Macabere dans met zombies

De zappende popliefhebber kwam aan zijn trekken op de eerste dag van de twintigste editie van Lowlands.

Het nieuw aangelegde strandje bij de Charlietent was tegen zonsondergang veranderd in een stuivende zandvlakte. Op het podium een piepjonge muzikant die in drie kwartier meer zon op zijn gezicht kreeg dan in het hele jaar daarvoor. Jamie N. Commons is een bleke Britse bluesman in de traditie van Nick Cave. Lang haar, de flodderige hoed scheef op het hoofd. Hij bracht een ouderwets geluid naar Lowlands, maar slaagde er met zijn doorleefde, gruizige stem als een van de weinigen in de landerige sfeer te doorbreken die zowel van publiek als artiesten bezit leek te hebben genomen.

Warm, loom en gemoedelijk, dat was de eerste dag van Lowlands 2012. De alweer twintigste editie die naar alle waarschijnlijkheid de boeken in zal gaan als de warmste ooit. Dus draaide het al op festivaldag één om water en koelte. Op de podia klonk voorafgaand aan de concerten steevast de vraag of er genoeg werd gedronken. Bezoekers vulden hun dit keer toegestane flesjes bij de toiletten aan en lieten de benen bungelen in het ‘beugelbad’ van de biersponsor. De theatertent is uitgerust met airco. Voor morgen staat een heus waterpistolengevecht op het programma waarvoorduizenden Lowlanders zich hebben aangemeld.

Sommige acts hoorden niet thuis op een festival dat ooit de reputatie van trendsetter had, zoals het flauwiteitenkabinet Me First and the Gimme Gimmes dat oubollig vermaak bood met opgepunkte nummers van John Denver en Barbra Streisand. Ook de gespierde rockers van The Gaslight Anthem wisten zich geen raad met hun A-status in de grote Alphatent. Om in godsnaam maar een reactie bij het publiek los te krijgen, grepen ze naar de evergreen House of the Rising Sun. De Britse zanger Ed Sheeran kreeg het publiek wel aan het meezingen met zijn eigen liedjes.

Artiesten die de muziek dit jaar een nieuwe zachte, soms bitterzoete injectie geven zijn Lianne La Havas en Ben Howard. Ze waren publiekslievelingen van de eerste avond, met een zalvend, steeds overtuigender geluid. Howard stond vorig jaar nog op een klein podium, nu stond hij met zijn band in een volgepakte grote Grolschtent waar ook buiten het publiek zich nog rijendik had verzameld. Is de troubadour met introverte liedjes van lief en leed een artiest voor een dergelijk groot podium? Je vroeg het je af, want het was hard werken. Tot het opbeurende hitje Keep Your Head Up uit duizenden kelen klonk en de druk van de ketel was.

Voor Lianne La Havas was dit het derde Nederlandse festival dit jaar waar ze haar delicate soul met wortels in jazz liet horen. Het viel duidelijk aan haar te merken: weg is de verlegen uitstraling. Er stond een zelfbewuste zangeres met een gegroeid repertoire.

Rapper Dio die met zijn snelle tong listig raps koppelt aan rock en funky pop, bleek meer dan een vrolijk programmavulsel. Hij bespeelde met nummers als Dansen in Jou zijn toehoorders glansrijk.

De meest uitdagende rock werd gespeeld in de theatertent, waar het trio The Sadists een daverende mix maakte van rockabilly, gospel, religie en een macabere dans met zombies. Het Schotse Django Django bracht de sensatie van de middag met ritmische en melodische popsongs, in de psychedelische poptraditie van vroege Pink Floyd maar met vet pulserende synthesizers. Een festivalhype: het publiek verzamelde zich met duizenden bij de Bravotent waar nauwelijks nog bij te komen viel.

De heerlijke rafelige gekte van tUnE-yArDs, de eenmansband van multi-instrumentaliste Merrill Garbe, zonk langzamer in. Haar dierlijke stem van folky kreten kan iets afstotelijks hebben. Maar de manier waarop ze die klanken instant samplede en haar ritmes op een grote trom produceerde, bleef fascineren.

Een andere artiest die zijn plaats op Lowlands ruimschoots verdiende was Example, de blanke Britse rapper die precies genoeg pop en reggae in zijn muziek stopte om het hele veld rond de Indiatent in beweging te krijgen. De zappende popliefhebber kwam aan zijn trekken, want er was voor iedereen wat. The Black Keys maakten het af met muziek die zowel nieuw als tijdloos klonk; de blues met een onontkoombare hiphopbeat.