Het is de zorg, stupid !

Zorg zou het thema van de verkiezingen moeten worden. Dat willen de kiezers zelf. Maar de politici werken niet echt mee.

Iedere campagne heeft het: een beeld dat het belangrijkste thema van de verkiezingen in zich samenbalt.

In 2010 was er de bijstandsmoeder die, geconfronteerd met de bezuinigingsplannen van VVD-leider Mark Rutte, voor de televisiecamera in snikken uitbarstte.

In 2006 was er de voedselbank. Een tot dan toe onbekend verschijnsel dat de SP met succes in de kiezersmarkt zette als symbool voor de groeiende maatschappelijke tweedeling.

En in 2002 waren er Pim Fortuyns ‘puinhopen van Paars’: de wachtlijsten in de zorg en de files. Ze stonden model voor de verwaarlozing van de publieke sector door de Paarse kabinetten.

Wat zou het thema van 2012 worden?

Europa! zei Geert Wilders (PVV) meteen na de – door hemzelf veroorzaakte – val van het kabinet-Rutte in april. Deze campagne, zo voorspelde hij, zou een referendum worden over het Nederlandse lidmaatschap van de EU. Kiezen we voor de Nederlandse burger, of voor de Brusselse geldsmijters?

Lange tijd gaf de rest van politiek Den Haag Wilders gelijk. De ophef die deze week ontstond na de stevige taal van SP-leider Roemer over het betalen van eventuele Europese boetes bij het overschrijden van het begrotingstekort („Over my dead body”), bewees hoe dicht Europa en de euro zich onder het electorale oppervlak bevinden.

Maar is het ook het onderwerp dat de kiezers willen? Als je naar opinieonderzoeken kijkt, komt een heel ander onderwerp in aanmerking om uit te groeien tot hét thema van 2012: de zorg. Volgens een peiling van onderzoeksbureau TNS Nipo, deze week, noemt 63 procent van het electoraat ‘zorg en welzijn’ als een belangrijk thema bij de komende verkiezingen, het scoort daarmee veel hoger dan de EU (genoemd door 27 procent). Ook het EenVandaag-opiniepanel vond de betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg onlangs een belangrijker issue dan Europa.

Wie deze zomer een beetje oplette, zag dat de deskundigen de nieuwsluwte gebruikten om het thema onder de aandacht te brengen. Als het niet over Syrië ging of de Olympische Spelen, dan ging het over de zorg. Eerst luidden drie deskundigen in de Volkskrant de noodklok over de onstuimige groei van de volksverzekering AWBZ. Daarna volgde het omstreden advies van het College voor zorgverzekeringen om dure medicijnen voor de ziektes van Pompe en Fabry niet langer te vergoeden. En dan was er nog oud-zorgminister Ab Klink (CDA), die in een rapport voor adviesbureau Booz en Co. betoogde dat er 6 tot 8 miljard euro bezuinigd kan worden als artsen geen overbodige handelingen meer verrichten.

Kortom: de buitenwereld probeert de politiek met man en macht over te halen tot een fundamenteel debat. Want dat er iets moet gebeuren, kan iedereen zien. Sinds twee jaar vormt de begroting voor Volksgezondheid de grootste uitgavenpost van het kabinet: bijna 75 miljard euro, bijna 30 procent van de rijksoverheidsuitgaven.

Als de kosten in het huidige tempo blijven groeien, gaat in 2040 de helft van de rijksbegroting op aan de gezondheidszorg. Een belangrijke reden dat de Nederlandse economie het afgelopen kwartaal nog een klein beetje groeide, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze week, was vanwege de toenemende overheidsbestedingen aan de zorg.

Het belang van de zorg als verkiezingsthema zie je ook terug op de kandidatenlijsten: behalve bij de PvdA zijn de nummers twee van de grootste partijen stuk voor stuk zorgexperts. De VVD heeft minister Edith Schippers van Volksgezondheid. SP en PVV hebben de Kamerleden Renske Leijten en Fleur Agema. En de tweede vrouw van het CDA, Mona Keijzer, hield zich de afgelopen jaren als wethouder in Purmerend bezig met zorg, welzijn en jeugdzorg.

Toch is het de vraag of politieke partijen de komende weken dat fundamentele debat gaan voeren. Praten over de zorg brengt electorale risico’s met zich mee – voor iedere partij. Het argument ‘het kost te veel’ valt in verkiezingstijd (en ook daarbuiten) eenvoudigweg niet te verkopen: mensen stellen hun gezondheid boven iets abstracts als ‘de overheidsfinanciën’.

Het campagnebeeld van 2012 is zo gevonden: een huilende nierpatiënt die vertelt dat zijn ziektekosten straks verdriedubbelen. Partijen zullen kiezers tot 12 september dus vooral gerust willen stellen.

Maar die partijen lopen ook risico’s. De SP, die terug wil naar de budgettering uit het oude zorgstelsel, loopt het risico om de oren geslagen te worden met een spookbeeld uit het vorige decennium: de wachtlijsten. De VVD wil niet weggezet worden als de partij die de solidariteit in de zorg ondergraaft en zorggebruikers verder op kosten jaagt. Binnen de PvdA is veel discussie over de kwestie: onlangs wendde de partij de steven richting de SP (geen marktwerking meer), maar PvdA’ers op hoge posten in de zorgsector denken daar vaak heel anders over.

De PVV lijkt nog het eenvoudigste verhaal te hebben („als we geen miljarden aan Griekenland zouden geven, zouden onze ouderen beter verpleegd worden”), maar zelfs voor de partij van Wilders zijn er ongemakkelijke vragen. Bijvoorbeeld: hoe denkt de partij extra handen aan het bed te krijgen voor ouderen, zonder gebruik te maken van de diensten van immigranten?

Toch kunnen partijen die dat willen, het onderwerp zorg niet blijven vermijden. Op 29 augustus bijvoorbeeld is er een groot zorgdebat in Nieuwegein (de organisatie meldt op haar website, zonder ironie, dat er een wachtlijst is voor deelname). Rond dezelfde tijd komt Zorgverzekeraars Nederland – tegenwoordig onder leiding van oud-minister André Rouvoet (ChristenUnie) – met een advies over spoedeisende hulp. Dit rapport, dat naar verluidt een reductie van het aantal kleine eerstehulpposten in ons land bepleit, zou wel eens een flinke steen in de vijver kunnen zijn. Al is het maar vanwege de medewerking van een andere politieke zwaargewicht dat zich tegenwoordig bezighoudt met de zorg: oud-PvdA-leider Wouter Bos.

Maar het cruciale moment wordt de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau. Vanaf 27 augustus staat zwart op wit wie het eigen risico met welk bedrag wil verhogen, wie het basispakket wil verkleinen, wie ouderen wil laten meebetalen aan hun zorg. „Op dat moment”, zegt Ab Klink, „worden de zware maatregelen duidelijk, en zal het debat over de zorg direct van de grond komen, denk ik.”

Wishful thinking? André Rouvoet, die zich vooral zorgen maakt over de miljarden die verdwijnen in de AWBZ, vreest eerder „een scenario zoals met de WAO en AOW”: partijen die pas na de verkiezingen met stevige ingrepen durven komen.

Heel netjes is dat niet. Maar zo gaat dat in Nederland nu eenmaal vaker.