Rotterdamse haven moet groeien om te overleven

De Rotterdamse haven draagt voor 3,5 procent bij aan de Nederlandse economie en biedt werk aan 87.000 mensen. In 2030 moet de haven het belangrijkste Europese knooppunt worden voor mondiale en intra-Europese goederenstromen.

Door Renée Postma

Meer, groter, schoner. Deze week vertrok de supertanker Titan Glory met een diepgang van 21,5 meter vanuit de Europoort naar Singapore. Een nieuw record. Zo diep lag een supertanker nog nooit in de Rotterdamse haven.

Even verderop nadert de Tweede Maasvlakte zijn voltooiing. Het nieuwe land is af, 1.400 voetbalvelden groot. Nog dit jaar worden de wegen en het spoor vanaf de Eerste Maasvlakte doorgetrokken. Volgend jaar meren de eerste schepen aan op de nieuwe terminals waar de containers volautomatisch zullen worden gelost.

Volgende week zal het Havenbedrijf Rotterdam naar verwachting bekendmaken dat de overslag in het enorme havengebied – dat inmiddels van Rotterdam tot ver in de Noordzee reikt – in de eerste helft van dit jaar opnieuw is toegenomen. Waarschijnlijk met een enkel procent, maar toch.

De haven groeit sneller dan de Nederlandse economie als geheel. De goedkope euro is goed voor de export en dus voor de haven. Het grootste deel van de export gaat via Rotterdam. Russische olie voor Singapore, Duitse auto’s voor de opkomende middenklasse in China.

Deze week maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat de export de economie in Nederland uit de rode cijfers houdt. Zonder export zou Nederland in recessie zijn.

De Rotterdamse haven is goed voor 3,5 procent van de Nederlandse economie en biedt werk aan 87.000 mensen. En voor wie aan de slag wil: er zijn ieder jaar ruim 2.000 vacatures.

Als het aan de havenbestuurders ligt, ontwikkelt Rotterdam zich voor 2030 tot een ‘global hub’: het belangrijkste Europese knooppunt voor mondiale en intra-Europese goederenstromen. Volgens de Havenvisie 2030, waarin bestuurders en bedrijfsleven hun plannen hebben vastgelegd, functioneert het havengebied tegen die tijd (samen met Antwerpen) als een ‘geïntegreerde cluster’ met het meest moderne en duurzame petrochemie- en energiecomplex van Europa.

De haven moet blijven groeien om zijn positie veilig te stellen. Voor de omwonenden is dat soms slikken. Iedere dag zien ze de petrochemie vlammen en stoomwolken uitbraken. Onlangs werden de inwoners van omliggende gemeenten als Hoogvliet en Maassluis opgeschrikt door onregelmatigheden bij het Noorse opslagbedrijf Odfjell.

Al meer dan een jaar geleden waren er geruchten dat er kankerverwekkend benzeen ontsnapt was uit de opslagtanks. Toch duurde het nog tot begin augustus van dit jaar voor het bedrijf werd stilgelegd en de omvang van de nalatigheid bij Odfjell duidelijk werd.

En dan is er nog het probleem van de bereikbaarheid. Nu al komt het verkeer op de A15 dagelijks twee keer tot stilstand. ’s Ochtends richting Maasvlakte en ’s middags richting Rotterdam. Rijkswaterstaat is druk bezig met een verbreding van de weg die in 2015 klaar moet zijn. Maar of dat genoeg zal zijn, hangt af van de de containerstroom in de toekomst.

De haven heeft het lot niet in eigen handen. Als de Chinese economie met 10 procent groeit, staat de kade in Rotterdam vol. Zakt de wereldeconomie in, zoals in 2008 gebeurde, dan valt de overslag stil.

Maar voorlopig blijft de haven groeien. Duurzaamheid is in de loop van de jaren een belangrijke rol gaan spelen. Bij de opslag van steenkool en ijzererts worden maatregelen genomen om verstuiving tegen te gaan. In de controlekamers van de bedrijven is speciale software aangebracht om de uitstoot in de gaten te houden. In 2035 zal van de containerstroom 65 procent via de binnenvaart en het spoor worden vervoerd en nog maar 35 procent over de weg.

De kerngezonde bultrug die deze week in de havenmond verscheen, leidde dan ook tot grote vreugde in Rotterdam. Het beeld van de dartele walvis past perfect bij het imago van duurzaamheid dat de haven wil uitdragen.