‘Mag ik ook nog voor mijn club opkomen?’

Joop Munsterman beleefde met zijnFC Twente een rampseizoen. Zijn vernuft leek hem in de steek te hebben gelaten. Is hij nog wel onaantastbaar? „Ik heb nergens spijt van.”

Twente-voorzitter Joop Munsterman: „We vinden niet dat alles goed gaat. Maar we zijn lekker bezig.” Foto Eric Brinkhorst

Joop Munsterman scheurt een vel papier uit het kladblok dat voor hem ligt en begint een denkbeeldig trainingsschema uit te werken. „Stel je bent assistent-trainer bij Twente. En je hebt tot diep in de nacht doorgewerkt aan een perfect uitgebalanceerde trainingsopbouw. En dan komt de trainer en die doe dit.” Hij frommelt het vel tot een prop en gooit deze achter zich op de grond. „Zo ging dat bij wijze van spreken. Co zei gewoon: jongens, we gaan het veld op en ik beoordeel wel wanneer de spelers moe zijn.”

Munsterman vertelt het met een een lach. Maar hij vindt het nog steeds triest dat het niet klikte tussen trainer Co Adriaanse en zijn assistenten. Want hij mocht hem graag. „Een fantastische man. Maar dat eigengereide vonden ze niet leuk hier. Je had de trainersstaf moeten zien kijken. Alles wordt hier perfect bijgehouden, met streepjes en tabelletjes. Hij werkte op zijn ervaring, op zijn gevoel. Dat vonden ze maar niks.”

Het ontslag van Adriaanse, begin januari, was een van de dieptepunten in het afgelopen seizoen van FC Twente. Er was een onwerkbare situatie ontstaan tussen de hoofdtrainer en zijn technische en medische staf. De moeilijkste beslissing die hij als clubvoorzitter heeft moeten nemen, zei Munsterman daar later over. De teruggekeerde Brit Steve McClaren leidde de club vervolgens naar de slechtste klassering sinds Munsterman aantrad als voorzitter in 2004.

De oud-topman van krantenuitgever Wegener heeft een gouden hand gehad bij het besturen van de Enschedese club. Maar het afgelopen seizoen begon met een drama. Tijdens de uitbreiding van stadion de Grolsch Veste stortte een dak in, waarbij twee bouwvakkers de dood vonden. En het mislukte seizoen eindigde met uitschakeling door RKC in de play-offs om een Europa League-plek. Dankzij het Fair Play-klassement speelt Twente via een sluiproute alsnog Europees. „Het was niet leuk”, vat Munsterman samen.

Het afgelopen seizoen kan worden betiteld als rampzalig. Heeft u ergens spijt van?

Joop Munsterman: „Nergens.”

Kom.

„Nee, waar moet ik spijt van hebben? Ik bedoel: het was gewoon niet ons jaar. Het dak van het stadion stort in. We hadden geen geld. Ik heb er geen moment spijt van gehad dat we Bryan Ruiz [die vlak voor de transferdeadline naar Fulham vertrok] niet meteen vervangen hebben. Want wat als ik hem wel had vervangen voor 6 à 7 miljoen door toen al Dusan Tadic [kwam deze zomer over van FC Groningen] te kopen en we zouden daar achteraf eigenlijk het geld niet voor hebben gehad. Nou, dan had ik hier nu niet meer gezeten hoor. Dan had iedereen gezegd: die man lijdt aan grootheidswaan.”

Bij het dankwoord dat de voorzitter traditioneel uitspreekt na de laatste thuiswedstrijd klonk in mei zelfs gefluit in het stadion. Het was een vreemde gewaarwording voor Munsterman, die in Enschede en omgeving op handen wordt gedragen. „Mijn vrouw floot misschien ook wel mee”, grapt hij. „Ach, het zij zo. Mensen zeiden: ga nou niet het veld op, ze gaan je uitjoelen. Ik zei: kan me niks schelen. Als het mooi is halen we hier het gejuich op, nu halen we ook het gefluit op. En ik wist zeker dat na vijf minuten het gefluit zou overgaan in gejuich. En zo was het ook. Ja, de NOS is zo flauw om alleen dat gefluit te laten zien.” Lachend: „Komt misschien omdat [analist] Jan van Halst daar zit.”

De naam Van Halst is gevallen. De populaire oud-speler vertrok in het najaar vorig jaar als commercieel manager bij de club. De officiële reden: hij zocht een nieuwe uitdaging omdat hij bij de club zijn plafond had bereikt. Van Halst sprak in het tijdschrift NUsport het vermoeden uit dat Munsterman binnen de club mensen tegen hem op had gezet. De voorzitter van Twente wil er niet over in detail treden. „Dat is mijn fatsoen.”

Waarom laat u het beeld in stand alsof u hem een mes in de rug heeft gestoken?

„Als hij dat wil zeggen, moet hij dat doen. De tijd zal leren hoe het werkelijk zit. Toch? En je ziet toch hoe de stemming hier is bij FC Twente? Je voelt toch hoe de atmosfeer hier is? Hier worden geen mensen tegen elkaar opgezet. Ik ga niet via de media mijn gram halen.”

Wat vindt u van de omgangsvormen bij FC Twente?

„Ik denk dat wij dat heel netjes doen.”

Trainer Fred Rutten, oud-werknemer van FC Twente, zei in de Volkskrant dat uw gedrag „neigt naar narcisme”.

„Ja, dat heeft hij gezegd. Ach, u loopt alweer zo ver achter. Na zijn ontslag bij PSV heb ik hem keurig ge-sms’t en een hart onder de riem gestoken. We gaan binnenkort een kopje thee drinken. Niets aan de hand.”

Nemen wij dat soort opmerkingen te serieus dan?

„Ja dat vind ik wel. Kijk, ik begrijp Fred wel, iedereen heeft zijn emoties. Ik ook. Maar ik ga niks verkeerds over hem zeggen.”

Verdediger Ronnie Stam moest naar de rechter om zijn deel van de transfervergoeding op te eisen, toen hij twee seizoen geleden naar Wigan Athletic vertrok. Hij kreeg gelijk.

„Kijk, als ik ga toestaan wat hij deed dan is de wereld kapot. Stel je voor: wij spreken met elkaar iets af, we hebben een deal. Maar voor ik teken zeg ik: nog even een ding, u moet wel even afzien van uw bonus. En dan zegt u: ja, dat is goed. En dan teken ik en dan zegt u: ‘Joop, die afspraak, daar weet ik niets meer van.’ Als dát kan, ligt ons hele transfersysteem op de kop. Want je maakt zo’n afspraak in onderling vertrouwen. En hij zegt dan dat er nooit een afspraak was. Daar ageer ik tegen, want anders ben ik verloren. Totaal verloren. Daarom zij we ook in hoger beroep gegaan.”

Toch vreemd dat er bij zo’n sympathieke club zoveel mensen gefrustreerd weggaan.

„Dat is hoe u het invult. Waarom noemt u niet Ruiz, Dwight Tiendalli, Eljero Elia, Karim El Ahmadi, Blaise N’Kufo, Orlando Engelaar? Je kan kijken naar die vier die kwaad zijn, maar dan vergeet je er twintig die prettig weggingen. Dat moet u zelf weten. Ik heb ook zoveel discussies gehad met mijn eigen redacties over het brengen van nieuws. Dan ging het bijvoorbeeld over bedrijven waar uit twintig punten bleek dat ze goed zaten en uit vier dat ze niet goed zaten. En dan schreven journalisten: het zit niet goed.”

Spits Luuk de Jong, inmiddels vertrokken naar Borussia Mönchengladbach, vond dat u een exorbitante transfersom vroeg.

„En hij knalt dat meteen de krant in, terwijl hij het verschil tussen netto en bruto op dat moment door elkaar haalde. En waarom? Om de zaak onder druk te zetten. Ik heb niks verkeerds gezegd. Ik zeg tegen hem: waarom bel je me niet even? Ik ben nog aan het onderhandelen. Mag ik nog voor mijn eigen club opkomen? En was het niet zo dat Luuk de Jong nog niet zo lang geleden een contract heeft getekend voor vier jaar. Voor vier jaar! Wie zit er dan fout? Ja, dan gaat zo’n jongen boos weg. Nou ja, boos. Hij ging helemaal niet boos weg want als je goed hebt gekeken ging hij met een knuffel van mij weg.”

U kreeg uw zin.

„Ik heb mijn zin gekregen. Wij hebben onze zin gekregen, als club. En die vertegenwoordig ik. Ik moet deze club leiden, en aan het eind van de rit sta ik ook alleen op het veld als het fout gaat. En wat nog erger is: als we failliet gaan. En dan zeggen ze: je had die De Jong ook nooit zo goedkoop weg moeten doen. Wat een sufferd, hij heeft precies gedaan wat die voetballer wilde.”

De suggestie dat hij hard breekt met mensen die de club verlaten, vindt hij eigenlijk maar onzin. „Ik vind het een beetje tendentieus, als u zegt dat mensen hier rot weggaan. Want Jan van Halst ging weg omdat... nou ja, laat hem maar zeggen dat het met een mes in zijn rug was. Ik kan wel weer reageren, maar dan roept een ander weer wat anders. Wat heeft het voor zin?”

Hoe zit het volgens u met de moraal in het profvoetbal? Is die er?

Stilte. „Ingewikkelde vraag. Ik heb gisteren een heel gezellig feestje gehad met de spelers van het eerste elftal en hun vrouwen en kinderen. Ik zie daar gewone wereldburgers bij elkaar die vrolijk met elkaar aan het schilderen zijn. Die werken verkopen we voor het goede doel, voor Desmond Tutu, die volgende maand naar Enschede komt. Dus ik zie daar dan niet meteen een amoreel deel van de samenleving aan het werk.”

Zwarte kanten zijn er wel. Die enorme salarissen bijvoorbeeld. Spelers zijn grootverdieners geworden.

„Maar in Nederland is er toch geen sprake van grootverdienen in het voetbal?”

Er zijn voetballers die een miljoen verdienen.

„Dat zijn geen grootverdieners, vergeleken met buitenlandse competities. Laten we het niet overdrijven. Bij ons is de salarispost 12 miljoen euro, op een totale begroting van 45 miljoen euro. En die post neemt niet toe. Trouwens, zo lust ik er nog wel wat. Zou ik dan als verpleegster moeten zeggen: al die mensen daar bovenin, die chirurgen, wat zijn dat voor mensen? Allemaal grootverdieners!”

Die redden levens.

„En voetballers vermaken duizenden, miljoenen mensen. Ik vind dat zo moeilijk. Er zijn wel meer artiesten die heel veel geld verdienen.”

Mooier dan het kampioenschap in 2010 wordt het niet meer. Ergens in het afgelopen seizoen gedacht aan stoppen?

„Nee. Als je een voetbalclub runt en het zit tegen, kun je toch niet ineens zeggen: nou tot ziens! Laat de volgende even komen. Het is een dermate ingewikkeld bedrijf, dat gaat niet zomaar. Maar goed, vertrekken kan ook betekenen dat je een andere rol aanneemt of in een andere setting gaat zitten.”

Is het voortbestaan van de club afhankelijk van u?

„Nee, helemaal niet. Het is hier een zeer collectief gebeuren. Het management en de raad van commissarissen, dat is één team. Iedereen weet voor de vergadering hoe het zit: ‘Potdomme we zitten 3 procent onder onze kerngetallen, daar moeten we wat aan doen. Wat gaan we daar samen aan doen?’ Zo gaat dat hier.”

Het klinkt alsof het hier allemaal uitstekend gaat bij FC Twente.

Grijns. „Nee, het zit hier niet allemaal goed. Kan ook niet. Wij vinden niet dat alles goed gaat. Maar we zijn wel lekker bezig. Kijk we waren failliet in 2004, dan moet je topdown opereren en zeggen: je gaat mee of je gaat weg. Eén van de twee. We zijn nu zo ver dat de club democratisering aan kan. Dan zorg je dat de beslissingen zo laag mogelijk in de organisatie worden genomen. Wij willen een organisatie zijn die geestelijk op geen enkele wijze stilstaat. Dat geeft een enorme vitaliteit en creativiteit. En er is hier niemand die mij geen Joop noemt. Dat is wel mooi hoor, want dat betekent dat er geen afstand is. Dat is mijn ideaal.”