Pinklang staafje is geen fallus maar een lucifer

Foto Hebrew University

Geen fallussymbolen, maar de oudste lucifers die gevonden zijn. Of beter gezegd: het oudste gereedschap om vuur te maken.

Dat is de nieuwe functie die onderzoekers van de Hebrew University in Jeruzalem toeschrijven aan de tientallen rolronde staafjes van gebakken klei die de afgelopen decennia werden gevonden bij opgravingen in Sha’ar HaGolan. Dat ligt in Israël aan de voet van de Golan-hoogte.

Langs de rivier de Jarmuk zijn overblijfselen aangetroffen van een zeven- tot achtduizend jaar oude steentijdcultuur. Tussen resten van woningen, aardewerk en sieraden werden ook de pinkdikke en pinklange staafjes gevonden met opvallend taps toelopende uiteinden. Elders in het Midden-Oosten werden die eveneens aangetroffen. Bij gebrek aan beter werden ze als ‘falli’ omschreven, hoewel ook neutrale termen zijn gebruikt. Veel aandacht kregen ze niet.

Nu suggereren Naama Goren-Inbar en collega’s in het open access tijdschrift PLOS ONE dat het in feite boortjes (‘drill bits’) waren. Ze leiden dat af uit krasjes en groeven op de staafjes en uit het feit dat de conische uiteinden onder invloed van grote hitte extra zijn verkleurd. Bovendien werden stenen plaatjes gevonden met gaten waar de boren precies in passen.

De hypothese van de onderzoekers is dat de staafjes waren bevestigd aan een lange houten schacht en dat het geheel als vuurboog gebruikt kon worden. Het in een stenen gat gestoken boortje wordt via de schacht en een koord aan het draaien gebracht. Door wrijving ontstaat zoveel hitte dat een plukje tondel vlam vat. Egyptische hiërogliefen laten zo’n boog al zien, maar de Jarmuk-boog zou ouder zijn.