Een samenleving hoort niet één generatie toe

Moderne westerse landen als Nederland of Groot-Brittannië zijn zich zeer bewust van de onrechtvaardigheden als gevolg van ras, geslacht of sociale klasse. De leidende politieke partijen in ons beider landen aanvaarden een verplichting om te proberen hieraan een einde te maken en werkelijke gelijke kansen te bieden. Maar we zijn, zeker in Groot-Brittannië, voorbij gegaan aan een steeds grotere onrechtvaardigheid – tussen de generaties. Mijn boek The Pinch: How the baby boomers took their children’s future – and why they should give it back verscheen in 2010. Het was in mijn land het eerste boek over rechtvaardigheid tussen de generaties, terwijl sinds de Tweede Wereldoorlog honderden, zo niet duizenden boeken over die andere onrechtvaardigheden zijn geschreven.

Er bestaat een reëel gevaar dat de jongere generatie niet dezelfde kansen zal krijgen als de naoorlogse babyboom-generatie waartoe ik behoor. De moderne westerse economieën zullen wel nieuwe goederen en diensten blijven produceren, maar de leden van de jongere generatie zullen niet zo ten volle van de voordelen genieten als hun ouders. De aanwijzingen liegen er niet om. Zij worden geconfronteerd met de zware last van een staatsschuld als gevolg van de excessen uit het verleden. Op de arbeidsmarkt hebben zij concurrentie van over de hele wereld en deze drukt de lonen van nieuwe jongere werknemers ten opzichte van oudere. Het blijkt voor hen moeilijker om op de ladder van de woningmarkt te beginnen dan het voor ons was. Naarmate wij langer leven, stijgen de kosten van pensioenvoorzieningen voor mijn generatie, en besparingen worden gedaan met de belofte van waarde voor jongere generaties: het valt moeilijk in te zien hoe de jongere generatie iets zou kunnen opbouwen wat overeenkomt met de pensioenen van hun ouders. En dit is dan nog voor de toevoeging van de langetermijnkosten van klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor alles van de voedselprijs tot onze bescherming tegen de stijgende zeespiegel.

Ik zie het sociaal contract dat een samenleving bij elkaar houdt als een contract tussen de generaties. Een samenleving behoort niet aan één generatie toe. Soms krijg ik te horen dat de raderen van de economische groei zullen blijven doordraaien en dat toekomstige generaties dus rijker zullen zijn dan wij, zodat het de omgekeerde wereld is als wij arme sloebers ons moeten opofferen voor de rijkere generaties van de toekomst. Maar dit argument deugt volstrekt niet. De enige reden dat wij onze rijkdom hebben, is dat vorige generaties met veel minder rijkdom dan wij toch bereid waren om te investeren en offers voor de toekomst te brengen. Ze deden dat voor ons en wij moeten voor onze kinderen en kleinkinderen hetzelfde doen.

Wat is er misgegaan? Is het allemaal een complot van egoïstische babyboomers? Zo eenvoudig ligt het niet. De mondialisering en de openstelling van China en India hebben de jongere generatie blootgesteld aan een veel concurrerender arbeidsmarkt dan die van hun ouders, maar dat was geen bewust complot. Toch is er wel een achterliggende verklaring. Onder demografen bestond de algemene opvatting dat het moeilijk was om een grote generatie te zijn, omdat de concurrentie om hulpbronnen en werk heviger zou zijn. Maar het omgekeerd is waar gebleken. De grote naoorlogse generatie heeft het goed gedaan en volgens mij is een van de redenen daarvan nu juist onze omvang: in een moderne democratie met een overheid die enorme bestedingen doet, heeft een grote generatie het voordeel van grote politieke macht.

De uitdaging is nu hoe de babyboomers hun macht zullen gebruiken. Ik ben eigenlijk een optimist. Een van de redenen dat het evenwicht tussen de generaties is verstoord, is dat niemand erover nadacht. Wij zijn gevoelig voor een beroep op de belangen van toekomstige generaties. Aan politici is nu de uitdaging om dit krachtige beroep te vertalen in een eerlijk aanbod aan de jongere generatie.

David Willetts is minister van Universiteiten en Wetenschap in het kabinet van David Cameron.