Kralen rijgen in de Rotterdamse haven

Argos is één van de laatste zelfstandige en Nederlandse bedrijven in de Rotterdamse haven. Havenbaron Goedvolk over ‘het zwarte goud’.

Topman Peter Goedvolk van Argos Foto Rien Zilvold

Peter Goedvolk glundert als hij vergeleken wordt met illustere namen als Van Beuningen en Van Ommeren. Havenbaronnen die in de vorige eeuw de basis legden voor het Rotterdamse succes. Hij koestert hun biografieën in zijn boekenkast.

Maar dat waren andere tijden. De familiebedrijven van toen zijn nagenoeg allemaal in buitenlandse – meestal Aziatische – handen overgegaan. Argos is één van de laatste zelfstandige en Nederlandse bedrijven in de haven. En geen kleintje ook. „Dit jaar verwachten we een omzet van rond de 13 miljard euro. Dit is echt wel een fors bedrijf.”

Goedvolk, 53 jaar oud en in 2006 havenman van het jaar, neemt in zijn gloednieuwe kantoor aan de Waalhaven ruim de tijd om zijn verhaal te tellen. In het gebouw staan verschillende fossielen uitgestald. Minerale brandstoffen zijn nog altijd core business voor Argos. Ook al doet het bedrijf verwoede pogingen om geld te verdienen met de verkoop van groene energie.

In de schaduw van grote spelers als Shell en BP heeft Argos zijn eigen, lucratieve oliemarkt ontwikkeld. Het bedrijf bewerkt, vervoert en verkoopt olieproducten vanaf de raffinaderij tot aan de klant. Pal naast de Shell raffinaderij in Pernis heeft Argos opslagtanks en een plek om de olieproducten te ‘blenden’ tot de benodigde samenstellingen. Stookolie, diesel en alle andere brandstoffen. Een groot deel van de producten is bunkerolie voor de scheepvaart. Een ander deel gaat via een netwerk van depots in heel Europa naar tankstations.

De oliewereld is ingewikkeld en ondoorzichtige geeft Goedvolk toe. „Het heet niet voor niks het zwarte goud.” De prijzen schieten op en neer en winsten kunnen in korte tijd verdampen. Maar er wordt, volgens sommigen, ook gesjoemeld. Bijvoorbeeld met bunkerolie waarin giftige restproducten worden bijgemengd. De directeur van Argos kent de verhalen. Maar hij heeft zijn twijfels of het echt vaak voorkomt. „Iedere lading wordt immers van een specificatie voorzien die verschillende keren gecontroleerd wordt.”

De havenbaron werkt net als het Havenbedrijf Rotterdam nadrukkelijk aan een groen imago. Wat niet makkelijk is in tijden van crisis en van wispelturige regeringen.

De biodieselfabriek die hij heeft laten bouwen toen bijmenging van biodiesel in Nederland verplicht werd, ligt tot zijn grote ergernis stil. Er zou ieder jaar meer biodiesel aan de gewone diesel worden toegevoegd. Eerst 4 procent, toen 5 en 6 procent. Maar dat is nooit gehaald. Nog onder minister Jacqueline Cramer (PvdA) werd het bijmengpercentage fors teruggebracht en dat rendeert niet. „De regering kan wel zeggen dat we groen moeten worden maar dan moeten ze wel de voorwaarden creëren.”

Dat is frustrerend. In de tijd van zijn illustere voorgangers in de haven, durfde de overheid zijn nek nog uit te steken, is zijn gevoel. „Maar nu zijn we heel erg vast komen te zitten in regelgeving die vooral bepaalt wat je niet mag doen. Nederland is een land geworden waar het glas altijd half leeg is.” Argos blijft actief in biobrandstoffen, ook al moet het echte geld voorlopig nog uit de verkoop komen van minerale olieproducten.

Met zijn eigen terminal, bewerking en netwerk in het achterland probeert Argos de ‘supply chain’ zoveel mogelijk in één hand te houden. Het bedrijf heeft er lol in om het op te nemen tegen de gevestigde orde. „Ik vergelijk het vaak met de manier waarop Jumbo concurreert met Albert Heijn.”

Dat is ook het doel van het sponsorbeleid. Met een eigen wielerploeg die dapper meedoet aan de Tour de France, voorlopig zonder veel succes. En met financiële steun voor Sinfonia, voorheen het Rotterdams kamerorkest. „Wij kiezen expres niet voor het Rotterdams Filharmonisch maar voor een frisse, kleinere nieuwkomer.”

Aan naamsbekendheid ontbreekt het Peter Goedvolk niet in Rotterdam en omgeving. Het verhaal van het jongetje dat op zijn negende al een krantenwijk had en het uiteindelijk schopte tot havenbaron, is breed bekend. Iedere jonge ondernemer in de Rijnmond droomt van eenzelfde carrière. „Hoe ik dat gedaan heb?”

Van jongs af aan stond vast dat hij zelfstandig wilde zijn. Waarom? „Ja dat was een gevoel, ik weet niet.” Zijn olieavontuur begon in de Hoeksche Waard waar hij met een autootje bij boeren rondging om olie te verkopen. Daarvoor werkte hij korte tijd voor Total. En toen begon het kralen rijgen. Steeds maar weer bedrijven opkopen. „Ik besefte dat ik moest groeien om een kritische massa te bereiken. Anders was ik tussen servet en tafellaken geraakt.”

Steeds weer opnieuw de gok wagen, steeds weer opnieuw investeren. „Ja, dat blijft altijd spannend, maar ik moet zeggen dat ik al die tijd toch redelijk heb geslapen.” Na jaren van overnames volgde eind vorig jaar een fusie met de North Sea Group. De kritische massa is bereikt.