Hé er rijden geen bussen meer. Beginnersfout!

Afgelopen week begon in verschillende steden de introductieweek voor eerstejaarsstudenten. Boudewijn Vreugdenhil begeleidde er vijftien in Utrecht. „Drie hebben geen slaapplek. Zij mogen bij mij op de bank.”

Donderdag 9 augustus

De zon schijnt, maar wat maakt het uit? Met honderden studenten zitten we in de bibliotheek van de Universiteit Utrecht. Dat doen de meesten de hele zomer om de langstudeerboete te ontlopen. Velen begrijpen dat te lang studeren geld moet kosten, maar de spelregels werden tijdens de wedstrijd veranderd. Tot drie uur ’s nachts ga ik door met een scriptie over de beeldvorming van Griekenland in Nederlandse kranten.

Vrijdag

Om vijf voor acht word ik wakker, net voordat de wekker gaat. Het zal de spanning zijn. Weer naar de bibliotheek, waar mentormaatje Christiaan opduikt rond koffietijd. Samen begeleiden we de komende introductietijd een groepje studenten. Elk mentorkoppel moet een gadget bedenken. Het leek ons leuk als groepsleden een oprolbaar rieten strandmatje bij zich dragen. Om in het park te chillen, het groepje is makkelijker te herkennen en het is een machtig mooi wapen om zwaardgevechten mee te houden. Wel moet Christiaan nog naar Nieuwegein fietsen, want het filiaal in Utrecht had niet zeventien matjes op voorraad.

Ondertussen blijf ik tot zes uur studeren. Er gaat van alles mis. Excel heeft moeite de juiste figuren weer te geven en de stress neemt toe. Ik laat nog wat klein bier over om dit weekend aan te werken.

Zaterdag

Er staat een trainingsdag op het programma voor de Utrechtse Introductie Tijd (UIT), komende week. Daarin moeten 3.500 nieuwe hogeschool- en universiteitsstudenten – uit-lopers – in vier dagen tijd Utrecht en het hoger onderwijs leren kennen. Met feest, gezelligheid, muziek, cultuur, sport, verenigingen, noem maar op.

De eerstejaars worden begeleid door 500 mentoren. Die verzamelen zich vandaag in de grootste collegezaal van Utrecht. Daar krijgen we uitleg. We moeten deze studenten wegwijs maken, en ze nadrukkelijk de hele stad laten zien. Als ze zelf op pad willen, moeten wij weten waar ze naartoe gaan en een tijdstip afspreken om elkaar weer te ontmoeten. En waar het aankomt op alcoholbeleid: we mogen niet aansporen tot drinken. Op maandag is alcohol vanaf 16.00 uur toegestaan, op de rest van de dagen vanaf 14.00 uur.

We krijgen een trui, een mentorshirt en mentortas. We willen een koppel zijn dat ruimte biedt voor ‘weeskindjes’, die bijvoorbeeld hun eerste mentor niet zo leuk vonden.

Bij de afsluitende borrel blijkt hoe omvangrijk de organisatie is: 500 mentoren, 120 crewleden, zeg maar werkpaarden die alles op locatie klaarzetten, een redactie die een eerstejaarsmagazine uitbracht, een mediacrew die de week verslaat met camera- en radioploeg, Facebook-updaters en twitteraars, vijf eventmanagers die de artiesten en speciale programmapunten begeleiden en de uit zes vrouwen bestaande introductiecommissie: zij zijn al tien maanden bezig. Dat zo’n evenement helemaal op vrijwilligers draait, is een ode aan de student: je ook inzetten voor anderen, leerzaam en leuk.

Zondag

Ik kan het niet laten. De laatste ‘kleine’ dingetjes in mijn scriptie kosten uren. Tussendoor bedenken wat we gaan doen met de aankomende studenten. Wat moeten ze zien? Wat moeten ze weten? Hoe doorbreken we hun stereotiepe beeld van de student? En wat we de nieuwe studenten willen meegeven is: ga iets leuks doen. Een universiteit is meer dan een school. Zo ben ik zelf lid van een roeivereniging. Ik roei in een skiff en train en coach ook anderen. Zo heb ik ervaren hoe je een boot met acht dames bij elkaar houdt zonder dat ze elkaar voortdurend in de haren zitten.

’s Avonds ontdek ik dat ik een onderdeel van mijn thesis vergeten ben. Tot vier uur ’s nachts typ ik de verplichte Engelse samenvatting. Maandagochtend lever ik alles in en ga ik met Christiaan naar het Wilhelminapark. Op een groot veld moeten de duizenden studenten in spe hun mentoren vinden. Mentoren met plaksnorren en hoedjes werpen jaloerse blikken op onze matjes. Binnen no time hebben we 13 ‘kindjes’ (4 jongens en 9 meisjes) bij elkaar en beginnen we met een voorstelrondje. Op de vraag wat ze absoluut willen zien, blijft het oorverdovend stil. Weten ze het niet of durven ze niks te zeggen? Drie (Yannick, Rick, Aniek) blijken nog geen slaapplek te hebben. Ik bied ze een plek aan.

We doen door middel van QR-codes een spel door de stad om elkaar te leren kennen. Om drie over vier staan we allemaal te wachten als Bart, ons mentorkindje uit De Kwakel, komt aanlopen met biertjes voor zichzelf, Christiaan en mij.

We glimmen van trots!

Na het avondeten verkennen we met vijf studenten het nachtleven. Als we om half drie de kroeg uitstappen blijkt uit-loper Heine niet te hebben bedacht dat er geen bussen meer rijden. Beginnersfout! Ook hij mag bij mij op de bank.

Dinsdag – verenigingsdag

De ochtend begint met een hiphop-workshop. We hebben geen zin, maar het wordt leuk. We noemen onze dansgroep ‘de gangsterbitches’. De groep telt nu 19 uit-lopers: drie op de vier zijn vrouw. We springen op de fiets en irriteren Utrechters met het feit dat ons groepje overal stopt. We controleren steeds of we nog met z’n allen zijn. Eerstejaars verdwalen als ze alleen zijn.

’s Middags stellen de studenten steeds meer vragen. We bezoeken verenigingen als Unitas en Biton. Bij Biton valt de eerlijkheid op. Open, vrij maar voor de meesten toch te alternatief. Bij Unitas vuren ze een spervuur aan vragen af op de rondleiders. Wat zijn verticalen, disputen, jaarclubs? Hoeveel verplichtingen heb je? Vertraagt lidmaatschap de studie niet te veel? Gaat het alleen maar om drinken? Het meest huiverig zijn de studenten voor het Bindend Studieadvies (BSA). Als ze te weinig studiepunten halen, vrezen ze uit de studie te worden geknikkerd. Hun leven gaat veranderen, het maakt onzeker. Sommigen willen hun eerste jaar halen en een kamer vinden voordat ze lid worden.

Met drie groepsleden loop ik langs het lijsttrekkersdebat op het Janskerkhof. We horen het 10 minuten aan: het geluid is te slecht.

’s Avonds naar een leuk livebandje, Pure Ellende. Daarna een feestje in discotheek de Woo voor degenen die nog niet zelf een feestplek hebben gezocht. Christiaan en ik maken ons nu wat minder druk over waar iedereen is, dat werkt stukken beter.

Woensdag

Op woensdag halen zeven uit-lopers hun ontbijt bij een vereniging, de rest sluit later aan. Bij studentenvereniging Veritas krijgen we een rondleiding. De feestzaal ruikt nog naar een ‘biercantus’. Daarna naar de Uithof. We komen voor de sportmarkt. Het is bizar warm. We lunchen heerlijk biologisch en de groep is op z’n piek: maar liefst twintig uit-lopers. ’s Avonds met z’n allen naar onze roeivereniging Orca voor het avondeten. Eén meisje niet: ze heeft heimwee na de vermoeiende dagen.

Onze roeivereniging hebben we amper bezocht: we wilden onze keuze niet opdringen. Toch werken onze vrolijkheid en enthousiasme aanstekelijk, de eerstejaars zien dat we hier een thuis hebben gevonden. We zetten ze in de roeiboot en ik wijs ze sportende meiden aan: „Daar is Inge Janssen.” Net terug van de Olympische Spelen, vijf jaar na haar eigen introductieweek. Als ze een praatje houdt voor alle aanwezigen, zie ik sommigen glunderen: cool!

Dan gaan we terug naar de stad voor een schuimparty bij Unitas. We beginnen van ‘onze kinderen’ te houden. Kleine gorilla Rick springt uit het schuim, daar waar je hem niet verwacht. Yannick trekt zijn shirt uit. Roos gooit iedereen onder het schuim, maar krijgt dat terug. Een nieuwe toevoeging aan de groep zoent een meisje. Daar kunnen we nog de hele dag grappen over maken. Mooi!

Donderdag 16 augustus

’s Ochtends om 11 uur naar een café voor gratis ontbijt. Yannick gaat op blote voeten, want hij heeft twee doorweekte schoenen. Ik rijd naar een sportwinkel voor goedkope slippers. Zeven ‘koters’ hebben het ontbijt gehaald. Als we met een bootje door de grachten naar zeilvereniging Histos gaan, zijn we weer met zijn tienen. Het is leuk, maar sommigen kijken moe uit de ogen.

Uiteindelijk gaan we naar het Griftpark, waar we onder het genot van optredens chillen in het gras. Er zijn standjes, gratis goodies en er is een plek om shirts te verven voor de fluorparty vanavond. Ik praat met Bart over zijn keuze om zich eerst op zijn eerste jaar diergeneeskunde te richten en geen lid te worden. We praten over verwachtingen van hem als student, het BSA en over thuis.

Ook met de anderen praat ik over lid worden en over hoe ze op de middelbare school waren. Iedereen is lekker los en we eten pizza.

’s Avonds gaat ieder zijn eigen weg, naar zijn eigen feest. Ze zullen nu zelf de goeie kant op fietsen, zonder te verdwalen. Ik hoop dat de eerstejaars de angst om de verkeerde keuzes te maken, omzetten in energie om iets nieuws te proberen. Als het verkeerd gaat, leer je daar ook van.