Duitse topbedrijven zijn nog in blakende vorm

Grote Duitse bedrijven doen het vooral buiten Europa nog steeds heel goed. Maar langzaam begint ook wereldwijd de vraag naar hun producten terug te lopen.

Veel analisten vonden het zeer goed nieuws, te midden van de stroom aan sombere cijfers die het Europese bureau voor de statistiek Eurostat gisteren publiceerde. De Duitse economie – de grootste van Europa – groeit nog, zij het nog nog maar langzaam. In het afgelopen kwartaal nam het Duitse bbp met 0,3 procent toe. De economische motor van de Eurozone is nog niet afgeslagen.

Dat laatste lijkt vooral op het conto te moeten worden geschreven van de grote Duitse bedrijven. De dertig Unternehmen met een notering aan de Dax in Frankfurt hebben in de afgelopen drie maanden recordresultaten geboekt, zo concludeerde adviesbureau Ernst & Young deze week op grond van de kwartaalcijfers. De gezamenlijke omzet van de dertig Dax-bedrijven steeg met negen procent, tot 312 miljard euro – het beste resultaat ooit in een tweede kwartaal. De winst van de Duitse elitebedrijven steeg zelfs met 12 procent, tot 27 miljard euro.

„Het merendeel van de Dax-bedrijven verkeert in goede tot blakende vorm”, zo liet Thomas Harms van Ernst & Young weten. „De zwakke conjunctuur in Zuid-Europa heeft tot nu toe weinig effect gehad.” De Duitse bedrijven zijn vooral succesvol buiten Europa, zo blijkt uit het rapport van Ernst & Young. De wereldwijde omzet steeg met 17 procent – tegenover een stijging van slechts 5 procent op het Europese continent.

Duitse bedrijven slaagden er in om meer af te zetten in de VS en de opkomende markten in Azië. „Dankzij hun globale oriëntatie konden de bedrijven profiteren van de groei buiten Europa”, zo schrijft Harms, „en konden ze zich voor een deel loskoppelen van de zwakke economische ontwikkeling in Zuid-Europa.” Ook de zwakke euro had een gunstig effect op de Duitse afzet, zo constateert Ernst & Young.

De grootste winnaars zijn de autofabrikanten. De omzet van Volkswagen, Daimler en BMW steeg dit kwartaal met 19 procent tot 96,1 miljard euro. De autofabrikanten voeren de ranglijst van meest winstgevende Duitse bedrijven aan. Nummer één is Volkswagen, met een brutowinst (EBIT) van 3,3 miljard euro. BMW (2,3 miljard) staat op plaats drie, achter verzekeringsmaatschappij Allianz. Vooral in opkomende markten winnen Duitse auto’s glansrijk van concurrenten als Peugeot-Citroën. Terwijl de Franse autobouwer ontslagen aankondigde, is Volkswagen druk bezig nieuwe mensen aan te trekken. In het afgelopen half jaar steeg het aantal werknemers van 421.00 naar 519.000 – een toename van bijna een kwart. In totaal steeg de werkgelegenheid bij de bedrijven met 2 procent, tot 3,7 miljoen.

Het enorme succesverhaal van de Duitse top-30 was deze week niet direct terug te zien in de beurskoersen. Vrijdag aan het einde van de middag was de DAX ongeveer een procentpunt gestegen ten opzichte van de stand op maandagmorgen. Geen opzienbarend resultaat, gezien de goede resultaten. Dat is niet voor niets. Nadere analyse van de kwartaalcijfers leert dat er ook voor de Duitse kampioenen wolken opdoemen aan de economische horizon. Hoewel de bedrijven gezamenlijk meer winst wisten te boeken dan vorig jaar, is de winstgroei niet gelijk over de bedrijven verdeeld. Zo boekten 11 ondernemingen in het afgelopen kwartaal een lágere winst dan vorig jaar. Bij sommige bedrijven daalde de werkgelegenheid. De operationele cashflow van de ondernemingen daalde met 4 procent.

Volgens onderzoeker Harms gaat de Duitse top-30 moeilijke tijden tegemoet. Want inmiddels begint ook de wereldwijde vraag – het fundament van het Duitse succes – langzaam terug te lopen. Ernst & Young wijst op de gebruikelijke risico’s: een verdere verscherping van de Eurocrisis, economische vertraging in de VS en Azië en de effecten van hoge grondstof en olieprijzen. „De komende maanden worden lastig”, schrijft onderzoeker Harms. „De economische vooruitzichten zijn somber geworden. De bedrijven doen er goed aan om voorzichtig te plannen.”

Tot die conclusie waren de bedrijven zelf ook al gekomen. Onderzoeker Harms ziet overal een grotere nadruk op kostenbesparingsprogramma’s. „De bedrijven bezuinigen waar ze kunnen. Ze hebben hun rijsnelheid aangepast en ze houden er rekening mee dat het wel eens ongezellig kon gaan worden in de tweede helft van het jaar.”