Ga door met leven, wees krachtig

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.

In de zomermaanden in deze rubrieken: ervaringen van hulpverleners voor mensen in hun laatste levensfase.

Een op de drie Nederlanders sterft door kanker. ‘De dokters zijn zo knap tegenwoordig’: door nieuwe medicijnen, betere chemokuren, verfijnde bestraling, nieuwe operatietechnieken valt met diverse vormen van kanker inmiddels beter te leven. Het lichaam gaat langer mee. Maar de geest?

Dr. Mecheline van der Linden is klinisch psycholoog, gespecialiseerd in de behandeling van mensen met kanker. Ze zegt: „Voor artsen staat de medische behandeling centraal. Logisch, dat is hun vak. Maar vanuit de patiënt gezien kan er zoveel meer hulp en zorg nodig zijn: van een psycholoog, een fysiotherapeut, een diëtist, een verpleegkundige, een maatschappelijk werker, een pastor. Niet elke patiënt wordt even goed naar een van hen doorverwezen.”

Zien artsen onvoldoende dat kanker, behalve lichamelijke, ook mentale en sociale gevolgen kan hebben?

„Ze zien het wel, maar of ze ook doorverwijzen is vraag twee. De nieuwe generatie artsen heeft hiervoor bij de opleiding een betere antenne meegekregen dan oudere collega’s. Maar het kan evenzogoed de patiënt zelf zijn die niet duidelijk aangeeft wat z’n problemen zijn. Ik noem hem ‘de visser uit Urk’: trekt z’n beste pak aan, doet zich tegenover de dokter flinker voor dan hij is, want hij wil ook die allerlaatste chemokuur nog krijgen, dus hij zwijgt over z’n depressie en z’n problemen thuis.”

Zelfredzaamheid is ook wat waard.

„Zeker. Uit onderzoek weten we dat tweederde van de mensen met kanker het prima redt zonder extra hulp. Ze lossen hun problemen zelf op, in eigen kring. We weten ook dat er kwetsbare groepen zijn: alleenstaanden, jonge mensen die gezinnen met kleine kinderen hebben, mensen die geïsoleerd leven, mensen met een psychiatrisch verleden, mensen die – behalve met kanker – met nóg iets ingrijpends worden geconfronteerd, zoals een tweede ziekte, een sterfgeval van een naaste, echtscheiding.”

Verschillende mensen heb ik horen verzuchten: ‘kanker heb je niet alleen.’

„Ook dat is onderzocht: een derde van de partners van mensen met kanker heeft op de ene of andere manier extra hulp of steun nodig. Daarom vraag ik, wanneer ik een eerste afspraak maak: wilt u iemand meenemen die het dichtst bij u staat – uw partner, een kind, een vriend, een buurvrouw?”

Is dat gebruikelijk in uw vak?

„Dat weet ik niet precies. Wel zie en hoor ik het steeds vaker. Psycho-sociale problemen kunnen mensen vaak niet in hun eentje oplossen. Het effect van behandeling kan zoveel groter zijn wanneer iemand die ervaring in z’n directe omgeving kan delen.”

Wat heeft u patiënten te bieden?

„Kort gezegd komt het neer op luisteren, normaliseren, troosten, bemoedigen en bevestigen.”

Normaliseren?

„Tegen iemand zeggen: ‘dat hoort erbij’, ‘het is heel normaal dat u dat als een probleem ervaart’. Mensen voelen zich vaak eenzaam, angstig, vooral wanneer ze beseffen dat het einde van hun leven in zicht is gekomen.”

En wat bedoelt u met bevestigen?

„Ouders vragen vaak: ‘hoe praat ik erover met de kinderen?’ Meestal doen ze dat al goed. Talloze vragen doemen op als mensen nog maar weinig tijd hebben: ‘Ik wil nog zo graag dit...’, ‘zal ik nog dat...?’ Dan probeer ik erachter te komen waarom mensen dat willen en of dat haalbaar is. En meestal zeg ik dan: doen! Ruzies bijleggen. Mensen bellen met wie het contact verwaterd is. Probeer zoveel mogelijk door te gaan met leven, krachtig zijn – in zo’n houding probeer ik mensen te bevestigen.”

Het vooruitzicht van de dood kan verlammend zijn en depressief maken. Wat helpt daartegen?

„Daarvoor valt niet één remedie te noemen. In het algemeen kun je alleen zeggen: probeer in beweging te blijven en ga bewust om met voeding. Vroeger was het advies bij een chemokuur: doet u het vooral rustig aan. Nu zeggen we: werk aan uw conditie, om zowel lichamelijk als geestelijk op de been te blijven.

„Mensen met kanker gaan vaak op zoek in het alternatieve circuit. Dan zeg ik: laat ’t niet te koste gaan van de reguliere behandeling en doe alleen wat veilig is. Op z’n minst kan ’t weerbaar maken als mensen een behandeling niet alleen ondergaan maar ook actief met hun situatie omgaan.”

Wat is veilig?

„Je laten masseren door een gecertificeerde masseur, yoga, veel buiten zijn, inspiratie zoeken in spiritualiteit, in kunst wanneer je daarvoor open staat.”

Onherroepelijk komt ook die laatste fase, waarin mensen misschien nog van alles willen maar niks meer kunnen. En dan?

„Regelmatig spreek ik cliënten die zeggen: het leven heeft totaal geen zin meer, ik ga toch dood. Dan wil DHT-therapie wel eens helpen: Dierbare Herinneringen Therapie, ontwikkeld in Utrecht. Ieder leven kent z’n tegenslagen en z’n mooie momenten. Mensen kunnen opbloeien wanneer ze in gedachten terugkeren naar perioden waarin ze gelukkig zijn geweest. Het einde van het leven kan dan in een ander perspectief komen te staan. Niet: het is voorbij. Maar: het is mooi geweest.”

Tekst & foto Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord