Ik heb een hekel aan de natuur

Elk jaar een film – het ritme van Woody Allen. Hollywood wil er niet meer voor betalen, dus reist de regisseur in Europa van hoofdstad naar hoofdstad om zijn verhalen een decor te geven. To Rome with Love gaat volgende week in première. „Werken met vrouwen als Penélope Cruz of Naomi Watts. Wat een leven.”

Wat was het laatste jaar zonder een film van Woody Allen in de bioscoop?

1981, toen hij zijn wonden likte na de vijandige ontvangst van Stardust Memories. Daarna werd het een ijzeren ritme, zo was onlangs te zien in de documentaire Woody Allen. In de herfst monteert hij en vist hij ideeën voor een volgend script uit de la van zijn nachtkastje, waarin een stapel gele papiertjes met losse invallen ligt. In de winter typt hij het script uit op zijn bruine Olympia. De lente draait om voorbereidingen en promotie van zijn laatste film, in de zomer volgen de opnames van de nieuwe film.

Nu is Woody Allen in Hotel Bristol, Parijs, voor To Rome with Love, komende week in de Nederlandse bioscoop te zien. In de documentaire zegt zijn zus dat hij filmpromotie haat. Allen nuanceert dat. Hij haat poseren op de rode loper; van kamer naar kamer gaan voor interviewmarathons is best aardig. Er zijn altijd wel bizarre vragen: vorig jaar hoorde ik een journalist aan Woody Allen vragen hoe zijn films eruit zouden zien als Osama bin Laden de regisseur was geweest. Dat scherpt zijn improvisatievermogen. Want al komen de antwoorden van deze 76-jarige niet meer watervlug, over komische timing beschikt hij nog wel.

Woody Allen draait na het onverwachte succes van zijn vorige film Midnight in Paris – 151 miljoen dollar wereldwijd, zijn beste recette ooit – deze zomer een film in San Francisco. Aan onze tafel spreken we van tevoren af niet te vragen wat hij van onze hoofdsteden vindt (mevrouw Finland doet het toch). Wel mag een Spanjaard een vraag stellen over Penélope Cruz, die een Italiaanse callgirl speelt. (Allen: „Prachtig, sexy, geweldig actrice, fabelachtig geschenk, nieuwe Sophia Loren, hete, aardse kwaliteit.”)

De stedenkwestie: vorig jaar was dat in Cannes al een gezelschapsspel. Waar neemt Woody Allen zijn volgende film op? Toen hij begin deze eeuw in Amerika nog maar moeizaam geld loskreeg – een Woody Allen-film koste 17 à 18 miljoen dollar, legt hij uit, een schijntje naast de 40 tot 200 miljoen voor een Hollywoodfilm – week de filmmaker uit naar Londen. Daar schoot hij met Brits geld vier films: Melinda and Melinda, Match Point, Scoop en Cassandra’s Dream. Daarna volgden Barcelona (Vicky Cristina Barcelona), Parijs en Rome.

Geld alleen is geen garantie, waarschuwt Allen: hij moet wat bij een stad voelen. Bij Rome was dat het geval. To Rome with Love is een handig gemonteerde film met vier verhaallijnen: vermakelijk, maar geen hoogvlieger in zijn oeuvre. Wel brengt Allen de Eeuwige Stad aantrekkelijk in beeld. Hij bezweert dat de eerste titel van de film, Bebop Decameron, niet is veranderd om de stad te plezieren. Het probleem was meer dat veel mensen een van beide woorden niet kenden, en sommigen geen van beide.

Heeft u nooit het gevoel dat u zichzelf aan buitenlandse steden verkoopt ?

„Helemaal niet. Ze werken op mijn voorwaarden. Ze mogen mijn script niet lezen, weten niet wie de hoofdrolspelers worden en krijgen geen daily’s [dagopnames, red.] te zien. Ze kopen alleen mij. En ik zeg: stop je geld in een zak, geef die aan mij en over zes maanden kom ik terug met een film. Dat is een enorme artistieke vrijheid. In Amerika zeggen de studio’s: eerst het script en de cast, dan het geld.”

Toch stelt u uw geldschieters zelden teleur uit oogpunt van city promotion.

„Weet u: ik ben gek op steden. Dat zag u al in de jaren zeventig aan de romantische manier waarop ik Manhattan schoot. Mensen zeiden: ‘Zo is New York helemaal niet!’ Ik heb een hekel aan de natuur, ik hou niet van bossen, niet van meren. Daar kan ik hooguit een uur naar kijken. Maar Rome, Parijs – ik bezoek er geen kerken of musea, maar dwaal uren over straat, kijk naar de mensen en naar wat ze doen. De steden vinden misschien fijn dat ik dat film, maar ik vind het ook fijn. Het werkt voor hen en voor mij.”

To Rome with Love lijkt, anders dan Midnight in Paris, een film die u ook elders had kunnen maken.

„Midnight in Paris ging over verlangen naar een gouden tijd. Alleen Parijs en New York hadden in de jaren twintig zo’n concentratie beroemdheden, bij Barcelona of Rome denk je daar minder aan. Berlijn of Wenen kon misschien, die kenden ook een kleurrijke atmosfeer. Maar niet zo vrolijk.

„Rome betekent voor mij lawaai, energie en drukte. Het is warm, iedereen zit op straat, stoepen en terrassen, je hoort overal verkeer en getoeter. Alles krioelt door elkaar: echte aristocraten, prachtig gekleed, lagere middenklasse en een miljoen toeristen. Ze houden van hun eten, opera en cinema, hebben een dramatisch, tragisch levensgevoel. Je stelt je er een miljoen verhalen bij voor, ik had zo nog zes verhalen en tien personages in mijn film kunnen verweven. Maar het geld was op en de film mocht niet langer worden.”

Londen, Barcelona, Parijs, Rome: raken de leuke steden niet op?

„Nog lang niet. Kijk, het is zomer, mijn kinderen hebben vakantie en kunnen drie maanden met mij in een prachtige stad wonen. Het is echt een voorrecht. Hierna reis ik naar San Francisco, de volgende zomer keer ik terug naar Europa, waar een heleboel steden contact met ons hebben gezocht. Of naar Zuid-Amerika, een serieuze optie. Er zijn ons ook films in China en Rusland aangeboden, maar ik moet wel een idee hebben dat bij zo’n stad past.”

Lokt u al die Hollywood-sterren doordat filmen met u voor hen ook een soort vakantie is? Ze praten nogal verrukt over de sfeer op uw set.

„Laat ik een misverstand uit de weg ruimen: vaak werken ze alleen maar met mij als ze niks anders hebben. Ik bel Alec Baldwin of Jesse Eisenberg en zeg: ik betaal je 5.000 dollar, het minimum. Hij vindt het een leuke rol, heeft even geen film, en het helpt zijn carrière, het is een soort investering.

„Maar als hij elders op dat moment 5, 10 miljoen dollar kan verdienen? Weet u, soms zegt een acteur: ik doe alles om met Woody Allen te werken. En dan bel ik en zeggen ze: voor 20 miljoen doe ik het. Dat is de realiteit.”

U hebt uw acteurs veel prijzen bezorgd, maar grijpt weinig in op de set. Hoe werkt dat?

„Mensen als Javier Bardem, Alec Baldwin of Penélope Cruz waren al geweldig voor mijn films en zijn dat nog steeds. Ik hoef ze niks te vertellen. Ze lezen het script, begrijpen de rol en willen hem. Dus laat ik ze spelen. Maken ze een gruwelijke fout, dan praat ik met ze, maar dat gebeurt nooit. Hooguit is het: kun je hier even wat sneller praten?”

Regisseur John Huston maakte films tot hij er dood bij neerviel. Hij was 90 en had nog seks met zijn assistente in de zuurstoftent.

„Dat klinkt goed. Zeker dat gedeelte in de zuurstoftent. Ik werk gewoon zolang mijn gezondheid dat toestaat en ze me geld geven. Ik kost weinig, naar Hollywood-standaarden. Elk jaar een film is mijn ritme.”

Uw ouders stierven 96 en 100 jaar oud. Gezien de medische vorderingen zitten er nog 30 films in.

„Maar je kunt een persoon niet bewonderen om kwantiteit. Eén echt goede film is beter dan tien middelmatige. Dat je er veel maakt, betekent niks.”

De weduwe van Stanley Kubrick vertelde me dat haar man heel jaloers was op u.

„Kubrick had een heel ander ritme. Maar hij maakte wel meesterwerken, zoals Paths of Glory. Een film kostte hem jaren en jaren. Dat perfectionisme, dat oog voor detail: een briljant filmmaker met enorm veel geduld. Ik mis die concentratie, dat geduld. Kubrick deed vijftig takes, ik doe er twee en denk: nou, dit is goed genoeg, door naar het volgende shot want vanavond is er basketbal op tv.”

Verwacht u nog een meesterwerk te maken?

„Ik ben nu 76 jaar. Ik probeer en probeer. Ik heb goede, slechte en middelmatige films gemaakt, maar een meesterwerk zit er niet tussen. Na al die jaren denk je: het ontbreekt me gewoon aan genie. Maar dat is oké. Ik hou ervan films te maken; ’s morgens aan het werk te gaan met al die prachtige vrouwen als Penélope Cruz of Naomi Watts. Wat een mooi leven.”

De rode draad in To Rome with Love is roem. Bedenkt u zo’n thema of overkomt dat u?

„Dat laatste. Ik begin met losse verhalen die ik in de la heb liggen. Zo’n man die alleen briljant zingt onder de douche, dat past bij Rome. Een gewone man die ontwaakt en plots door paparazzi wordt bestormd ook. En dat brave, jonge echtpaar dat door de grote stad wordt verleid, en die man die zijn jeugd in Rome herbeleeft. Zoiets vormt langzaam één film, en achteraf merk ik dat die ook over roem gaat.”

U speelt ook weer zelf een rol in uw film, als gepensioneerde impresario.

„Wanneer mijn script klaar is en er is een rol voor mij, dan doe ik dat graag. Maar nu ik ouder word, merk ik dat de goede rollen steeds naar jongere acteurs gaan.”