name met PvdA-leider Samsom, vertelt Van der Leegte in zijn werkkamer, was het een „erg aardig gesprek”. „Hij is nogal rigoureus de politiek in geknald, vind ik. Hij zei overal maar nee tegen. Ik heb nu begrepen hoe hij werkelijk in elkaar steekt en over bepaalde zaken denkt.”

Hebt u nog iets concreets aan de heren gehad?

„Nou, Samsom zei in elk geval aan het eind: ‘Als je me nodig hebt, kun je me altijd bellen’.”

Voorlopig liggen de verhoudingen andersom. De Haagse politiek, CDA-minister Verhagen van Economische Zaken voorop, is zielsgelukkig met het principe-akkoord dat VDL een maand geleden sloot met het Japanse autoconcern Mitsubishi om, voor 1 euro, de Limburgse fabriek NedCar over te nemen. Van der Leegte verwacht half september het definitieve overnamecontract te kunnen tekenen. VDL zal de fabriek in Born willen herinrichten om er vanaf 2014 Mini’s te gaan produceren voor het Duitse BMW. Daarmee worden 1.500 banen behouden.

Waarom wilde u NedCar redden?

„Op 6 februari zag ik op het nieuws dat Mitsubishi het bedrijf aan het eind van het jaar zou sluiten. Ik zag al die mensen naar buiten lopen, opgewacht door journalisten die doodleuk vroegen: ‘Hoe gaat het?’ Ja, wat denk je! Als je daar 31 jaar gewerkt hebt en je hebt net gehoord dat de tent dicht gaat. Ik had met hen te doen en dacht: er zal toch potverdorie wel iemand zijn die dit gaat oplossen? Dat zag er niet naar uit. Toen heb ik ’s nachts nog een sms’je gestuurd aan directeur Joost Govaarts van Nedcar of ik wat kon doen.”

Het deed u pijn dat er een vermaard Nederlands bedrijf ten onder dreigde te gaan?

„Dat speelde wel mee. Het Oranjegevoel gaat bij mij behoorlijk ver, maar men moet niet alle bedrijven die op apegapen liggen op mijn bordje leggen. Het moet zakelijk wel binnen ons bedrijf passen. Govaarts bleek al in gesprek te zijn met BMW. Dat was heel belangrijk voor mij, want zonder klandizie zou de overname voor VDL geen enkele zin hebben. Met de Duitsers klikte het goed. Zij wilden beslist geen Aziatische concurrent of financiële partij die de fabriek zou overnemen, maar een degelijke producent. Nou, dat waren wij.”

Toch duurde het nog maanden voor het rond was.

„De overnameonderhandelingen vonden natuurlijk plaats met Mitsubishi. Het contact met hen kwam tot stand via Economische Zaken. Op een gegeven moment lagen we een heel eind uit elkaar en leunden we allebei achterover. Een impasse die uiteindelijk door Maxime Verhagen persoonlijk is doorbroken. Hij belde met de president-directeur van Mitsubishi en met mij. In die gesprekken heeft hij ons weer naar elkaar weten te duwen. Dat was cruciaal om de onderhandelingen weer vlot te trekken.”

Een geslaagd staaltje industriepolitiek van de Nederlandse overheid.

„Maxime heeft hart voor de industrie, zeker, maar ik vind niet dat hij nou een effectief industriebeleid heeft uitgestippeld. Wij hadden hier in Brabant een gedegen plan gepresenteerd hoe onze regio er in 2020 uit zou moeten zien – nu al goed voor een kwart van de Nederlandse export – en wat daar allemaal voor nodig is. Dat plan heeft EZ ergens in een kast in de hoek gelegd en er nooit meer uitgehaald. Daarvoor in de plaats kwam het ‘topsectorenbeleid’ met die tien voortrekkers. Iedereen was er geweldig enthousiast over, maar ik geloof niet dat het veel heeft opgeleverd. Volgens mij zijn het tien commissies die de overheid meehelpen met haar bezuinigingsopdracht.”

Wie van uw Haagse bezoekers in mei zou de verkiezingen moeten winnen?

„Dat maakt me niet uit, als er maar een zo breed mogelijke coalitie uitrolt. Denk aan: VVD, met CDA, D66, PvdA en eventueel GroenLinks en ChristenUnie. Het volgende kabinet moet hoe dan ook breed gedragen worden door het parlement.”

Onder premier Rutte of premier Roemer?

„De SP hebt u mij niet horen noemen. Wie de voorzitter van door mij gewenste regering wordt, is mij om het even. Het gaat om het beleid.”

Wat moet dat kabinet op economisch terrein als eerste aanpakken?

„Ah!”, zegt Van der Leegte en hij pakt zijn powerpoint presentatie er bij, die hij ook de lijsttrekkers heeft voorgehouden. „Op mijn lijstje staan vier punten: het vlottrekken van kredietverlening door de banken, het soepeler maken van kredietverzekeringen, flexibilisering van de arbeidsmarkt en het verbeteren en aantrekkelijker maken van technisch onderwijs op alle niveaus, zodat meer jongeren voor techniek zullen kiezen. Het helpt de grote problemen van de industrie oplossen. Verder heb ik een suggestie om de werkgelegenheid in Europa aan te wakkeren: we zullen invoerrechten moeten gaan heffen.”

Dat klinkt eng. Protectionisme heeft tot oorlogen geleid.

„Misschien klinkt dat eng, maar dat is het niet. Het zou volstrekt normaal zijn. Kijk, Europa exporteert aan China, India en Turkije voor zo’n 200 miljard euro. Die landen leveren aan Europa voor 800 miljard. Dat is een overschot voor onze grote concurrenten van 600 miljard. Dat zijn 25 miljoen banen! Die van hier zijn verschoven naar daar. Wie een auto exporteert naar China – ik heb het uitgezocht bij Landrover – betaalt 100 procent invoerrechten. Waarom doen wij dat dan niet?

„De EU zegt: Europa moet een vrijhandelszone zijn en we zullen andere regio’s verleiden om dat ook te worden. Dan heb je echt een dikke klep voor je ogen. Want dat gebeurt dus niet. Als wij gaan heffen en China gaat niet meer leveren, gaan we hier weer zelf spullen maken. Dan keren onze multinationals allicht ook weer terug met hun productie. Of: China blijft leveren en we gaan er veel op verdienen. Al heffen we dertig procent, op 600 miljard. Met 200 miljard kun je een hoop werkloosheid betalen en het zou de schuldencrisis flink kunnen verlichten.”

Van der Leegte is net terug uit Londen, waar hij de slotceremonie van de Olympische Spelen bezocht. Hij trof KPN-bestuursvoorzitter Eelco Blok op de tribune aan. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn college ook voor de topman af te steken.

„Ik heb hem gezegd: ‘waar zijn jullie mee bézig?! Jullie gaan 4.000 banen outsourcen naar India. Daar verdien je dan 50 miljoen euro aan om daar het dividend mee te kunnen verhogen. Maar je gooit wel 4.000 man hier over de schutting naar de overheid en zegt: Zoek het maar uit!’”

Wat was Bloks reactie?

„Ten eerste zei hij dat die getallen natuurlijk genuanceerder liggen. Maar hij erkende dat hij onder druk staat van z’n aandeelhouders. Nou, daar heb ik geen last van. Ik geloof alleen al daarom dat familiebedrijven beter voor de economie zijn dan beursgenoteerde bedrijven. Wij maakten in het afgelopen jaar 66 miljoen euro winst. Daar was ik hartstikke blij mee. Maar ja, in 2007 was het 90 miljoen. Op de beurs krijg je dan gezeur, van aandeelhouders en analisten. Wij niet. ”

Blok kan dus niet anders?

„Dat is dus lastig. Daarom vind ik dat de overheid er als aandeelhouder in zou moeten zitten, om de druk van korte termijnaandeelhouders te weerstaan. Sterker nog: de staat zou in alle grote beursgenoteerde concerns een aandelenbelang moeten nemen, in Philips, in Shell, in Unilever. Dan had de overheid ook de verkoop van Organon door AkzoNobel kunnen tegen houden. Dat had natuurlijk gewoon een Nederlands bedrijf moeten blijven, met een eigen notering of zo. Dan maar wat minder dividend voor de aandeelhouders.”

U wordt volgende week 65. Lonkt pensioen?

„Ik moet er niet aan denken. Zolang ik me goed voel, ga ik door. Maar ik realiseer me dat binnen nu en 20 jaar het moment komt dat mensen zeggen: ‘hij begint oud te worden’. Dan moet je weg zijn. Maar ik heb eerlijk gezegd nog geen scenario geschreven voor mijn vertrek. Dat kan ik niet. Dat vind ik gewoon moeilijk. Ik denk er wel eens over na, maar ik vind 65 nog niet te oud.”

Er werken inmiddels zes familieleden van u bij het bedrijf, onder wie uw twee zonen en uw dochter. Moet een van hen u later opvolgen?

„Niet per se. Mijn kinderen zijn nu hard aan het werk en ze voelen zich geweldig ‘VDL’, maar ze zullen het aan moeten kunnen en het willen.”

Het bedrijf moet wel van de familie blijven?

„Absoluut! Zo staat het in onze strategie. En ik heb met m’n drie kinderen een convenant getekend: dit bedrijf wordt nooit verkocht.”